26 mrt. 2010

De onzin moet overboord.



De onzin van een multiculturele samenleving houdt in dat er niet één maar meerdere dwaalwegen worden bewandeld. In wat je een westerse cultuur kunt noemen, leidend tot de scheiding van kerk en staat, ook leidend tot gelijkheid in rechten voor iedereen, tevens leidend tot solidariteit en bestaanszekerheid, alsmede leidend tot conflictbeheersing en democratische besluitvorming, zijn de hoofdstromingen van bestaande religies door de zeef van de Humanistische Verlichting gegaan en men concludeerde toen op rationele gronden dat vreedzame co-existentie vereist, dat men zich van een god, die wil dat andersdenkenden worden vervolgd, geen donder moet aantrekken. God werd ineens liefde, ook flauwekul, maar tenminste redelijk te verteren. De religieuze fun-damentalisten werden overwegend naar de marge der samenleving wegge-drukt, waar ze met rust gelaten worden om in het sop van hun heilig gelijk gaar te koken.
Nu deze cultuur van onderlinge tolerantie geconfronteerd wordt met een religie in haar midden die zich dezelfde tolerantie niet eigen gemaakt heeft, loopt het spaak. Er tekenen zich tegenstellingen af tussen “zij” en “wij”.
Het helpt niet om zogenaamd “politiek correct” te reageren door te zeggen dat we die tegenstellingen niet mogen zien. In islamitische landen is onuitwisbaar geïnstitutionaliseerd dat de Islam superieur is en leidinggevend dient te zijn in alle geledingen van het leven van en voor iedereen en zeker ook voor andersdenkenden, die onderworpen dienen te zijn aan de virtuele superioriteit van de Islam. De Eerste Wet van Pointer luidt: Integratie zonder assimilatie is infiltratie. Met “infiltratie” wordt een vijandige inmenging bedoeld. Moslims die in de westerse cultuur wel integreren, maar vasthouden aan hun religieuze identiteit van virtuele superioriteit, assimileren niet met de westerse tolerantie en wij, westerlingen, kunnen alles tolereren, behalve intolerantie of exclusieve voorrechten van een religieus of raciaal bepaalde bovenklasse.
We weigeren Judaïsten te kerstenen, Katholieken te reformeren, Humanisten te bekeren en we leggen Moslims, Hindoes of Boeddhisten niets in de weg, dus waarom moeten we dan toegeven aan de islamisering van onze westerse cultuur, zodat wijzelf als andersdenkenden worden gedevalueerd tot dhimmies (zie: ahl al-dhimmah)? Daar kan geen sprake van zijn.
Wie enigszins op de hoogte wil zijn van wat er aan de hand is, is wel genoodzaakt de Koran naast de Bijbel te lezen en dat in beide boeken de vervolging en achterstelling van andersdenkenden met nadruk en bij herhaling geboden wordt is onmiskenbaar. Tolerante afwijkingen onder de verschillende smaken van de Islam zijn enkele kleine Alawi en Sufi-sekten die door de meeste moslims niet als vormen van Islam worden erkend. Toen de Alawi Hafez al-Assad president van Syrië werd, was dan ook een grondwetswijziging nodig, omdat de macht tot dan toe was voorbehouden aan erkende Moslims. Die Syrische grondwet van 1973 is tolerant ten opzichte van religieuze, maar niet ten opzichte van politieke afwijkende ideeën. Geen bemoedigend voorbeeld. De Islam is dus in geen enkele van haar talloze verschijningsvormen tolerant ten opzichte van andersdenkenden en dat zien we bij joden en christenen in de westerse samenleving anders.
Voorts is er ook iets fundamenteel mis met de Islamitische vrede en liefde.
Net als in het Jodendom en in het Christendom, wordt in de Islam de liefde van God en de vrede voor alle mensen gepredikt, om aan te geven hoe maatschappelijk aanvaardbaar de Islam zou zijn voor andersdenkenden. In de praktijk van Islamitische landen zien we daar niets van terug, nergens en nooit. In de drie monotheïstische religies gaat het echter altijd om de liefde tot God als de enige zuivere liefde en de onderlinge vrede tussen gelijkgestemden in hetzelfde geloof. Vrede met anderen wordt alleen gesloten in een positie van zwakte der Islam om, zodra de kansen keren, de vredesverdragen te verbreken en de andersdenkenden alsnog te onderwerpen en zo is ontrouw, verraad, leugen en bedrog ten aanzien van andersdenkenden niet laakbaar volgens de islamitische leer. Moslims in Europa, die nog nooit een letter in de Koran gelezen hebben, omdat ze het Arabisch niet meester zijn, stellen dat Is-lamisering van het continent zal plaatsvinden via het consultatiebureau, doelend op de traditie van zo groot mogelijke Islamitische gezinnen. Zoals gezegd zijn de hoofdstromen van Jodendom en Christendom door de zeef der Humanistische Verlichting gegaan, maar dat geldt vooralsnog niet voor hoofdstromen in de Islam en dat maakt het grote verschil.
Om tegenwicht te bieden aan de Islamitische claims die Islamitische normen en waarden leidend moeten maken, wordt in de westerse wereld wel aangevoerd dat de westerse rechtscultuur van joods-christelijke oorsprong is. Dat kan niet waar zijn, omdat dan de scheiding van kerk en staat en zelfs enige godsdienstvrijheid niet mogelijk zouden zijn geweest. Onze rechtscultuur is gebaseerd op Romeinshumanistische principes. Ook de joods-christelijke pretenties zijn bedoeld om daaraan enige superioriteit te verlenen, maar dat is op niets gebaseerd. De democratische rechtsstaat is per definitie seculier.
Om nu niet te vervallen in contraproductieve populistische onzin, zoals het volledig verbieden van hoofddoeken of het bannen van de Koran, teneinde daarmee de islamisering van ons land tegen te gaan, zullen we een andere duiding moeten geven aan de westerse cultuur van democratische rechtsstaten en men kan moeilijk inzien dat daar een betere basis voor is dan de Universele Verklaring van De Rechten van de Mens (1948) en de daarop gebaseerde internationale verdragen. Dat opnemen in een amendement op de Grondwet is afdoende, omdat dit, zonder Moslims als medeburgers te discrimineren, alle vormen van Shariah en andere onderdrukkende gebruiken, zoals de achterstelling van andersdenkenden, buiten de wet plaatst. We gaan dan over van de multiculturele status naar de universele cultuur waarin het feit dat iedereen voor de seculiere wet van het land gelijk is onwrikbaar vastligt.
Voorts zullen alle tekenen en daden van weerstand en alle pogingen tot weerstand en terreur tegen deze universele cultuur streng gestraft moeten worden. Met handhaving van bestaande wetgeving kan niet worden volstaan.
In beginsel zal dat erop neerkomen dat de politieke implicaties en de maat-schappelijke derivaten van de Islam, zoals bijvoorbeeld eerwraak, besnijdenis of rechtsongelijkheid, ook in de persoonlijke levenssfeer, worden verboden. Dit komt met name ook de bescherming van religieuze bekeerlingen en afvalligen ten goede. Hetzelfde geldt voor de bescherming van de homoseksuele medemens. Vrijheid van godsdienst is dan beperkt tot vrijheid voor zover de wet dat toelaat, niks nieuws dus, want het massaal vermoorden van andersdenkenden was toch al strafbaar, maar het is wel een noodzakelijke aanscherping van dat idee.
Om een voorbeeld te geven van waarover tot op heden nog verschillend gedacht kan worden, nemen we het begrip democratie. In het democratische proces zal een meerderheid doorgaans richtinggevend zijn tot de kiezers een andere richting aangeven. Gegeven het feit dat de islam leert dat iedereen in feite moslim moet zijn, komt het recht om namens een meerderheid een Islamitische staat te regeren uitsluitend aan moslims toe en dat noemt de moslim dus doodleuk democratie, die bovendien onder de controle moet staan van islamitische schriftgeleerden.
In uiteenlopende constellaties van islamitische staten, zoals Iran enerzijds en Marokko anderzijds, ziet men dit beeld. De Marokkaanse oplossing is dat iedereen die van Marokkanen afstamt, van de ene generatie tot de andere Marokkaan is en blijft en zo kent de Marokkaanse regering aan aparte minister om die Marokkanen in het buitenland te regeren.
Turkije hanteert vergelijkbare regels, met name ten aanzien van de militaire dienstplicht en de eis dat op buitenlandse universiteiten met Turkse studenten het Turks één van de voertalen moet zijn naast de taal van dat land zelf. Dat Duitsers wordt toegestaan in Duitsland Duits te spreken wordt zelfs al als een concessie gepresenteerd.
Wordt Nederland straks wereldkampioen voetballen dan leidt dit tot Marokkaans vlagvertoon.
De koning van Marokko is vanzelfsprekend het hoofd van de Marokkaanse Islam, zoals de hoogste machthebber in Iran een Sji-itische ayatollah is. Nochtans zijn dit allemaal verschijningsvormen van wat moslims democratie noemen.
Een ander voorbeeld is, dat volgens de Islam het recht op bescherming van de vrouw haar de plicht zich te verbergen wordt opgelegd.
Dat er in de wereld dus verschillend en vooral ook verhullend gedacht kan worden over vrede, liefde, democratie en rechten, mag niet tot consequentie hebben dat de universele westerse cultuur ook met deze ambiguïteiten vertroebeld wordt. Waar hebben we het over als een Nederlandse moslima ons verzekert dat zij volledig vrij is in de keuze van een levenspartner maar en passant zich laat ontvallen, dat de keuze uiteraard beperkt is tot kandidaten die door haar ouders worden voorgesteld?
De universele cultuur in westerse samenlevingen is een wervende cultuur die steeds verder en indringender haar invloed doet gelden tot heil van ons allen. Het is dus niet vreemd dat moslims in deze rechtsstaten zich geleidelijk aanpassen om volgende generaties een beter en vrijer leven te verzekeren dan mogelijk is in hun landen van oorsprong.
Wil men leven in een islamitische cultuur dan is er elders op de wereld een keur van landen waarin dat in diverse smaken in de praktijk te vinden is. In onze ogen mag die praktijk daar zielig of achterlijk lijken, maar we moeten hen niet onze waarden en normen opleggen. De Tweede Wet van Pointer luidt dan ook: democratie is een zelfhulp organisatie.

Brief aan een Atheïst


In de eerste plaats wil ik tot uitdrukking brengen hoezeer ik me geborgen en samen met jou vrij voel, door te herkennen wat ons als atheïsten verbindt, door naar de menselijke rede te weigeren ons iets te laten wijsmaken, dat iets, wat wie dan ook ooit eens verzonnen kan hebben, een absolute waarheid kan zijn. Er is geen God en geen leven na de dood, zoals er ook geen leven of enige vorm van bestaan was, voordat we door een willekeurige bevruchting onder een voor ons gunstig gesternte – hopelijk in liefde – verwekt en geboren werden. Hoe prettig het is, dat het leven is beperkt van een zeker begin tot een zeker einde, komt vooral tot uitdrukking in het feit dat er nog nooit iemand voorafgaand aan de geboorte of vanuit totale vergetelheid na de dood daar iets over te klagen heeft gehad en ons lot is derhalve niet erger dan dat van andere en functioneel minder bedeelde zoogdieren. Wij zijn uit stof en tot stof zullen we wederkeren; het is alleen wel jammer dat de boze dus ook niet wordt bestraft met de hel.
Natuurlijk achten wij ons als menselijke soort met recht en rede verheven boven al die andere zoogdieren, omdat we domweg de mogelijkheden hebben om dierlijke soorten (tot op zekere hoogte) te overheersen, dienstbaar te maken of zelfs volledig uit te roeien en we kunnen ad ultimo zo ook onszelf uitroeien, zelfs binnen één dag van technologisch geavanceerde actie, met de totale destructie van alles wat op aarde leeft als oogmerk en met als doel het virtueel gelijk der onwetenden te bevestigen. Dat zou onvergelijkelijk stupide zijn, maar niettemin denkbaar, want geloof is een handicap, in weerwil van onze mogelijkheid om de met elk geloof strijdige realiteit waar te nemen en te begrijpen. De werken ten goede kunnen zo verkeren in de werken ten kwade. Het kwaad komt altijd voort uit domheid.
Zo verzetten veel mensen zich tegen de gegeven eindigheid van het leven en tegelijk kunnen zij juist daardoor uit domheid het continuüm van de natuurlijke balans der voortgaande bestaanszekerheid verstoren.
Terwijl wij ons voortspoeden naar de ondergang is er geen God noch Natuur die medelijden met ons heeft en corrigerend ingrijpt. Er is geen hoger hand dan de menselijke hand der rede. De rede vergaart kennis die de macht moet creëren om het gevaar van verstoring van de balans der voortgaande bestaanszekerheid te keren. Het goede komt dus voort uit kennis en de kennis heeft als haar ultieme doel die voortgaande bestaanszekerheid van het leven, niet alleen het menselijke leven, maar het ook van het totaal in de samenhang der dingen, te verzekeren.
Heel het leven en al het leven concentreert zich op het verzekeren van voortgaande bestaanszekerheid, maar ongelukkigerwijs is het doorgaans ieder voor zichzelf. Ook onze menselijke mogelijkheden zijn daar dienstbaar aan, maar uit domme wellust en blinde hebzucht kunnen die ook gebruikt worden ten kwade. De natuur, inclusief onze menselijke mogelijkheden, geeft ons genoeg voor de voorzieningen die we nodig hebben, maar voor hebzucht is er nooit genoeg en die verstoort de balans der voortgaande bestaanszekerheid van het geheel. Dat kan ons het gevoel geven dat we in een vijandige wereld leven, dat alles en iedereen tegen ons is. Het brengt ons mogelijk tot ultieme domheid door te denken dat alles wat goed is voor een ander ten koste gaat van onszelf, wat niet waar kan zijn vanwege onze afhankelijkheid van de uitgebalanceerde, voortgaande bestaanszekerheid van het geheel.
Zoals wij een unieke rede en kennis hebben, zo hebben we ook de unieke domheid en het geloof in een hogere macht die tot het goede werkt en ons redden kan uit noodsituaties als wijzelf tekort schieten.
Door onze unieke rede en kennis zijn we ertoe veroordeeld ons lot in eigen hand te nemen, omdat we – anders dan elk andersoortig leven – enigszins in de toekomst kunnen kijken en volkomen nieuwe, voorheen onbekende, dreigende gevaren van onbalans detecteren, hopelijk op tijd om met onze steeds maar toenemende kennis en vaardigheden de juiste maatregelen te nemen.
Dit alles in het bewustzijn van welbegrepen eigenbelang. Wellicht kan de natuur ook wel zonder mensen voortbestaan, ons overleven en zelfs beter floreren, maar we willen er graag bijblijven en klaarblijkelijk zullen we dan verschrikkelijk ons best moeten doen. Het is niet anders en als mensheid in haar geheel schieten we vooralsnog tekort.
Dat dwingt ons alle menselijke mogelijkheden te optimaliseren en ten goede aan te wenden. Wij kunnen ons geen verspilling van talent en kracht bij man, vrouw, kind of grijsaard veroorloven. Daartoe moet ook de menselijke domheid van elk godsgeloof door middel van kennis en rede volledig worden uitgeroeid. Ook de achterlijkheid die door het geloof in stand gehouden wordt en de rede en kennis verduistert, kunnen wij ons niet langer permitteren.
Tegelijk dringt zich de werkelijkheid van onze individuele eigenheid op om ons te behoeden voor de domheid in vrijwel anonieme collectiviteit te gelo-ven, wat tot een ideologie leidt die reeds gebleken is onwerkbaar te zijn. Juist het persoonlijk streven naar optimalisatie van de eigen mogelijkheden is ons sterkste motief, medebepalend voor de kwaliteit van ons individuele leven. Je hebt maar één kans om van je leven iets te maken wat de moeite waard is, want je kunt het nooit meer overdoen en achteraf is er ook niets goed te maken.
Het geheel kan zeker meer zijn dan de som der delen, maar voor het creatieve proces is groei in eigenheid en diversiteit een absolute noodzaak. Er moeten nieuwe wegen gevonden worden om de nieuwe uitdagingen van de voorzienbare toekomst der mensheid aan te kunnen. Creatieve individuen zullen daartoe de aanzet moeten geven met frisse ideeën, gevolgd door controle van beproeven en uitbalanceren om het kaf van het koren te scheiden. Wat werkbaar en deugdelijk blijkt kan dan collectief geïmplementeerd en geoptimaliseerd worden.
Dit creatieve proces van een borrelende ideeënbron in de ontwaakte mensheid wordt niet verdragen door ideologische of religieuze systemen van samenleven – culturen genaamd – en hier raken oorspronkelijk tegengestelde ideeën van holisme en reductionisme elkaar en vloeien in elkaar over tot een aanzienlijke uitbreiding van ons redelijk voorstellingsvermogen. Niet dat alles in de complexe toekomst maakbaar of voorspelbaar wordt, integendeel zelfs, maar het geeft ons de capaciteit om met de hand aan het roer een vastere koers te varen in de ons omspoelende chaos.
Dat is leuk en prettig.
Anderzijds verdraagt de noodzaak tot mensgestuurde voortgang van gebalanceerde bestaanszekerheid zich niet met enige religie of heersende ideologie, want wat niet bestaat, kan niet blijven en illusie is geen werkbare substantie zoals de realiteit der hanteerbare zaken, waarmee iets zinvols bereikt kan worden. De enige levensvatbare cultuur voor het geheel der mensheid en de samenstellende individuen is een cultuur zonder God en waar God reeds dood is moet het residu ook worden opgeruimd.