2 nov. 2011

De ijzeren wet van de universele natte vinger

Het kon moeilijk anders dan dat het Griekse referendum in het middelpunt van de publieke belangstelling staat, maar dat is niet terecht. De Grieken gaan failliet en dat wisten we drie maanden geleden ook al zeker. Ze hebben het aan zichzelf te wijten en als we een effectieve Financiële Autoriteit in de Eurozone gehad zouden hebben, die met realiteitszin de vinger aan de pols houdt, dan was het of eerder afgehandeld of het zou zover nooit gekomen zijn. Met een economie die slechts 2% van het geheel is, kan Europa het zich permitteren zo'n steek te laten vallen. Dan verspeel je geen geld met het paard achter de wagen spannen, maar je probeert zo'n land achteraf weer op de rails te helpen en dat is een heel stuk makkelijker, dan het gemodder waar we nu naar kijken. Kijk maar waar Polen, Ierland en de Baltische staten vandaan komen. Die zitten nu in de lift.

Om te begrijpen waarover het gaat, moeten we onderscheiden dat je een virtuele en een werkelijke economie hebt. De virtuele economie is die van het financiële systeem dat veel aan speculatie overlaat.
De reële, of effectieve economie is de bedrijvigheid die echte producten zoals voedsel, kleding, huisvesting, energie, infrastructuur, bescherming, educatie en wetenschap voortbrengen.
De virtuele economie brengt helemaal niets voort, maar is zelf een voortbrengsel, oorspronkelijk bedoeld om het makkelijker te maken echte producten voort te brengen. Toch noemt men, geheel ten onrechte, allerlei soorten van lenen en verzekeren ook "producten" en op geen andere grond dan dat het geld opbrengt of geld kost. Degene die daarvan profiteert doet er zelf in feite niets voor. Je stelt alleen beschikbaar wat je hebt en als je niks hebt en ook niks kunt, krijg je met hetzelfde minimum aan inspanning een andere en doorgaans veel lagere uitkering.
Een bijstandsuitkering brengt ook geld op, zonder dat iemand er iets voor doet.
Dat is mooi, want in beide gevallen wordt voorkomen dat zulke nietsdoeners, met hun kindertjes erbij, liggen te sterven in de goot en het duurt vrij lang voordat de restanten zover vergaan zijn dat je er makkelijk overheen stapt. Zeg nu zelf, dat publieke sterven is toch, afgezien van de stank, niet om aan te zien? Als je hun leven niet onderhoudt door in de kosten daarvan te voorzien, kosten ze meer aan narigheid die ze veroorzaken en het beheersen en opruimen daarvan.
De rechthebbenden op zulke uitkeringen dragen in zoverre nog bij aan de economie, omdat ze ook consumenten zijn van echte producten. Zonder consumptie heeft productie geen zin, maar consumenten die zelf echt iets produceren wat geconsumeerd kan worden zijn uiteraard meer waardevol, vooral als ze meer produceren dan consumeren. Daarmee helpen ze de economie en economie gaat over de verdeling van de beschikbare schaarste aan goed dat we nodig hebben, zoals voedsel, kleding, huisvesting, energie, infrastructuur, bescherming, educatie en wetenschap.

Dat is de basis, maar welvaart bestaat uit meer, zoals alles wat we prettig vinden, gezondheid en andere producten die bijdragen aan de kwaliteit van leven.
De westerse wereld is doortrokken van gemak en vermaak omdat de basis, die maar al te vaak verkregen is met behulp van roof en uitbuiting, veel te vanzelfsprekend is geworden.
Zouden we daar niet eens wat beter over moeten nadenken?
Neem als voorbeeld de stichting van kolencentrales bovenop onze nationale gasbel. Die kolen zijn goedkoper aan te voeren vanuit het andere eind van de wereld, dan dat we het gas onder onze voeten oppompen. Dat komt omdat die kolen goedkoop uit de grond worden gehaald door slaven met een gemiddelde leeftijdsverwachting van dertig jaar, waaronder veel kinderen, nadat die grond verkregen is door moord en terreur.
Zodoende komen wij voordelig aan de energie die we nodig hebben en verdienen we ook nog geld als aandeelhouders van de bedrijven die deze VOC-mentaliteit ontplooien.

Het geheel van al dit soort activiteiten in de echte en de virtuele economie die winst opbrengen, wordt opgeteld en dat is dan het Bruto Nationaal Product (BNP), internationaal afgekort als GDP. Bij het GDP gaat het dus niet om wat je kunt consumeren, dus wat je eraan hebt, maar om wat je omzet. In de economie is het GDP een centrale waarde, geheel ten onrechte.

Kijk bijvoorbeeld naar de enorme olieramp in de Mexicaanse Golf. Alle maatregelen daartegen zijn activiteiten waarvan de omzet wordt opgeteld in het GDP. Maar de echte schade wordt niet afgetrokken. Neem anders de kernenergie als voorbeeld. Wat eraan omgezet wordt telt mee voor het GDP, maar de kosten die te hoog zijn om te becijferen, zoals de kosten van het schadeloos maken van kernafval, worden buiten beschouwing gelaten. Het probleem van kernafval is onoplosbaar, want de kosten zijn altijd hoger dat het hele GDP tezamen. Als je het gaat uitrekenen, houd je halverwege op, omdat je dan al ziet dat het niet betaalbaar is. Daarom zal het probleem ook nooit opgelost worden. Niemand heeft ooit uitgerekend hoeveel het kost om het afval van één kerncentrale restloos schadevrij te maken, zodat je een zakje van dat spul gerust als hoofdkussen gebruiken kunt.

Dezelfde onverschilligheid zie je bij het verhandelen van rechten om CO2 uit te stoten. Je kunt voor dat geld bomen laten planten, zeggen ze. Bomen nemen CO2 op, dus dan ben je het kwijt. Dat is niet waar, want als die bomen volwassen zijn, valt er minstens zoveel afval af als er aan nieuw loof en hout bijkomt en dat kost zuurstof voor het rottingsproces waarbij CO2 vrijkomt. Alleen jonge bomen nemen tijdelijk meer CO2 op dan ze zelf produceren en als je het jonge hout regelmatig kapt, levert verwerking daarvan ook weer CO2 op. Dat systeem is niet anders dan het tijdelijk parkeren van het probleem, zonder het probleem echt op te lossen. De gang van zaken komt pas weer wat in evenwicht als we geen slapende voorraden koolstof en methaan in de buitenlucht loslaten. Intussen wordt de handel in uitstootrechten opgeteld bij het GDP. De schade blijft buiten beschouwing.
Zo kan het GDP enorm groeien in een land dat geteisterd wordt door grote rampen. De USA zijn daar een goed voorbeeld van, maar de groei van het GDP daardoor is natuurlijk niet een echte toename van welvaart. Het is puur denkbeeldig, virtueel dus. Een nieuwe rage is de productie van ethanol wat dan groene energie wordt genoemd. Of je nu fossiele planten of nieuwe planten omzet in energie voor auto's en dergelijke, de uitstoot van broeikasgas wordt er niet minder van en er moeten onmisbare oerwouden voor gekapt worden om de grondstof te kweken.

Een derde voorbeeld is de zeepbel van de huizenhandel. De echte waarde van een huis bestaat uit de kosten van de grond en het bouwrijp maken daarvan, plus de kosten van de bouw. Afgezien van grondspeculaties, als je uitgaat van een gemiddelde grondprijs, kost het bouwen van een huis slechts een kwart van de marktwaarde, omdat de marktwaarde door speculatie en uitbuiting is opgedreven. Tot voor kort werd een huis ieder jaar meer waard en geloofden de mensen dat dit eindeloos zo zou doorgaan, wat een volstrekt idiote veronderstelling is. Maar banken gaven hypotheken van meer dan 100% om die huizen te kopen om de speculatie aan te jagen. Als je de hypotheeklast niet meer kunt betalen, ga je dus niet goedkoper wonen, maar neem je een hogere hypotheek op basis van de inmiddels gestegen marktwaarde en je hoeft niks af te lossen, omdat je hypotheekrenteaftrek hebt. Je hebt alleen weer geld om de rente te betalen voor een steeds grotere schuld. Je vult het ene gat met het andere en dat kan op termijn nooit goed gaan. Maar die economische activiteit in hogere bedragen wordt positief bijgeteld bij het GDP. Het GDP bestaat dus voor een groot deel uit illusie, temeer daar de prijs van het huis het voordeel van de hypotheekrenteaftrek opslurpt. In landen zonder dit verschijnsel, maar met een vergelijkbaar welvaartspeil, zijn dezelfde huizen goedkoper.

Nu is binnen de EU bepaald dat de lidstaten niet meer dan een bepaald percentage ven het GDP aan nationale schuld mogen hebben en in ieder geval mag de staatsbegroting geen groter tekort dan drie procent van het GDP hebben. Dat maakt alle macro-economische politiek een ambacht dat met de natte vinger bedreven wordt.

Tegelijk wordt er onnoemelijk veel verspild, terwijl het voor de hand ligt dat je gebruikt wat gratis voorhanden is. Bijvoorbeeld wind- en zonne-energie. Die grondstof is gratis en er is geen afval. Dus hoor je een enorme lijst van bezwaren waarvan de meest idiote is dat deze vormen van energie slechts voor zo'n klein deel in de behoefte voorzien. In de jaren '70 verklaarde ook iedereen mij gek omdat ik zoveel aandacht gaf aan het werken met computers. Dat was slechts een rage dacht men en het zou wel weer overwaaien. Een eeuw eerder dacht men net zo over treinen en auto's, dus het conservatisme ging tegen beter weten in en gaf een hoop vertraging van de ontwikkelingen. Tegenwoordig zien we dat alles in een onleefbare chaos verkeert zonder die mobiliteit en informatiesystemen.
Een andere uitvlucht is dat het niet altijd waait en de zon ook niet altijd schijnt maar dat is een dooddoener omdat we allang over de goedkope technieken beschikken om energie te reserveren voor die pauzes in de aanvoer, zodat de consumptie ervan op een gelijkmatig niveau kan doorgaan, zelfs bij de wisseling der seizoenen.
De overcapaciteit van zon en wind is zo groot dat we niet alleen ons energieprobleem definitief kunnen oplossen, maar dan nog overhouden om goed water uit de oceaan te maken, voldoende voor iedereen en voor alle landbouwproducten die we nodig hebben. We kunnen er ook pompen mee aandrijven en zo kunnen we woestijnen weer vruchtbaar maken zonder rivieren droog te laten vallen.
Ook kunnen we alles gebruiken wat we na het zuiveren van oceaanwater overhouden. Van sommige componenten kunnen we zelfs al meteen heel gezond en smakelijk voedsel maken en het leukste is eigenlijk dat heel veel mensen dan iets te doen hebben wat leuk, gezellig, heel nuttig is en nog behoorlijk kan worden betaald ook. Dan heb je veel meer consumenten die iets te besteden hebben en zo verdien je alle kosten weer terug.

Wat wij zien is dat we na het stenen tijdperk, het bronzen tijdperk en het ijzeren tijdperk langzamerhand overgaan in het informatietijdperk. Wat er allemaal mogelijk is zonder ijzer met handen te breken, zal door de toevloed en distributie van informatie doorbreken en een kans krijgen zichzelf te bewijzen. Dat in de Europese en Amerikaanse conservatieve politiek alles op alles gezet wordt om op onderwijs te bezuinigen onder het motto dat niemand meer kans op verstandelijke ontwikkeling mag hebben dan een geboren idioot, zal niet veel helpen. We zullen nog door een diep dal van totale verpaupering en verloedering moeten om van die conservatieven af te komen, maar dan zullen Afrika en Azië ons helpen om onze veerkracht te hervinden.

Niet onze kinderen noch onze kleinkinderen maar pas onze achterkleinkinderen of de kinderen daarvan zullen ons niveau van welvaart hervinden, omdat wij nu, net als de Grieken, weigeren te doen wat noodzakelijk is. We gaan liever uit van onze misplaatste illusies en de natte vinger dan van de realiteit.

Het makkelijkste van een probleem is de oplossing ervan en die ligt voor de hand. Het is hard werken met realiteitszin in plaats van illusie, religie of ideologie. Dan komt alles direct goed.