2 mrt 2008

Wat is er Slecht aan Goed Spreken?



Vriend en vijand zijn het erover eens dat onder de presidentskandidaten in de huidige verkiezingsstrijd in de VS Barack Obama onnavolgbaar meeslepend en inspirerend spreekt en daaraan zijn grote succes te danken heeft. Dat vinden de andere kandidaten natuurlijk niet leuk en dus bekritiseren ze hem daarop. Ze noemen zijn woorden leeg en ze zeggen dat het op daden aankomt. In zijn speeches laat hij niets zien van de inhoud, waar het in de politiek om moet gaan.
Is dat terecht?

De daden.
Pointer heeft in voorgaande berichten reeds aangegeven wat het verschil is tussen Hillary Clinton en Barack Obama als het op ervaring aankomt. Jawel, Clinton heeft meer jaren in Washington doorgebracht dan Obama, maar het gaat om de daden hè? Gebleken is dat Obama in kortere tijd onvergelijkbaar veel meer heeft gepresteerd.. Clinton presteerde als wet- en regelgever in al haar jaren nog geen 10% van wat Obama in drie jaar heeft neergezet. Het verschil is dus meer dan indrukwekkend. “She never made a homerun and she sees Obama ten yards before he is disappearing from her view in a cloud of dust. He is winning game after game on the floor of the Senate.” Het is volstrekt schaamteloos van Clinton, om Obama’s ervaring af te meten aan zijn gering aantal jaren in Washington en daarmee voorbij te gaan aan zijn prestaties als het op daden aankomt.
Clinton profileert zich in de praktijk van haar publieke dienst als senator meer als een hardgekookte diplomaat dan als een politicus die werkelijk kan scoren. Wat een enorm verschil met Obama, die blijk geeft van een groot atletisch vermogen en de nodige lenigheid als het erop aankomt metterdaad doelen te bereiken. Dit schaamteloze gedrag aanklagen, bewaart Obama voor zijn strijd tegen McCain, omdat een te harde kritiek op Hillary teveel schade zou doen aan het Democratische partijbelang.
Uiteraard voorziet Obama dat hij op dit punt zal worden aangevallen door de Republikeinen en dan is dit punt juist bruikbaar als een hinderlaag voor de aanvallers, omdat Obama op dit punt in het debat makkelijk scoren kan.
Ook John McCain – erkend als een vasthoudende vergadertijger, een ferm debater en bekwaam onderhandelaar – heeft het nakijken als het aankomt op de effectiviteit van zijn inzet, maar inderdaad, als het op ervaring aankomt, kan hij zich succesvol meten met Obama, want hij is oud, bekwaam en niet lui. De vraag is echter of ervaring sowieso van doorslaggevend nut is, als het hele land schreeuwt om verandering. Niemand van de kandidaten is zo hecht verbonden met de oude stijl politiek als McCain en als het om frisse ideeën gaat, vind je die doorgaans niet bij oudgedienden. Zo heeft hij noch voor de oorlog in Irak, noch voor de economie een andere oplossing dan meer van hetzelfde.

Foute Inschatting
Terwijl Cinton haar verkiezing en herverkiezing tot senator vanaf het begin heeft gebruikt als bruggenhoofd voor haar presidentscampagne, met veel pijn en moeite bouwend aan een netwerk voor financiële en politieke steun onder de desbetreffende elitegroepen in New York en Washington, deden McCain en Obama gewoon hun werk als senators. Clinton had het moeilijk, omdat er veel vergeten moest worden. Zo beging ze de onbegrijpelijke stommiteit om meubels en kostbaarheden uit het Witte Huis mee te nemen en te verhandelen. Het meeste werd teruggehaald en ze moest 200.000 dollar betalen voor wat nog ontbrak. Als echtgenote van de net afgetreden president werd ze schappelijk behandeld en niet aangeklaagd voor verduistering. Bill Clinton had het daar het meest moeilijk mee en zo heeft McCain het ook meegemaakt dat hij in de problemen kwam door de losse handjes van zijn vrouw die pijnstillers wegnam uit een fonds dat haar was toevertrouwd. Tegen Bill Clinton kon hij dus geen vuist maken over het gedrag van de voormalige First Lady, maar tegen Hillary zelf kan hij dat natuurlijk wel. Hij zou dus graag zien dat Hillary de nominatie wint voor de Democraten en er zijn nog steeds veel gevestigde Democratische hotshots die hem dat plezier en gemak wel gunnen. Hillary is de kandidaat van de elite der Democratische partij en haar nominatie is een prestigeproject van die liberale elite. Het gezichtsverlies als Obama de nominatie wint, hun foute inschatting tonend, weegt wellicht zwaarder dan de kans op het winnen van de algemene presidentsverkiezingen. Je ziet toch, dat onder de liberale elite de steun voor Clinton begint af te brokkelen, hoewel ze in die groepering nog een gevaarlijke aanhang heeft. Als het op de Amerikaanse kiezers aankomt, is van belang wat zij denken over de mogelijkheden van Clinton of Obama om van McCain te winnen. Onder Republikeinen ligt, als gemiddelde van verschillende polls, de verwachting dat McCain kan winnen van Clinton op 75% en of hij van Obama kan winnen op 14%. Onder Democraten lig de verwachting van winst op McCain op 75% voor Obama en op 45% voor Hillary Clinton. Aanhangers van Clinton zouden 65% tevreden op Obama stemmen indien hij de nominatie wint en onder de aanhangers van Obama zou 35% procent tevreden stemmen op Clinton indien zij de nominatie wint. Indien Clinton verliest in de voorverkiezingen zal 15% van haar aanhangers stemmen op McCain en indien Obama de nominatie verliest zal 1% stemmen op McCain en 2% op Ralph Nader. Niemand van de Domocratische liberale elite heeft deze ontwikkelingen verwacht.
In de algemene verkiezingen worden de kansen van Clinton dus extreem laag ingeschat, lager dan ooit in de presidentsverkiezingen. In competitie met Clinton zuigt McCain evenveel steun weg bij Democraten en onafhankelijke kiezers als Ronald Reagan, maar tegen Obama ligt dat juist andersom. In beide gevallen varwacht men ene aardverschuiving. Clinton is alleen bij een deel van haar eigen partij populair, Obama bij een grote deel van zijn eigen partij plus bij onafhankelijke kiezers en bij de meest progressieve Republikeinen. Als Clinton door ingrijpen van de superdelegates de nominatie alsnog wint leidt dat tot een catastrofe voor de Democratische Partij. Als Clinton de nominatie wint, laat dan alle hoop varen.

De Inhoud
Aanvallen op de wervende welsprekendheid van Obama berusten op onbegrip. In de Amerikaanse verkiezingen vormen de rally’s en meetings een belangrijk propaganda-instituut. Deze worden bezocht door merendeels reeds overtuigde aanhangers en die maken er samen een demonstratief feest van. De inhoud is reeds bekend, evenals de feiten over de bekende staat van dienst, want die gegevens zijn te vinden in gedetailleerde publicaties van de kandidaten, in de analen van de senaat, in de kranten, in boeken en op de websites van de campagnes. De bij deze voorverkiezingen opkomende aanhangers hebben dus geen behoefte aan lange betogen over wat ze reeds weten en ook McCain en Clinton beperken zich tot wervende speeches zonder daarin de inhoud van hun politieke gezichtspunten in detail te behandelen. Bill Clinton doet dat nog wel eens in oude stijl op plaatsen die Hillary laat liggen, maar ziet dan de zaal leeglopen. Wat hij zegt weten ze al.
Als Barack Obama opkomt wil de menigte door zijn oratie worden aangevuurd om te getuigen voor de rest van het land, hoe enthousiast ze zijn over hun kandidaat. Bij de andere kandidaten is dat niet anders, maar die hebben er minder succes mee. Het resultaat is dan, dat ze minder geld bijeenbrengen voor hun campagnes en dat betekent minder wervende spotjes op tv en minder aandacht van de media. De camera’s van de grote tv-stations verlaten Clinton midden in een zin van haar speech, zodra Obama op een andere locatie in beeld komt, terwijl het gejuich van zijn fans dan meer tijd neemt, dan Clinton elders nodig heeft om haar speech af te maken. Dit is een natuurlijk verschijnsel, want het gaat om de meest indrukwekkende ‘celebration of events’ bij de media. De Olympische Spelen trekken ook meer belangstelling dan de finale partij in de competitie van een plaatselijke biljartclub en toch is het allebei sport. Het gaat domweg om de kijkcijfers. Het vergt urenlange studies om de inhoud van verschillende kandidaten te vergelijken en de verschillen in te zien. In verkiezingstijd werpen talloze lieden zich ineens op als politiek commentator, zonder de moeite te nemen die bestudering van de inhoud van hen vergt. Dan is het wel erg makkelijk, om een gebrek aan inhoud te onderscheiden in de speeches, maar bepaald misleidend is het om dat alleen Obama te verwijten. Dan zou men dat evengoed ook de andere kandidaten kunnen verwijten, maar zo’n verwijt is sowieso onterecht en getuigt van een zeer slecht begrip van de Amerikaanse manier van campagnevoeren. De slogan: geen woorden maar daden is buitengewoon stompzinnig, want geen der kandidaten is op dit moment president, dus kan geen van hen als president handelen. Ze kunnen slechts aangeven in woorden wat ze als president zouden doen.
Iedere kandidaat heeft op zijn/haar website een kopje “on the isues” en daar dient men in eerste instantie te rade te gaan voor informatie over de inhoud. Bij kennisname daarvan wordt de keuze van de Amerikaans voorhoedes onder de kiezers bepaald en natuurlijk zijn er onder de kiezers talloze die gewoon meelopen met beter geïnformeerde kennissen, verwanten en vrienden, plus een aantal dat zich laat leiden door onderbuikgevoelens.
Dat moeten we niet verbieden, hè?

Verschillende verkiezingsgidsen wijzen de weg aangaande gebeurtenissen, verslaggeving en inhoud der Amerikaanse verkiezingen. Bekijk ze eens:
New York Times
Los Angeles Times
Washington Post
Chicago Tribune
De Council on Foreign Relations is a Non-partisan Resource for Information and Analysis

29 feb 2008

Begin van het Grote Beven















Wij schrijven: 29 februari 2008. Wat een krankzinnig tijdsgewricht!
Premier Balkenende is doodsbenauwd en de regering in paniek. Vrijheid van meningsuiting mag nog, maar de grens is reeds overschreden naar officiële censuur. De Taliban dreigt met extra agressie tegen onze militairen in Afghanistan, een Nederlandse kinderfilm mag niet vertoond worden in Caïro, stewardessen zijn bang om op bepaalde bestemmingen te vliegen, in Indonesië zijn massademonstraties tegen onze en de Deens ambassade en buitenlandse regiems dreigen met sancties. Dit alles omdat er in ons land vrijheid van meningsuiting is. Is die vrijheid het waard dat Nederlandse belangen in de islamitische wereld worden geschaad? Onze regering vindt heel duidelijk van niet.
Het uiten van een kritische mening moet worden afgewogen tegen Nederlandse belangen, vindt de regering. Het gaat hier over een ‘naar verwachting’ kritische mening in de vorm van een kwartiertje video, nog door niemand gezien en mogelijk zelfs nog niet af. Voor hetzelfde geld kan die film een objectieve registratie zijn, iets wat je ziet gebeuren, wat men dan vastlegt en laat zien. Een objectieve registratie is geen meningsuiting, maar kan wel bijdragen aan meningsvorming en dat is natuurlijk nog gevaarlijker, want daardoor kunnen veel meer mensen de neiging krijgen hun mening erover te uiten. Dat wordt dan een vloed en Nederlanders zijn dijkenbouwers en zo neemt Pointer ook waar, dat angst meerdere kanten heeft. Eén andere kant van de angst toont de regering nu. Dat is een reële angst, geen fobie. Het recht op vrije meningsuiting geeft uiteraard een zeker risico bij lieden die dat recht niet erkennen. Velen hebben er hun leven voor gegeven om dat recht te verwerven.
Nu kan ook een objectieve registratie een eenzijdige registratie zijn en als dat anderen opvalt, kunnen die andere kanten of andere aspecten laten zien van hetzelfde fenomeen, ook door objectieve registratie. Pointer denkt daarbij altijd aan de schijngestalten van de maan. Het deel dat belicht wordt, zie je heel goed, maar er is méér! Dat weet je.
Laat ik dan de W-naam tóch maar noemen: Geert Wilders heeft een eenzijdige benadering van de islam in de wereld en van de islam in Nederland in het bijzonder. Pointer raakt vaak geïrriteerd door Wilders, omdat die in zijn ogen angst exploiteert met onzuivere motieven. Deze eenzijdigheid leidt tot gebrek aan nuance in de observaties en naar het idee van Pointer zijn intellectuelen het daar wel over eens. Wilders is een populist, geen racist en geen fascist.
Het probleem is nu, dat er onthutsend weinig positiefs wordt waargenomen in de islam. Dat zou Pointer graag anders zien, maar hij slaagt er zelf ook niet in, want al het positieve wordt aangedragen door personen die door de islamitische hoofdstromen als afvalligen worden aangemerkt en veel van het negatieve wordt door verfraaiende verdraaiing voorgesteld als positief, wat dan bij nadere analyse door de mand valt. Je zult een imam nooit op tv of radio een krachtig vers uit de koran horen citeren van na de islamitische jaartelling. Voor óns worden verzen voorgedragen van vóór de Hidjrah, de gedwongen verhuizing van de profeet Mohammed uit Mekka naar Medina omstreeks 622. Voor moslims is dat het begin van hun jaartelling. Koranverzen van na die tijd hebben een grotere autoriteit, zijn zeer agressief jegens andersdenkenden en corrigeren de eerdere, meer vredelievende verzen. Wie de koran in vertaling leest ziet dat er om die reden bij elke soera staat vermeld of die soera van vóór of van na de Hidjrah is. Dat is essentieel voor de zwaarwegendheid van de tekst. Die eerdere verzen worden voorgedragen om aan te geven hoe vredelievend de islam is, maar dat die vredelievende benadering door latere verzen is achterhaald, wordt er dan niet bij verteld, hoewel iedere praktiserende moslim daarvan wél op de hoogte is. Wij kennen dat van vooraanstaande moslims die in het Arabisch dingen zeggen, die in strijd zijn met wat ze in andere, westerse, talen zeggen. Dat is een schijngestalte van de islam, waarbij het donkere gedeelte met wat extra bewolking aan het oog van de buitenstaander onttrokken wordt. Wij kennen dat niet.
In de bijbel, bijvoorbeeld, staan ook teksten die oproepen tot moord en doodslag en tot discriminatie en slavernij. De hoofdstromen van het jodendom en het christendom zeggen dat die teksten moeten worden gezien in de context van die bijbelse tijd en dat die vandaag de dag geen gelding meer hebben en, eveneens ten onrechte, wordt gezegd dat de feitelijke en geldige bijbelse boodschap de kerstboodschap is van “vrede en in mensen een welbehagen”, kortom van louter naastenliefde. Ja, ten onrechte, maar in het algemeen is dat wel de boodschap van de kerken en wie ben ik, om daar dan kritiek op te hebben? Het is hun officiële standpunt en daar is heel goed mee te leven.
Jodendom en christendom hebben zich onder de aanhoudende druk van de Verlichting aangepast aan de wetgeving op basis van de Romeinshumanistische rechtstraditie en de Universele Mensenrechten. Daardoor kunnen we nu in vrede in hetzelfde land samenleven. Vrijheid van godsdienst en meningsuiting is de basis van onze tolerantie.
Dat vinden we niet terug bij de hoofdstromen van de islam, niet bij soennieten en niet bij sji’iten, die zich tot elkaar verhouden als de katholieken en protestanten van vier eeuwen geleden. Een opvallende uitzondering in de islam wordt gevormd door de vrijzinnige Alawieten, maar ook die stroming wordt als afvallig beschouwd en staat, ook in Nederland, aan verdrukking bloot. Op de gesubsidieerde redio en tv zijn hun bijdragen weggecensureerd. Zelfs de meer orthodoxe Ahmadiyya beweging, enigszins vergelijkbaar met de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde kerk, kan geen genade vinden in de ogen van de rechtgelovige hoofdstroom. De ketterjacht is niet afgeschaft in de islam, integendeel, er is een duidelijke intensivering van de strijd tegen álle andersdenkenden waar te nemen.
Dit vervult het autochtone Nederlandse volk met reële angst, waarvan door Wilders gebruikt gemaakt wordt en die angst veroorzaakt ook het beven van de regering.
Is dit terecht?

Wat veel bijdraagt aan de angst onder het volk is de concrete samenstelling van de schoolpopulaties, waar 40-50% van de leerlingen van islamitische huize is en de jeugdige populatie is een voorspiegeling van de samenleving in de naaste toekomst. In twee opeenvolgende periodes van tien jaar, van 1984 tot 1994 en van 1994 tot 2004 is het islamitische deel van de bevolking steeds verdubbeld, hoofdzakelijk door exorbitant veel grotere gezinnen, familiehereniging en de import van partners. Sindsdien zijn er weer 200.000 bijgekomen, met een gelijktijdige geringe afname van de immigratie tot per saldo ongeveer 30.000 per jaar. Er worden in ons land per autochtone baby zeven islamitische babies geboren.
Nou ja, wat dan nog, hè?
Van de islamitische bevolkingsgroep weten we dat 70% daarvan voortijdige schoolverlaters zijn. Zonder scholing en zonder werk is het slecht wonen in ons land. Dit geeft dus problemen en dat is een deel van de pijn. Velen wijten dat aan armoede onder die bevolkingsgroep, maar er zijn veel meer armen onder de andere bevolkingsgroepen en die laten niet in die mate datzelfde beeld zien. Hugenoten, joden, Chinezen, Zuid-Molukkers, Italianen, Spanjaarden, Surinamers, waaronder ook hindoes en boeddhisten, geen van die migrantengroepen ontkwam aan aanvankelijke armoede en toch zijn die later volledig geassimileerd en probleemloos opgenomen in de bevolking. Zoniet de islamieten, die assimilatie afwijzen.
Dan geldt de Tweede Wet van Pointer: integratie zonder assimilatie is infiltratie.
Op wetenschapsforum.nl deed de Tweede Wet van Pointer een storm ontstaan en hij werd spoedig ‘ontmaskerd’ als een racist en via kromme redeneringen en speculaties vergeleken met Hitler. De topic ging over de wenselijkheid van een modernisering van de islam en Pointer had deze vraag niet gesteld, maar sprong erop in als supporter daarvan, terwijl hij ook aangaf dat zo’n modernisering van binnenuit moet komen omdat je andersdenkenden niet zomaar een andere gedachte kunt opleggen. Immers, de Eerste Wet van Pointer geldt ook nog steeds: de natuur regeert wat de wet negeert. Dwang is altijd contraproductief, met name als het om geloof- en gewetenskwesties gaat. Welnu, het werd Pointer ook zeer kwalijk genomen dat hij in de discussie gebruik maakt van zijn eigen wetten. Dat zou dan een teken van hoogmoed zijn en dus van minachting voor anderen.
Dat is vreemd, hè?
Zou het Archimedes ooit kwalijk genomen zijn, als hij betoogde, dat een lichaam, geheel of gedeeltelijk ondergedompeld in een vloeistof, een opwaartse druk ondergaat, die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof? Ik denk het niet. De discussie had in die tijd in de wetenschap reeds zijn intrede gedaan en nu lijkt het of dat tijdperk is afgesloten, tenzij men beoogt tot het prehistorische stadium van de wetenschap terug te keren. Pointer mag niet meer discussiëren op het wetenschapsforum.nl. Hij mag er zelfs niets meer van zien en zijn geliefde TrueLove, die discussie altijd met grote belangstelling volgde mag daar nu ook niets meer lezen, hoewel zij nooit deelgenomen heeft aan de discussie. Dat doet Pointer denken aan de situatie toen hij door de Vrijgemaakt Gereformeerde kerk zonder waarschuwing geschorst werd en met hem automatisch ook zijn wettige echtgenote, beiden door de mannenbroeders "uitgeworpen in de buitenste duisternis waar het geween is en het tandengeknars". Dat is weer een andere kant van de angst waarover Pointer het in dit bericht heeft. Déze angst is het gevaarlijkste, omdat Pointer met veel nuance een beeld van de werkelijkheid geeft en in dit geval is die werkelijkheid zelf nogal ongenuanceerd, wat zeer te betreuren is. Nederland is dus bevangen door het grote beven voor de islam en voor de discussie over de islam. Wij mogen niet proberen door waarneming en discussie te bepalen, wat er werkelijk aan de hand is. De transparantie moet plaatsmaken voor censuur op grond van een gedicteerde afweging van Nederlandse belangen.
Juist deze censuur is het resultaat van fobieën. Het grote beven is begonnen.
Dat is nog het meest angstaanjagend.

28 feb 2008

Afrekenen op Ervaring: Hillary versus Obama

Hillary wil het tegen Obama opnemen met als argument, dat zij met meer ervaring meer voor mekaar gekregen heeft. Dat is iets wat we goed met elkaar kunnen vergelijken doordat daar onafhankelijke informatiebronnen over zijn. Men is gauw geneigd het aantal jaren te tellen als ervaring, maar het gaat om wat er gepresteerd is, nietwar?
Clinton, heeft één volle termijn van 6 jaar gediend in de Senaat en een ander jaar campagne gevoerd. Ze heeft in totaal 20 stukjes wetgeving geproduceerd in haar eerste 6 jaar. Ze kunnen worden gevonden op de website van de Library of Congress www.thomas.loc.gov maar om je de moeite te besparen, dit is het lijstje:
1. Establish the Kate Mullany National Historic Site.
2. Support the goals and ideals of Better Hearing and Speech Month.
3. Recognize the Ellis Island Medal of Honor.
4. Name courthouse after Thurgood Marshall.
5. Name courthouse after James L. Watson.
6. Name post office after Jonn A. O'Shea.
7. Designate Aug. 7, 2003, as National Purple Heart Recognition Day.
8. Support the goals and ideals of National Purple Heart Recognition Day.
9. Honor the life and legacy of Alexander Hamilton on the bicentennial of his death.
10. Congratulate the Syracuse Univ. Orange Men's Lacrosse Team on winning the championship.
11. Congratulate the Le Moyne College Dolphins Men's Lacrosse Team on winning the championship.
12. Establish the 225th Anniversary of the American Revolution Commemorative Program.
13. Name post office after Sergeant Riayan A. Tejeda.
14. Honor Shirley Chisholm for her service to the nation and express condolences on her death.
15. Honor John J. Downing, Brian Fahey, and Harry Ford, firefighters who lost their lives on duty. Only five of Clinton's bills are, more substantive.
16. Extend period of unemployment assistance to victims of 9/11.
17. Pay for city projects in response to 9/11
18. Assist landmine victims in other countries.
19. Assist family caregivers in accessing affordable respite care.
20. Designate part of the National Forest System in Puerto Rico as protected in the wilderness preservation system.
Dat is het dus, gewoon de feiten, regelrecht van de registratie door de Senaat.

Nu willen we natuurlijk ook zo’n lijst van Barack Obama hebben, maar dat wordt een stuk lastiger. Het is teveel werk om alles op dezelfde wijze als bij Clinton per titel apart uit te tikken, maar we kunnen het in groepen verdelen. Tijdens zijn eerste 8 maanden dienst in de Senaat werkte hij mee aan 820 stuks wetgeving, bijdragen die qua omvang vergelijkbaar zijn met die van Clinton, maar over heel andere onderwerpen gaan. Hij bracht
233 voorstellen aan over hervorming van de gezondheidszorg,
125 over armoede en overheidshulp,
112 over misdaadbestrijding,
97 over de economie,
60 over mensenrechten en antidiscriminatie,
21 over ethische hervormingen,
15 over controle op wapenbezit en
6 m.b.t. oorlogsveteranen.
In zijn eerste jaar schreef Obama 152 wetten en hielp hij mee aan 427 andere wetten. De belangrijkste waren:
**The Coburn-Obama Government Transparency Act of 2006 (became law),
**The Lugar-Obama Nuclear Non-proliferation and Conventional Weapons Threat Reduction Act, (became law),
**The Comprehensive Immigration Reform Act, passed the Senate,
**The 2007 Government Ethics Bill, (became law),
**The Protection Against Excessive Executive Compensation Bill, (In committee), and many more.
In all since he entered the U.S. Senate, Senator Obama has written 890 bills and co-sponsored another 1096. An impressive record, for someone who supposedly has no legislative record.
Al met al sinds Barack Obama in de Senaat werd gekozen heeft hij 890 wetten geschreven en aan 1096 andere meegewerkt. Dat is een indrukwekkende staat van dienst voor iemand die verondersteld wordt zo weinig ervaring te hebben omdat Hillary Clinton dat van hem zegt, terwijl ze beweert dat zijn woorden loze woorden zijn en geen daden.

Dat Obama mensen aanspreekt en inspireert, komt niet uit de lucht vallen, ook al is hij inderdaad een begenadigd spreker, wat hem door zijn rivalen zeer kwalijk genomen wordt. Meer dan dat, hij is een ongekend politiek fenomeen van uitzonderlijke klasse, zoals je er niet elke generatie één meemaakt.

Geen geleuter over échte ervaring ! De feiten.

Bij het begin van de nominatierace voor de Democratische Partij was Hillary Rodham Clinton de absolute favoriet. Dat gaf ze zelf ook aan: Ik ben de nieuwe presidentskandidaat voor de Democraten. Dat is ongewoon. Gebrukelijker is dat men op bijeenkomsten de kandidaat aanprijst als de "Next President of the USA!" maar dat zeg je niet van jezelf. Barack Obama werd ook kandidaat voor de nominatie, maar iedereen dacht dat het alechts een opstapje was voor een serieuze poging, later in zijn carrière. Dan is het goed al eens de aandacht getrokken te hebben als potentiële kandidaat en Hillary verwelkomde hem heel hartelijk als rivaal, ervan overtuigd dat ze hem makkelijk aankon en zijn bod niet serieus genomen kon worden.
Maar Obama bleek mensen meteen al zodanig aan te spreken, dat spoedig duidelijk was dat hij wel degelijk reële kansen had als hij de ruimte zou krijgen. Hillary faalde, probeerde niet eens hem af te stoppen, zolang hij nog niet met haar op gelijke hoogte was in de polls. Die polls faalden ook, want Obama’s opmars in de eerste vier primaries was een totale verrassing voor alle deskundigen. Barack Obama bleek een ongekend fenomeen te zijn en de Billarygang had zich daar totaal op verkeken, omdat men alleen aandacht had voor de eigen campagne, in adoratie van het eigen idool, alsof dat door niemand te benaderen was. Na supertuesday (5 februari) zou Hillary niet meer in te halen zijn, verwachtte men van het begin af aan en er was geen enkele strategie voor een noodgedwongen vervolg van de intensieve competitie daarna. Het geld was op!
Dat verklaart deels waarom Obama vervolgens 11 overwinningen pop rij boekte.
Hillary “leent” haar campagne uit eigen zak 5 miljoen dollar, maar faalt aan te tonen waar dat geld vandaan komt en dat is wel verplicht. Ze heeft het te druk, zegt ze. Over haar functioneren als First Lady moeten de archiefstukken ook nog openbaar gemaakt worden en Bill Clinton is al een paar jaar druk met dit zo lang mogelijk uitstellen. Dat is zijn core business, vertragen en nu liggen er 10.000 documenten klaar om eerst door de president te worden beoordeeld of ze geschikt zijn voor publicatie. Heeft de president die documenten al? Nee, nog niet, want Hillary en Bill hebben het nog even te druk met de verkiezingen. Maar wat is haar ervaring dan waard zolang alles geheim moet blijven over wat ze gepresteerd heeft?

Hillary werd als First Lady wel de "co-president" genoemd, maar onduidelijk is waarop dat gebaseerd was. Zij kreeg bevoegdheid om de hervorming van de gezondheidszorg ter hand te nemen. Dat was haar stokpaardje en het zou US$ 13 miljoen kosten. Dat zijn niet de kosten van uitvoering van haar plan, maar van de voorbereiding ervan. Bill Bradley en Patrick Moynihan waren ook gespecialiseerd op dat onderwerp en zij hadden verscheidene aanmerkingen, maar Hillary onderhandelde niet, hoewel Bill een conceptovereenkomst had klaarliggen. Ze zei, dat ze iedereen die tegen haar plan stemde zou demoniseren. Het zou slikken of stikken zijn, dreigde ze en daarmee overschatte ze haar eigen positie, wat haar bij voortduring lijkt aan te kleven. In het Congres, dat door haar eigen partij werd gecontroleerd, haalde haar voorstel niet eens de stemming. Hillary ging af als een gieter.
Toen kreeg Hillary de bevoegdheid om een vrouwelijke Procureur Generaal voor te dragen, wat voor haar, als hooggekwalificeerd juriste geen lastige opgave zou moeten zijn. Haar eerste twee aanbevelingen, Zoe Baird en Kimba Wood, werden gedwongen hun namen van het voorstel af te voeren. Daarna koos ze Janet Reno, die sindsdien door Bill Clinton beschreven wordt als "mijn ergste fout".
Hillary stelde Lani Guanier voor als hoofd van de Burgerrechtencommissie, maar toen de radicale ideeën van Guanier bekend werden moest haar naam ook worden afgevoerd.
Hillary beval haar voormalige partners in de advocatenfirma, Web Hubbell, Vince Foster en William Kennedy, aan voor posities op het Departement van Justitie, de Staf van het Witte Huis en het Departement van Financiën. Hubbell belandde in de gevangenis, Foster pleegde zelfmoord en Kennedy werd gedwongen af te treden.
Hillary beval ook een huisvriend van de Clintons, Craig Livingstone, aan als directeur van de veiligheidsdienst van het Witte Huis, maar toen Livingstone object van onderzoek werd wegen onrechtmatige toegang tot 900 FBI-files van Clintons vijanden en het wijdverspreid drugsmisbruik door de staf van het Witte Huis, ontkenden de Clintons dat ze hem kenden. FBI-agent Dennis Sculimbrene bevestigde in een hearing voor de Juridische Commissie van de Senaat in 1996 alles, ook het drugsmisbruik en Hillary’s betrokkenheid bij de benoeming. Daarna sloot de FBI haar verbindingskantoor in het Witte Huis na meer dan 30 jaar dienst onder 9 verschillende presidenten.
De Thomasons, vrienden van Hillary, konden miljoenencontracten verwerven voor reisarrangementen en om hen daartoe in staat te stellen, ontsloeg Hillary de gehele staf van het Reisbureau van het Witte Huis. Zij, de reisbureaustaf, werden aangegeven bij de FBI voor ernstig mismanagement en hun reputatie ging naar de haaien. Na een dertig maanden durend onderzoek werd alleen Billy Dale beschuldigd van een misdaad: hij zou persoonlijke fondsen vermengd hebben met fondsen van het Witte Huis terwijl hij cheques inde. De jury sprak hem in twee uur vrij.
Als hoofd van de “bimbo eruption sqad” en schandaalbestrijding “regelde” Hillary het volgende:
Ze maande haar man aan het proces met Paula Jones niet te schikken.
Ze weigerde totaal overbodig om de Whitewater-papieren te overhandigen, wat aanleiding was tot de benoeming van Ken Starr als Speciaal Onderzoeker, die spoedig doorhad dat de Clintons zelf gedupeerd waren en geen schuld hadden aan wat er was fout gegaan in het Whitewaterproject. Nadat er 80 miljoen dolars waren verspild leidde Starr’s met grote bevoegdheden geaccommodeerde onderzoek naar Monica Lewinsky, waardoor Bill ging liegen en later zijn affaires moest toegeven.
Daarbij moest de zaak met Paula Jones alsnog geschikt worden.
Bill Clinton verloor zijn bevoegdheid als jurist wegens liegen tegen de grand jury.
Bill Clinton onderging een afzettingsprocedure in het Huis.
Hillary Clinton werd bijna zelf beschuldigd van meineed en obstructie tegen het recht – zij ontliep dat door 56 keer onder ede op vragen te antwoorden: 'I do not recall,' 'I have no recollection,' and 'I don't know'.
Hillary besloot voor haar verkiezing tot senator te gaan in een staat waar ze nooit had gewoond en waar ze geen invloedrijke rivalen had.
Hillary liet Bill pardon verlenen aan cliënten van haar broer en Bill verleende pardon aan FALN-terroristen om steun te verwerven van de Latino’s.

Hillary speelde de troefkaart Vrouw in haar campagne voor de Senaat door haar tegenstander Lazio als een woest aanvallende stier voor te stellen.
Bill Clinton beschermde haar, door de Nationale Archieven te vragen, om de records van hun tijd in het Witte Huis uit de publiciteit te houden tot 2012, inclusief de correspondentie van Hillary, haar agenda’s en haar kalenders. Er zijn daarover nog steeds processen gaande om die records eerder openbaar te krijgen. We weten wel iets over Hillary als First Lady, maar daar kan ze niet trots op zijn. Van verreweg het meeste weten we helemaal niets en dat wil Hillary zo lang mogelijk zo houden. Wat heeft ze dan allemaal te verbergen?
Public Service is pas echt Publieke Dienst als de gegevens daarover bij het publiek bekend zijn en de Publieke Dienst van Hillary begint dus pas met haar aantreden als senator. Daar gaat Pointer in het volgende bericht een overzicht van geven.
Op zich is wat we weten en bewijzen kunnen al ruim voldoende voor de Republikeinen om haar te slachten voor het aangezicht van hun kandidaat McCain. Zal McCain zich een bedeesd knulletje tonen met te slappe knieën om Hillary aan te pakken op haar talrijke misgrepen?

Michael R. Bloomberg wordt het niet !

Michael Bloomberg wordt het niet!
Het zal niet zo erg veel mensen teleurstellen dat burgemeester van New York, Michael Bloomberg zich niet beschikbaar stelt als onafhankelijke presidentskandidaat. De onafhankelijke kiezers lijken hun kandidaat gevonden te hebben in John McCain of Barack Obama. Bloomberg zou een leuke optie zijn als Hillary Clinton kans zou hebben om de nominatie van haar partij te winnen, maar kennelijk gelooft Bloomberg daar niet meer in en, laten we wel wezen, als burgemeester van New York heeft hij best een leuke baan. Zijn artikel in de New York Post vind je hier:
http://www.nytimes.com/2008/02/28/opinion/28mike.html

WATCHING the 2008 presidential campaign, you sometimes get the feeling that the candidates — smart, all of them — must know better. They must know we can’t fix our economy and create jobs by isolating America from global trade. They must know that we can’t fix our immigration problems with border security alone. They must know that we can’t fix our schools without holding teachers, principals and parents accountable for results. They must know that fighting global warming is not a costless challenge. And they must know that we can’t keep illegal guns out of the hands of criminals unless we crack down on the black market for them.

Gaan we nu denken dat Bloomberg het beter weet dan de kandidaten die nog in de race zijn?
Alle keren dat hij vertelt wat zij moeten weten, weten wij dat zij dat alle drie allang weten, behalve dan, dat Barack Obama wel door heeft dat er met Fighting Global Warming ook een heleboel geld te verdienen is en dat dit een hoop banen kan opleveren. Er moet in geïnvesteerd worden, dat wel, maar dat heb je met elke bedrijfstak. Het brengt ook wat op en de handelsbalans heeft het hard nodig dat de USA wat minder afhankelijk worden van buitenlandse olie.
More than 65 percent of Americans now live in urban areas — our nation’s economic engines. But you would never know that listening to the presidential candidates. At a time when our national economy is sputtering, to say the least, what are we doing to fuel job growth in our cities, and to revive cities that have never fully recovered from the manufacturing losses of recent decades?

Toch heb ik dat bij Obama ook gehoord en vooral de laatste tijd in Ohio en Texas. Hij geeft ook aan dat er flink geïnnoveerd moet worden, de industrie moet hoogwaardiger, meer gebaseerd op de kennisvoorsprong van de USA, scholing van de werkers, vooroplopen bij nieuwe ontwikkelingen, uitbuiten van eigen gepatenteerde uitvindingen. Een nieuwe melkfabriek zet geen zoden aan de dijk en over dijken gesproken, de USA zouden ook wel eens wat kunnen leren van ons en wederopbouw van New Orleans en herstel van andere stormschade zou ook geen slechte investering zijn en veel werk opleveren. Dat is allemaal substantiële productie en dat levert substantieel goed renderend kapitaal op. Het is een motor voor de economie.

More of the same won’t do, on the economy or any other issue. We need innovative ideas, bold action and courageous leadership. That’s not just empty rhetoric, and the idea that we have the ability to solve our toughest problems isn’t some pie-in-the-sky dream… I believe that an independent approach to these issues is essential to governing our nation — and that an independent can win the presidency. I listened carefully to those who encouraged me to run, but I am not — and will not be — a candidate for president. I have watched this campaign unfold, and I am hopeful that the current campaigns can rise to the challenge by offering truly independent leadership. The most productive role that I can serve is to push them forward, by using the means at my disposal to promote a real and honest debate.


Kijk, nu weten we wat hij bedoelt. De kandidaten weten niet wat ze moeten doen als president, maar Michael B. zal ze dat vertellen en dan komt het best in orde. Daar hoeft hij zijn baantje net voor op te offeren. Persoonlijk denk ik, dat als je zo slecht oplet, wanneer de kandidaten iets zinnigs zeggen, dan heb je de boot al gemist.
The changes needed in this country are straightforward enough, but there are always partisan reasons to take an easy way out. There are always special interests that will fight against any challenge to the status quo. And there are always those who will worry more about their next election than the health of our country.
These forces that prevent meaningful progress are powerful, and they exist in both parties. I believe that the candidate who recognizes that the party is over — and begins enlisting all of us to clean up the mess — will be the winner this November, and will lead our country to a great and boundless future.

Als Michael R. Bloomberg één dezer dagen wakker wordt, moet hij maar eens toegeven, dat hij niet beter kan doen, dan steun verlenen aan Barack Obama, want wat hij nu nog niet weet is, dat Obama precies van plan is te doen wat hij wil en nog een beetje meer. Van Bloomberg zullen we niet kunnen lezen hoe hij één en ander zou willen uitwerken, maar van de concurrerende kandidaten weten we dat wél. Die publiceren dat gedetailleerd op hun websites, praten erover, geven interviews. Dat kunnen de Amerikanen vergelijken en dan kunnen ze kiezen. Als Bloomberg zoveel visie en betrokkenheid heeft, werkelijk verandering en vooruitgang wil, dan zou hij wat positiever over Obama moeten zijn. De andere hebben ook het beste voor met de USA, maar dat is toch meer van hetzelfde en wat extra je best doen.
Ook in het artikel van Bloomberg klinkt weer door dat ze vinden dat de retoriek van Obama leeg is en hoop en inspiratie niets voorstellen. Obama krachtig wervende retoriek en zijn charisma worden uitgelegd als lege woorden want het zijn maar woorden. Uiteraard, de Constitution is een geschreven tekst en dat zijn dus ook maar woorden evenals wetten en contracten. Je ziet Bloomberg, Clinton of McCain niet zelf een slot graven als er een sloot gegraven moet worden. Je kunt als president ook pas iets werkelijk doen nadat je to6t president gekozen wordt en geïnstalleerd bent. Het is buitengewoon vreemd, dat de twee heren en mevrouw dat met al hun ervaring nog niet opgemerkt hebben. Wat stelt ervaring dan voor?
Een feit is, dat noch Hillary Clinton, noch John McCain kunnen tippen aan de meeslepende spreekvaardigheid van Barack Obama waarmee hij honderden keren meer mensen trekt en dáárom noemen ze wat Obama zegt lege retoriek. Maar is gebrekkig of saai speechen dan een bewijs van meer inhoud?

Religieus Geloof in de Politiek

Over religie heb ik gezegd, dat ik het niemand kan aanbevelen en daar blijft ik bij. Voor mij zijn alleen de Universele Mensenrechten en de daarbij behorende plichten bepalend voor verantwoordelijke medemenselijkheid en de hoofdregel voor mijn gedrag is heel simpel: Wij mogen alles, voorzover wij daarmee anderen geen schade toebrengen. Ik ben tegen religie en beschouw elk van de godsideeën, met name die in de Abrahamitische religies, jodendom, christendom en islam, als een noodlottig misverstand. In ons goede Nederland geldt de wet en regelgeving op basis van de Romeinshumanistische traditie, de scheiding van kerk en staat, maar ook vrijheid van godsdienst. Religie krijgt van mij een plaatsje op de glijdende schal van "onverstandig" tot "knettergek" en volgens de wet mag je net zo gek zijn als je zelf wilt, wanneer je maar niet ingaat tegen ons rechtsbestel. Het is dus verboden om godelijke instructies uit te voeren, zoals die bijvoorbeeld worden aangegeven in Deuteronomium 20, in het Oude Testament van de bijbel of van Handelingen 3:23 in het Nieuwe Testament. Als mensen zich aan de seculiere wet willen houden, dienen gelovigen zich van hun god geen donder aan te trekken, waar hun god beveelt, dat ze dingen doen, die domweg bij onze wet verboden zijn. Andersdenkenden mag je dus niet de hersens inslaan, homo's en vrouwen mag je niet discrimineren, ook niet als het geloof de gelovigen daartoe de verplichting oplegt. Kortom, godsdienst mag best, maar dan dient de klare wijn van de religie verdund te worden tot een homeopatische verdunning, zodat niemand, behalve de patiënt zelf er last van heeft. Zo heb je veel gelovigen waar prima mee om te gaan is.
Geloof in de politiek brengen, d.w.z. je als politicus laten inspireren door jouw geloof, is soms heel aardig, hoewel niet verstandig. Er zijn betere motieven om aan een goed idee te komen, maar sommige mensen zijn zo begaafd dat zij er met hun persoonlijke kwaliteiten toch iets heel moois van kunnen maken. Een sterk voorbeeld vind ik de preek van Barack Obama onlangs op de jaarlijkse Martin Luther King dag in de Ebenezer Church, de kerk van King. Hier is de video:
http://link.brightcove.com/services/link/bcpid1358313999/bclid933143286/bctid1416909230
Mooi hè?
Dat een politicus gelooft en dat met zichzelf mee in de politiek brengt, is dus, ondanks de scheiding tussen kerk en staat, niet verkeerd en ik ben er niet tegen.
De preek van Barack Obama is wel iets heel anders dan wat we van onze eigen bewindslieden gewend zijn. Ik hertinner me dat de afgetreden Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin, bij zijn inaugurale rede aan de KUT, beweerde, dat alleen mensen die in zijn streng katholieke opvoeding zijn grootgebracht een goede morele ontwikkeling kunnen hebben, het juiste gevoel voor goed en kwaad, voor wat je wel of niet kunt maken in het leven, het exclusief bezit van een hoogstaande moraal. Dat is lulkoek en het bracht hem in grote problemen met de rest van zijn partij, het CDA, zodat hij zijn uitspraken moest wijzigen, aanpassen, toegeven dat ook andere stromingen van het christelijke geloof en zelfs andere godsdiensten dezelfde waarden en normen kennen. Alsnog werden de atheïsten en agnosten uitgesloten.
En dan heb je vervolgens premier Jan Peter Balkenende die graag oproept tot het herstel van normen en waarden.
Herstel?
Dat kan alleen maar betekenen dat we de oude normen en waarden weer terugkrijgen en dan is het van belang te weten welke dat zijn. Balkenende is van Calvinistische huize en behoort tot de bloedgroep van de Antie-Revolutionaire Partij, één van de bloedgroepen waaruit het CDA is ontstaan. Tegen welke revolutie waren die lui dan? Zij waren tegen de Franse Revolutie en die naam gaven de Calvinisten aan de Verlichting.
Niemand zal met vrucht kunnen aanvechten dat de Universele Mensenrechten door de Verlichting zijn ontstaan en dat die waarden en normen zeker niet overeenkomen met de Calvinistische theologie. Neem bijvoorbeeld een uitspraak uit de Heidelberse Cathechismus: De paapse mis is een vervloekte afgoderij. Tja, die paapse mis, daar wordt de kerkgang van Ernst Hirsch Ballin mee bedoeld. De Calvinistische waarden en normen die Balkenende dus wil herstellen zijn die van de geloofsvervolgingen, waar de stichter van onze staat, Johan van Oldenbarneveld, ook zo tegen was en waarvoor hij in februari 1619 voor werd onthoofd. Ernst Hirsch Ballin wil zijn hoofd graag houden, dus die hoor je niet piepen. Als Balkenende zijn zin krijgt, is hij zijn leven niet zeker, maar als hij protesteert, is hij in dat geval wel zeker van de dood. Het is heel iets anders dan Liberty & Justice for All waar Barack Obama het over heeft.
Om dat herstel van normen en waarden en vooral de datering daarvan nog eens extra duidelijk te maken roept Balkenende graag op tot meer VOC-mentaliteit.
Meer kolonisatie, zeeroverij, drugshandel en slavenhandel?
Dat kon allemaal in het systeem van de Calvinistische normen en waarden, maar het mag helemaal niet. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in december 1948 werd aangenomen door de Algemene Verdgadering der Verenigde Naties werd niet verplichtend opgelegd. Het was slechts een richtlijn, maar sindsdien heeft ons land zich verbonden met verschillende internationale verdragen en daardoor zijn dei Universele Mensenrechten nu hoger dan onze nationale wetgeving. Naleving is verplicht en het Europese Hof handhaaft dat.
Is er goed om te gaan met zulke gelovigen als Ernnst Hirsch Ballin en Jan Peter Balkenende?
Dat denk ik niet, want die lui zijn chockerend diep gestoord.

Hillary heeft geen vijanden nodig om te verliezen

Op 29 januari 2008 opende Pointer een topic op Wetenschapsforum.nl in de categorie Politicologie en Economie, met het onderwerp De Presidentsverkiezingen in de USA, brede discussie en speculaties over dit onderwerp. Ik heb al verteld in mijn voorgaande bericht dat Pointer op uiterst vreemde wijze van dit forum verstoten is en nu dreigt er veel verloren te gaan als ik hier de gemeenschap niet even bijpraat.
Tot op heden is de stand van zaken kortweg zo: John McCain ligt in de voorverkiezingen ruim op kop bij de Republikeinen op afstand gevolgd door Huckabee. Barack Obama ligt bij de Democratische voorverkiezingen iets maar niet genoeg voor op Hillary Clinton die als onbedreigde superster met een enorme voorsprong in de peilingen is begonnen.
Obama doet het dus boven verwachting, maar niet boven mijn verwachting, want ik kende zijn speech op de Conventie van 2004, ben toen wat over hem gaan lezen en heb sindsdien in de gaten dat we hier met een geweldig politiek fenomeen te maken hebben. John Edwards ligt meer in de lijn van mijn eigen politieke opvattingen, maar diens kansen schatte ik niet hoog in en inderdaad, Edwards ligt eruit. Ik had Obama de winst al toegedacht en het ziet er naar uit dat ik gelijk krijg.
Het onderwerp met alle documentatie is te volgen op:
http://www.wetenschapsforum.nl/index.php?showtopic=79196

Ik heb me hoofdzakelijk bezig gehouden met de competitie tussen Hillary Clinton en Barack Obama. Over John McCain is ook wat te zeggen. Een goed artikel over hem is http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2008/02/11/AR2008021102268.html
Of dit:
http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2008/02/25/AR2008022501089.html?nav=hcmoduletmv

Mijn laatste bericht (voordat ik ge-banned werd) was van gisteren en dat gaat over de ongelooflijke blunder van een der belangrijkste supporters van Hillary, de kandidaat vicepresident van de verkiezingen in 1984 die door de Democraten werden verloren. De dame heet Geraldine A. Ferraro en als je haar artikel leest dan begrijp je waarom ze die verkiezingen toen verloren heeft. Het is ook meteen duidelijk dat je bij Obama moet zijn om werkelijk iets te kunnen veranderen wat fundamenteel fout is. Het artikel van Ferraro is hier te vinden: http://www.nytimes.com/2008/02/25/opinion/25ferraro.html?pagewanted=1
In mijn bericht op het forum heb ik haar standpunt kort uitgelegd:

Geraldine A. Ferraro bakt ze wel érg bruin!Wie dat is? Zij was de Democratische kandidaat voor het Vicepresidentschap in 1984 en onder haar leiding werden de regels voor de Democratische voorverkiezingen opgesteld.
Volgens diezelfde regels waren er in Florida en Michigan deze keer geen officiële voorverkiezingen, omdat die staten hun verkiezingsdata vóór de toegestane datum gepland hadden om extra aandacht te krijgen. Voor straf zijn hun gedelegeerden dus gediskwalificeerd. Die stemmen tellen niet mee voor de nominatie en tóch werden er in beide staten voorverkiezingen gehouden die dus niet geldig waren.

Vreemd en Obama keek daar wel van op, maar hij ging er niet heen. Hillary ging er wél heen en zo “won” zij in Florida. Omdat Obama toch niet in Michigan verwacht werd stond hij daar zelfs niet op de lijst dus men kon niet anders dan op Hillary stemmen en zo “won” Hillary ook in Michigan.

In een vroeg stadium heeft Geraldine haar steun voor Hillary uitgesproken en nu ziet ze Hillary verliezen. Maar daar kan zij best wel wat aan doen hoor! Zij gaat toch over de regels? Nou, dan verandert ze die gewoon alsnog in het voordeel van Hillary.
Kijk, zegt ze dan, eigenlijk tellen die stemmen niet in de staten waar Obama gewonnen heeft, want ten eerste stemt er wel een record aantal, maar toch nog geen 30% van de trouwe, van oudsher geregistreerde leden mee in de voorverkiezingen en ten tweede stemmen er wel allerlei eerste dag geregistreerde, onafhankelijke en zelfs Republikeinse kiezers op Obama. Dat is dus helemaal niet representatief voor de basis van de Democratische Partij. Verder blijven de gediskwalificeerde gedelegeerden uit Michigan en Florida natuurlijk buiten spel, maar hun plaats kan worden ingenomen door supergedelegeerden die dan de uitslag van de stemmenverhouding volgen zoals dat anders door de lokale gekozen gedelegeerden gedaan zou zijn. En de overige supergedelegeerden hoeven zeker niet de uitslag van de stemmingen te volgen. Zij zijn geen volgers maar leiders en daarom zie ik met groot misprijzen dat sommige supergedelegeerden die eerst hun steun hadden gegeven aan Hillary nu overlopen naar Obama omdat ze bang zijn voor hun eigen herverkiezing nu Obama bij hun achterban zo populair blijkt te zijn. Obama heeft en krijgt nog geen 15% van de trouwe basis van de partij achter zich, dus dat geeft hem geen uitzicht op de nominatie.

Een volledige transcriptie van het diepgaande TV-debat tussen Clinton en Obama in Cleveland op 26 februari (26 pagina’s) vind je hier: http://www.nytimes.com/2008/02/26/us/politics/26text-debate.html?fta=y Daarmee heeft Hillary geen beslissend voordeel gehaald en aangezien ze bieden ongeveer gelijkliggen in de beide grote staten Ohio en Texas waar Clinton met dubbele cijfers moet winnen om weer bij Obama in de buurt te komen, wordt dat geen herstel voor Clinton. Haar firewall tegen Obama zal dus niet werken en wellicht kan Obama, mede door he blunderen van Clinton’s helpers nog flink uitlopen.
Dat zal de enige mogelijkheid zijn voor de Democraten om de verkiezingen te winnen. Wie pleit voor verandering van de regels tijdens het spel en in haar eigen voordeel, zodat de verliezende partij alsnog kan winnen, verliest volgens mij teveel geloofwaardigheid. In dat geval wint McCain en zo is dus Barack Obama de enige die McCain kan verslaan. Aan de andere kant is het wel gezichtsverlies voor de gevestigde orde bij de Democraten als Obama wint van hun gedoodverfde kampioen en wellicht nemen ze dan het verlies van het presidentschap voor lief.