13 apr. 2008

Wie Zijn Schuld Het Is?


Onze economie begint een zorgenkindje te worden en dat hebben we niet verdiend. We hadden de zaakjes goed op orde, hard gewerkt, lonen gematigd, flink ondernemerschap ontwikkeld, geen begrotingstekorten gehad, de nationale schuld teruggebracht en de export overtreft de import. En tóch…
Sommige dingetjes zijn bij ons niet veel anders dan in de VS waar de hypotheekcrisis voor grote problemen zorgt. Wij zitten met de woekerpolissen, maar dat is een veel kleiner probleem en toch is het idee van Larry Summers, een van ’s werelds bekendste economen, dat de huizenmarkt dit jaar wel eens flink onderuit zou kunnen gaan. Tja, dat is wel vaker voorgekomen, bijvoorbeeld eind van de jaren ’70, toen de prijzen van het onroerend goed plotseling haast halveerden. Maar Summers was minister van Financiën in de VS en hoofdeconoom van de Wereldbank, dus kan hij onze situatie dan wel goed inschatten? Het is waar, dat onze huizen te hoog in de prijs liggen, afgaande op wat het kost om een nieuw huis te bouwen, maar dat probleem zou met een gelijdelijke prijsval van hooguit -20% te tackelen zijn en dat is een strop, maar er vloeit niet meteen bloed uit. Op de meeste huizen zit een hypotheek en die gaat doorgaans niet verder dan 80% van de marktwaarde. Valt die marktwaarde met maximum van 20% en niet meer, dan is dat beperkt, omdat er nog steeds woningnood is en er dus een sterke vraag bestaat, terwijl een prijsval doorgaans ook een tijdelijk verschijnsel is en dan is de hypotheek nog steeds 100% gedekt. Volgens het IMF zijn de huizenprijzen in ons land 30% te hoog, maar dat klopt niet, want ze hebben geen rekening gehouden met ons exotische voordeel van de hypotheekrenteaftrek. Geen reden tot paniek.
Toch zegt Summers, dat de kans op een economische neergang in Europa een stuk groter is dan velen aannemen. Ja, we zijn niet alleen in Europa, hè? In Frankrijk, Italië en Griekenland zijn de zaken minder rooskleurig dan bij ons.
Je weet het niet, hè?
Dat is een flink deel van de rekening, onzekerheid en gebrek aan vertrouwen. Wij vertrouwen er teveel op, dat de banken die de touwtjes in handen houden, uit eigenbelang wel zorgen dat het goed zit en goed blijft. Daar gaan ook de ministers van Financiën en de centrale bankiers vanuit, want ze komen met een stuk op de proppen, waarin dat, nauwelijks verbloemd tussen de regels, te lezen is. Er moet meer openheid, meer transparantie in het geldwezen komen en vooral door te laten zien welke risico’s zij – dus ook wij – met bepaalde investeringen lopen. Het is half werk, maar het kan een beetje helpen.
Het zou beter zijn om de kredietwaardigheid wettelijk te garanderen, door een limiet te stellen aan de financiering van het onderpand. Dat je bijvoorbeeld niet meer dan 80% van de courante marktwaarde aan hypotheek kunt krijgen. Je moet voor andere kredietvormen vergelijkbare normen te ontwikkelen. Als daarover dan de nodige openheid gegeven wordt, keert het vertrouwen vanzelf terug en kunnen we weer groeien. Maar ja, erg doortastend is men nooit in het geldwezen.
Voor de wat langere termijn stellen de G7 voor, de regels, waaraan banken zich moeten houden, aan te scherpen. Aanscherpen van de regels klinkt iets anders dan uitbreiden, want daar kom je, in deze tijd van deregulering, politiek niet verder mee. Nout Welling, de president van de Nederlandse Bank, zei dat hij er vóór deze zomer nog voor zorgt, dat die regels er komen en hij kan dat zeggen, want hij is voorzitter van de club die het klusje moet uitvoeren, om regels voor te schrijven, waaraan banken zich international moeten houden. Ha, een zuinige, strenge Hollander aan het roer. Dat geeft weer wat hoop.
Hoewel het toezicht dus tekortgeschoten is, kun je er moeilijk onderuit, dat niet de toezichthouders, maar de werkelijke actoren verantwoordelijk zijn. Maar pas als je ziet wat die doen, kun je maatregelen nemen.
In de logische volgende stap zien de grote zeven graag, dat het Internationale Monetair Fonds wat meer onderzoek doet naar effecten, zoals van de financiële kredietcrisis, op de economie, want kijk, financiën en economie zijn nog wel steeds heel verschillende dingen, wat niet voor iedereen volkomen duidelijk is. Afijn, daar gaat het IMF dit weekend over nadenken en die jongens en meisjes hebben ervoor doorgeleerd, dus dan komt het wel in orde.
Denk nu niet, dat wij het moeilijk hebben. De voedselprijzen zijn nogal drastisch gestegen en dat is vooral voor arme landen een veel groter probleem, zegt Jaques Diouf, een hoge piet bij de FAO (voedsel- en landbouworganisatie van de VN). Hij is bang dat de reeds begonnen voedselrellen zich uitbreiden en daar gaat de FAO ook een crisisbijeenkomst over houden. Het zou leuker zijn, als hij meer bang was dat meer mensen zo’n honger krijgen, dan dat ze rotzooi gaan trappen. In de VS belanden enkele miljoenen mensen onder de brug en elders begint ordinaire hongersnood de kop op te steken. Krijgen wij dat ook over ons heen? Het is toch om bang van te worden.
Onheilstijdingen, maar die voedselprijzen, dat is uiteraard het echte probleem en dat is moeilijk te vatten. Gaan de voedselprijzen omhoog, als de prijs van huizen gaat zakken?
Ja, dat is zo en dat komt hierdoor: Een huis, nadat het in een faillissement voor een lagere prijs verkocht is, is nog steeds een huis en kan als zodanig gebruikt worden en dus heeft het duurzame waarde. Voedsel, dat opgegeten wordt door een werkloze, is weg en heeft geen economisch rendement. Het rendement van voedsel is arbeidskracht en als die benut wordt, is dat goed voor de economie. Als de prijs van een goed stijgt, is dat doorgaans doordat de vraag groter is dan het aanbod en dat noemen we schaarste. Dat aanbod kan groter worden door meer arbeid en dus meer productie. Daar zijn dan investeringen voor nodig en dus krediet, dat verleend wordt op grond van de waarde van de zaak, het rendement. Maar als de productie toeneemt, gaat de prijs weer zakken en wordt het rendement kleiner en met minder rendement behoort de kredietruimte te slinken. Alles in de economie is dus een kwestie van zorgvuldig balanceren en het eerste wat daarvoor nodig is, lijkt me transparantie, openheid van zaken, een reëel beeld van de werkelijkheid. Dat vinden speculanten, met name de banken, juist helemaal niet leuk en dat houden ze zoveel mogelijk tegen. Met speculatie wordt namelijk het meeste geld verdiend, zonder dat daartegenover enige prestatie staat. Werknemers die wél presteren, worden daardoor werkloos. Dan klapt het kaartenhuis van de economie in elkaar.
Het parasitaire gedoe van speculanten moet je dus uitroeien.

Geen opmerkingen: