14 mrt. 2010

Het non-probleem van de hoofddoekjes, naast de kwaliteit van de volkswil



Terwijl ik mijn vorige post voor dit blog aan het schrijven was, kwam op het kanaal van Politiek 24, dat constant onderaan op dit blog wordt doorgegeven, het non-probleem van de hoofddoekjes voorbij in een discussie tussen Europarlementariërs Louis Bontes van de PVV, Sophie in't Veld van D66 en onze Belgische vriendin Kathleen van Bempt van de SP.a.
NOS-presentator Chris Ostendorf had het netjes voorbereid met een video-fragment, waarin de Europese Commissaris voor mensenrechten e.d. vertelde dat je nog maar eens moet zien of het sowieso mogelijk is een algemeen verbod op hoofddoeken op te leggen, zonder te zondigen tegen de Europese regels. Dat was een verdomd slap statement, moet ik zeggen en de twee dames waren goddank heel wat positiever in hun absolute veroordeling van zo'n idee.
Bonte werd behoorlijk bij de les gehouden en zo bleek waarom de PVV de discussie schuwt, want er werd zonder meer - dus zonder schelden of vervloeken of vertekening van feiten - voorbeeldig de vloer met hem aangeveegd, gewoon met doorslaggevende argumenten.
Kijk, zei de armzalige Bonte ongeveer, we hoeven niet uit de EU als we gewoon die hoofddoekjes mogen verbieden in ons land en hij beriep zich daarbij op de autonome status van onze natie. Maar hij liet er geen twijfel over bestaan, dat verdragen zouden moeten worden opgezegd, indien de Europese regelgeving een algeheel verbod op hoofddoekjes in de weg zou staan. Dat we daardoor op afzienbare termijn geen van allen, voor zover we niet met buitensporige rijkdom bedeeld zijn, meer dan een hoofddoekje zouden hebben om onze schaamte mee te bedekken, kon hem geen donder schelen.
Liever een volk in hongersnood zonder hoofddoekjes dan een welvarend volk met hoofddoekjes. dat is de keus van de PVV. Maar ieder redelijk denkend mens weet allicht wel dat het tot die keus niet zal komen.
Kathleen en Sophie hielden hem heel nuchter voor dat hoofddoekjes het probleem niet zijn. Dat is onrealistische symboolpolitiek, zeiden ze en daarin hoorde je duidelijk dat zij heel wat betere contacten met hun islamitische seksegenoten en hun autochtone buren hadden. De echte rotzakken zijn opgeschoten rovende en geweld plegende jongeren van allerlei slag die zelf geen hoofddoekjes dragen. Het echte probleem is ook dat veel islamitische vrouwen niet integreren en emanciperen door armoede en andere achterstanden en dat een verbod op hoofddoekjes hen nog verder zal isoleren. Ze mogen dan niet eens meer naar buiten, want van de islam kun je niet verwachten dat op bevel van de PVV de islamitische gebruiken worden afgeschaft. Dat is in vroeger eeuwen met het katholicisme ook niet gelukt. Verbied religieuze symboliek en uitingen in het openbaar bestuur en dat niet alleen voor moslims, dat is redelijk en dus haalbaar, maar verder niet, vindt onze Belgische vriendin Kathleen van Bempt en naar ik hoop en verwacht is dat ook het meerderheidsstandpunt van de Nederlandse bevolking. Wij zijn vrijwel allemaal tegen iedere aantasting van onze integriteit, aantasting van onze vrijheid en veiligheid, net als Job Cohen.
Persoonlijk zou ik de vrijheid van godsdienst willen limiteren tot datgene wat steun vindt in onze seculiere wetgeving, dus geen product aanbieden als een eeuwig zalig leven na de dood, terwijl je dat niet leveren kunt, als de termijn van garantie definitief verstreken is. Fraude en seksueel misbruik zijn wettelijk verboden en ik zie niet in waarom juist kerkelijke organisaties daarvoor niet vervolgd kunnen worden, zonder dat he je tot klassenjustitie vervalt. Als atheïst ben ik tegen ongelijkheid in rechten terwijl iedere gelovige een denkbeeldig superieur gelijk ontleent aan een bij elkaar gefantaseerd virtueel Godsidee. De leidende positie van dit waanidee moet worden afgeschaft en anders is er van een echte scheiding van kerk en staat nog steeds geen sprake.
Dat de Grondwet het recht garandeert door indoctrinerend onderwijs de jeugd te hersenspoelen en op het verkeerde been te zetten, zoals ik dat zelf heb moeten ondergaan en te boven moest komen, is natuurlijk regelrecht een schande. Ik erken dat mij door fantastisch goede voorbeelden een uitweg is gewezen maar dankbaarheid is echt teveel gevraagd. Dankbaarheid is een religieuze afgod evenals kuisheid en gehoorzaamheid. Zij, die goede voorbeelden, zullen het met mijn erkentelijkheid moeten doen. Meer heb ik niet in de aanbieding, want iedereen moet zelf uitzoeken wat de best verantwoorde levenswijze is en zichzelf onbevreesd en voortdurend ter discussie stellen, mogelijk met een glimlach voor het eigen niet al te zwaar wegend falen. Nee, je kunt niet overal verschillend over denken. Als het niet positief werkt is het sowieso niet goed en wat dat betreft kun je niet pragmatisch genoeg zijn. Ik ben zelf niet anders dan een naturist, humanist en atheïst, maar zeker geen non-conformist, omdat ik denk dat mijn directe omgeving natuurlijke en begrijpelijke grenzen stelt aan mij, om me nog verstaanbaar en begrijpbaar te houden of te maken en onderlinge communicatie op dat niveau is de bloedstroom van het leven.



Voorloper op dit gebied was de stichter en voorganger van D66. Dan heb ik het over Hans van Mierlo, verguisd om zijn diepgaand intellect en enthousiast gevolgd om zijn retorische kwaliteiten, maar hoe dan ook, net als ik, geplaagd door de onmogelijkheid om je met erkende dominante welsprekendheid buiten het intellectuele milieu verstaanbaar te maken voor het hele volk. Wat waardevol voor de mensen is, wordt niet door democratische verkiezing bepaald. Je kon zijn retoriek meeslepend en inspirerend vinden zonder dat het enige invloed heeft op de Ajax-fan die vindt dat Rotterdam subiet en totaal ontvolkt moet worden, waarvoor ik nog enig begrip kan opbrengen, omdat Rotterdam bij Ajax komt roepen: "Hamas Hamas, Hamas, alle joden aan het gas!"
Per definitie is de massa in onze samenleving een verzameling van het gepeupel, het grauw, het tuig van de richel en het gemene volk, slechts omgeven, mogelijk zelfs slechts gedeeltelijk omgeven, door een flinterdunne schil van beschaving die ontzettend makkelijk beschadigd en verscheurd kan worden door populistische barbarij. De verheffing van al dat volk door permanente educatie, om die schil van beschaving duurzaam te versterken, zou nog steeds het meest zwaarwegende argument moeten zijn om de sociaaldemocratie te steunen, maar met het afleggen van die ideologische veer heeft zelfs de sociaaldemocratie zichzelf in gebreke gesteld en het enige alternatieven zijn de ellebogen van omhoog vallende non-valeurs, de graaicultuur van de vrije jongens en het recht van de sterkste, kortom het teloorgaan van gedeelde zeden en moraal in het samenlevingsproces. Waar God het liet afweten als bron van alle normen en waarden kon de secularisatie niet zo gauw een samenbindend normenpatroon ontwikkelen om de oude normen met een breed draagvlak te vervangen. Een imposante gebouw van universeel normbesef, zoals het Humanistisch Verbond veronderstelde, bleek in de praktijk een gammel werkje dat verwaaide in de storm van non-conformisme, die in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw woedde. Sociale controle bestaat niet meer, of alleen nog in geïsoleerde restgroepen en onder even geïsoleerde groepen van nieuwe Nederlanders. Qua ethiek hebben we nauwelijks meer te bieden dan wat die laatsten meebrengen uit hun land van herkomst. Van Mierlo's laatste jaren zullen daarom niet zijn vrolijkste zijn geweest. Slechts 2% van de bevolking is lid van een politieke partij, waardoor iemand die iets in z'n mars heeft met een eenmalige hink-stap-sprong al volksvertegenwoordiger of minister kan worden en tegenwoordig zonder daarvoor grenzen te verleggen, maar als je echt verstandig bent of een concrete roeping hebt, vanwege specifieke kwaliteiten of geërfde verantwoordelijkheid - afmaken wat je vader of opa begonnen is - ga je natuurlijk niet in de politiek. Het is een slangenkuil.

Van Mierlo wilde van D66 een partij maken die een voorbeeld moest zijn voor de andere en daarmee zichzelf overbodig zou maken, naarmate die andere het voorbeeld van de directe en participerende democratie zouden navolgen. Maar dat navolgen kwam er niet van door de gevestigde belangen der regenten en veel participatie in democratische processen verzandde in oeverloos geouwehoer. De huidige regentenklasse kan ook niet omgaan met het idee van een volksraadpleging, wat overduidelijk bleek met het referendum over de "Europese Grondwet" die in feite helemaal geen grondwet was en veel te ingewikkeld om een simpel voor of tegen te vragen. D66-er Laurens-Jan Brinkhorst ging daarbij totaal over de schreef met zijn bangmakerij dat een "nee" van Nederland direct al fatale gevolgen zou hebben, alsof we dan van de rest niet meer mee zouden mogen doen. Zelfs als je alles ervan begreep, kon je niet eenvoudige overal voor of overtal tegen zijn en meer smaken waren er niet. Tja, dan werkt de vertegenwoordigende democratie wel beter, maar het moet natuurlijk ook anders kunnen. Als de vraagstelling helder en eenduidig is, kan daar best punt voor punt apart een volksraadpleging op worden losgelaten en verder kan de participatie in de politiek op lokaal niveau ook sterk verbeterd worden. Dat werkt dan vanzelf wel landelijk door.
Ik herinner me dat ik in de jaren 70 participeerde in een interdepartementale werkgroep over de herstructurering van het kunstonderwijs waarbij we ons rapport eerst lieten rondgaan bij alle betreffende instituten om erover te stemmen en dat was gauw klaar want iedereen was domweg ertegen. Maar dat was in een sfeer van totale gekte van uitsluitend misverstanden en oneigenlijke gronden. Men had het rapport kennelijk niet gelezen. Tja, als je mee wilt praten moet je wel weten waarover het gaat, dacht ik. Daarom stelde ik een nieuwe stemmingsronde voor maar beperkt tot diegenen die een aantal vragen goed konden beantwoorden wat zonder lezing van het rapport niet mogelijk was en zie daar, toen was iedereen ervoor en werd het rapport vanwege dat brede draagvlak door de regering aanvaard en tot richtsnoer van beleid verklaard. Uiteraard waren alle inspanning en kosten uiteindelijk voor niets, want de volgende bewindspersonen lazen het rapport ook niet - wegens drukke werkzaamheden en andere prioriteiten - en waren er dus evengoed weer tegen tot alles definitief vergeten was. Zo zijn er momenteel nog maar een stuk of vier behoorlijke opleidingen en de rest, ongeveer twintig instituten, is een inferieur zootje met volkomen misplaatste HBO-pretentie, waar je echt geen vak kunt leren en buitendien is het volkomen onmogelijk om een professionele opleiding in enig kunstvak samen te persen in drie studiejaren en een eindexamenjaar. Je moet dus eigenlijk twee opleidingen na elkaar volgen om in de praktijk een beetje beslagen ten ijs te komen. Het is een probleem dat in het geheel van onze samenleving betrekkelijk marginaal is, maar nog net niet zo uiterst marginaal als het hoofddoekjes probleem.