13 apr. 2010

De Ultra-Rechtse Opmars



Het verkiezingssucces van extreemrechts in Hongarije is een schok voor het democratische Europa, maar absoluut geen op zichzelf staande verschijning. De 16,7% voor Jobbik (vertaald: De Betere) maakt deel uit van een reeds lang opkomende trend van ultrarechtse partijen, die behalve ideologische overeenkomsten ook aanzienlijke verschillen laten zien. De gemeenschappelijke noemer van Jobbik, de Partij voor de Vrijheid, de Lega Nord in Italië, de Perussuomalaiset (vertaald: Echte Finnen) en andere groeperingen van dit soort is de eis van rabiate apartheid ten opzichte van etnische minderheden. De vijandbeelden hebben echter gedeeltelijk ander contouren. Jobbik en vergelijkbare Oost-Europese groepen richten hun haat vooral tegen Roma en Joden. In West-Europa agiteren de rechts-populistische en extreemrechtse groeperingen vooral tegen buitenlanders en Moslims en hoe dat bij de kiezers aanspreekt kan sterk wisselen.
Voor anti-Islam demagoog Geert Wilders en zijn PVV wordt een grote winst voorspeld bij de landelijke verkiezingen in juni, maar anderzijds zijn de resultaten in de polls niet meer zo triomferend sinds in maart de populaire ex-burgemeester van Amsterdam, de sociaaldemocraat Job Cohen, in de verwachtingen omhoog komt en ook in Oostenrijk zullen de rechtse populisten bij de presidentsverkiezingen op 25 april vermoedelijk een klap moeten incasseren. De kandidate van de Freiheitlichen Partei Österreichs (FPÖ), Barbara Rosenkranz viel in de polls van 26% naar 12%. Rosenkranz heeft in maart het wettelijke verbod van naziepartijen uitgedaagd. Door de landelijke opschudding daarover en onder druk van haar eigen partij en moest Rosenkranz terugkrabbelen
De grenzen tussen populistische en extremistische uitgangspunten zijn bij de ultrarechtse partijen vaak vloeibaar. Daaronder valt ook het Hongaarse Jobbik met haar haatprogramma tegen Joden en Roma, de visioenen van een Groot-Hongarije en de SA-achtige marsen van haar “Hongaarse Garde”. Een andere aanwijzing vormen de contacten met de Duitse rechtsextremen waaronder de NPD. Vergelijkbaar brutaal treedt de British National Party op waarvan de leider Nick Griffin in 2009 voorstelde om schepen met Afrikaanse vluchtelingen tot zinken te brengen.
Andere rechtsbuiten partijen geven zich de nodige moeite om een moderner jasje aan te trekken en zelfs een vriendelijke houding aan te nemen tegenover Israël en de Joden, uit berekening, om zo hun haat tegen de Moslims te voeden.
Speculerend op joodse angsten voor islamitische terreur vinden de PVV, het Vlaams Belang en de Duitse Pro-beweging in Nordrhein-Westfalen elkaar in hun moslim-vijandigheid onder verwijzing naar de islamitische terreur. Moslims nemen daarbij de plaats van de Joden in en hun antisemitisme wordt daarmee ontkend, in ieder geval in de openbaarheid. Maar het mechanisme voor het opwekken van angst en haat verandert er niet mee.
In sommige landen lukte het rechts-extremisten om invloed uit te oefenen op de regering. In Slowakije is sinds 2006 de tegen Roma vijandige Slovenská národná strana (Slowaakse Nationale Partij) één van de twee coalitiepartners van de sociaaldemocratische premier Robert Fico. In Denemarken is de conservatief-liberale coalitie van premier Lars Løkke Rasmussen afhankelijk van de gedoogsteun door de xenofobe Deense Volkspartij. Dat was onder zijn voorganger ook al zo en de Dansk Folkeparti dwong een drastische verscherping van de rechten van buitenlanders af. Een ander voorbeeld is, dat dank zij de harde anti-islamitische propaganda van de Zwitserse Volkspartij (SVP) vanaf 2009 de bouw van minaretten in het land der eedgenoten verboden is.
Internationaal werkt ultrarechts nog niet echt lekker samen. In november 2007 stortte in het Europarlement de samenwerking van afgevaardigden uit zeven landen in hun fractie „Identiteit, Traditie, Soevereiniteit” in. Allicht, voor elkaar waren ze allemaal vervloekte buitenlanders.

Geen opmerkingen: