6 apr 2008

Hillary "scatterbrain" Clinton: "No Pledged Delegates"


De voormalige senator John Melcher had geen haast om partij te kiezen tussen Hillary Clinton en Barack Obama, totdat hij de laatste maand, toen de voorzitter van de Democratic National Committee Howard Dean de superdelegates opriep een beslissing te nemen voor 1 juli.
"So after two days of that, I agreed with him that maybe I should, so I did," said Melcher, who announced Wednesday that he will support Obama, based on the candidate's early opposition to the Iraq war.

Pointer is wat sceptisch over zulke “redenen”. Goed, Clinton zat fout met haar steun aan de militaire roofoverval op Irak, maar daar is ze inmiddels op teruggekomen en inhoudelijk zijn de verschillen niet groot. Het gaat om het karakter en de instelling van de kandidaten der Democratische Partij, niet om de politieke verschillen.
Melcher en een handjevol hoog geprofileerde Democraten hebben onlangs kleur bekend in de wedstrijd om de presidentiële nominatie. Weinig van de andere supergedelegeerden blijken vóór de voorverkiezingen in Pennsylvania op 22 april daarin mee te gaan en veel daarvan hebben gezegd te willen wachten tot de voorverkiezingen allemaal voorbij zijn in juni. Pas dán zullen zij hun keus bepalen.
Veel van de ongeveer 320 partijleiders en gekozen officials, die nog niet gekozen hebben, geven een aantal verschillende redenen daarvoor. Ze kunnen moeilijk kiezen tussen twee goede kandidaten (een slijmerig rotsmoesje); ze willen zich niet tussen de vrije beslissing van kiezers en hun favoriete kandidaat indringen (een nog wat slapper argument) of ze denken dat de verlengde verkiezingsstrijd juist goed is voor de partij. Dat is volgens Pointer een interessant gezichtspunt.
“Er is heel wat gaande in de kookpot van de strijd tussen beide kandidaten, wat op de langere termijn goed kan uitpakken,” zegt senator Sherrod Brown uit Ihio, die nog geen kleur bekend heeft en hij wijst daarbij op de 26.000 nieuw geregistreerde Demokraten in zijn Cuyahoga County in Ohio. “Nee, ik heb geen haast.”
Maar andere Democraten van de hoogste rang hebben wel haast, omdat ze bang zijn, dat de strijd in de voorverkiezingen de positie van de kandidaat algemene verkiezingen kan aantasten en daarmee ook de kans van de partij tegen de Republikein, senator John McCain uit Arizona, die de nominatie officieus al op zak heeft en dan zijn er ook nog gelijktijdig de congresverkiezingen met alle campagnes daarvoor.
“Wat je nu ziet, is, dat er verdeeldheid gezaaid wordt, die wellicht moeilijk goed te maken is,” zegt afgevaardigde Chris Van Hollen, voorzitter van de Democratic Congerssional Campaign Committee. “Wij zouden een betere positie hebben, als we de aandacht van het publiek zouden richten op McCain, in plaats van op de verschillen tussen onze twee kandidaten voor de nominatie, waardoor de uiteindelijke nominee kan worden geschaad.”
“Ik wil ook niet meemaken, dat onze congreskandidaten en passant schade oplopen,” voegde hij nog toe. “Indien het enthousiasme en de energie van de kiezers opraakt, hebben we een probleem.”
De laatste supergedelegeerden hebben zich voor Obama verklaard, die stilaan bezig is zijn achterstand in steun van de partijelite in te halen, maar Obama’s voorspoed heeft zich niet zo snel ontwikkeld, als velen hadden verwacht, na zijn krachtige overwinningenreeks van superdinsdag van 5 februari en vervolgens met 11 overwinningen op rij.
Vanaf vroeg in december hebben supergedelegeerden zich achter beide kandidaten geschaard. Hillary Clinton had darbij direct een grote voorsprong. In maart zijn er voor Obama 14 bijgekomen, terwijl Clinton er 9 bij kreeg, waarmee de stand respectievelijk op 221 tegen 251 is gekomen.
Volgelingen van Clinton zeggen, dat het komt, doordat Obama verloren heeft in Ohio en Texas, sommige diehards noemen daar ook Florida en Michigan bij, maar dat geeft een vals beeld, omdat beide laatste staten gediskwalificeerd zijn wegens het schenden van de regels en in Texas heeft Obama zelfs overall gewonnen door zijn overwicht in de caucusses. De Billarygang heeft een speciale manier om kiezers niet mee te tellen, die netjes gestemd hebben en kiezers, die gediskwalificeerd zijn door de regels te overtreden, juist wel nee te tellen. In Michigan, bijvoorbeeld, kon de kiezer niet eens op Obama stemmen, omdat hij niet op de lijst stond. Dat zet voor Hillary natuurlijk geen zoden aan de dijk, maar het verzacht het beeld, dat langzamerhand voor Clinton hopeloos is geworden. Om nog gelijk te komen, moet ze in het vervolg alleen nog maar enorme overwinningen boeken, met een verschil van meer dan 20%.
Maar..., door vol te houden dat Obama ook in Texas verloren heeft, wordt de suggestie gewekt dat Obama in de algemene verkiezingen geen kans maakt, ook weer met de redenering dat stemmen, die in de kleinere staten worden uitgebracht, eigenlijk niet geteld hoeven worden, nog afgezien van hun idee dat racisme ook afgestraft moet worden, dus als een zwarte op de zwarte Obama stemt. Een zwarte is alleen geen racist als hij/zij op een blanke stemt. Dat is het idee en nieuw geregistreerde Democraten mogen volgens Clinton ook niet meetellen, want die behoren nog niet tot de vaste kern van de partij. Aldus gaat Hillary Clinton in haar eigen redenering stevig aan de leiding en nu heeft ze ten overvloede er nog iets bij bedacht.
Als op grond van de stemmenverhoudingen gedelegeerden aan verschillende kandidaten worden toegewezen, (ze noemen dat pledged delegates) kunnen die gedelegeerden best op de conventie voor de andere kandidaat stemmen. Daarmee is de kiezer in de voorverkiezingen dus geheel uitgeschakeld. De gedelegeerde wordt niet meer gedelegeerd maar losgelaten op de conventie. Het vraagt om een ingrijpende wijziging van de reglementen tijdens de wedstriojd, om Hillary Clinton te laten winnen, maar, ach, dat moet dan maar. Want dat Hillary de nominatie wint is belangrijker dan de wederkomst van Christus.
“Als je in de voorverkiezingen niet kunt winnen,” vragen de Clintonians zich ook af, “hoe kun je dan in de algemene verkiezingen winnen?”
Het idee is, dat met deze redeneringen Clinton de voorverkiezingen gaat winnen, dus die kritische vraag geldt niet voor haarzelf. Daar gelooft Hillary echt in – anders zou ze het bijltje er wel bij neergegooid hebben – en moet zo’n warhoofd (scatterbrain Hillary: “there are no pledged delegates, only delegates!”) dan president worden?
De 14 supergedelegeerden, die in maart bij Obama gekomen zijn, zeggen dat ze dat onafhankelijk van elkaar gedaan hebben. De belangrijkste, Bill Richardson uit New Mexico, zelf eerder in de race als kandidaat afgehaakt en de hoogste Latino van het land, werd door de Billarygang Judas genoemd, de verrader van Christus. Je vraagt je wel af: wie is de Jezus dan, Hillary of Bill?
De Billarygang gaat ervan uit, dat Hillary recht heeft op de supers die hun positie tijdens het bewind van haar man verworven hebben. Richardson was in die tijd onder andere ambassadeur bij de Verenigde Naties. Bill Clinton voelt zich zwaar op zijn pik getrapt, omdat hij nog enkele weken eerder met Latino-Bill naar een sportwedstrijd is geweest. Tja…, shit happens.
Verraad?
Overdreven, vindt Pointer. Als het verraad van Bill Richardson was geweest, zou Latino-Bill in het sportstadion zijn zwaard getrokken hebben, om daarmee met enlekele flinke houwen de ingewanden en geslachtsdelen van Irish-Bill over de tribune uit te spreiden en vervolgens zijn hoofd afhakken. Voor verraad in de politiek zijn er ook regels, als het over de opvolging gaat.
Een andere senator, Robert F. Casey Jr. jawel, uitgerekend uit Pennsylvania, werd door de kandidaten met rust gelaten, omdat ze aannamen, dat hij als nieuweling wel afzijdig zou willen blijven tot het eind van de voorverkiezingen. Maar tijdens de Paasvakantie zag Casey het licht en ging voor Obama, vanwege diens boodschap van verandering, een belijdenis die Casey aflegde in een telefonische boodschap aan zijn kandidaat op Paaszondagavond. Belangrijk, want Casey is erg populair bij de katholieke werkende klasse en dat kan Obama een flinke zet geven in het cruciale Pennsylvania, waar Hillary Clinton nog net aan de leiding gaat, na een snelle slinking van haar grote voorsprong.
Casey kan Obama’s nadeel van een mindere bekendheid neutraliseren, maar wat de uitkomst ook is, volgens Casey wordt de positie van de Democratische Partij bij de eindverkiezingen versterkt in zijn staat. “Ook al verliezen we Pennsylvania,” zegt hij, “even aannemend dat Obama toch de nominatie wint, dan helpt hem dat in de herfst. Als hij hier in deze uitgestrekte en diverse staat niet zo heftig campagne gevoerd zou hebben, zou hij hier bij de algemene verkiezingen met lege handen aankomen.” Die overweging vindt Pointer erg overtuigend en zo blijkt maar weer, dat wie zijn hersens goed gebruikt, vanzelf voor Obama is.
Senator Amy Klouchar uit Minnisota, die zich vorige week achter Obama schaarde, zei dat beide kandidaten “wisten waar ik sta,” maar dat ze haar positie nog niet publiek wilde maken. Ze veranderde van gedachte, omdat ze vond dat de race te lang duurde, maar Afgevaardigde Brad Miller uit North-Carolina zegt juist, dat hij volhoudt ondanks het de harde duels van beide partijen. Hij wil in ieder geval onbeslist blijven tot na de voorverkiezing in Pennsylvania.
Dat wil senator Benjamin L. Cardin ook. Hij is door beide kandidaten gepolst. “Ze hebben dezelfde argumenten,” zegt hij. “Allebei vinden ze zichzelf het meest verkiesbaar in de algemene verkiezingen. Alleen zijn hun namen verschillend.” Pointer vraagt zich af wat een zombie met zo weinig onderscheidingsvermogen eigenlijk doet in de politiek.
Artur Davis is een leidende afgevaardigde in het Huis en supporter van Obama. Hij voorspelt dat een heleboel wetgevers zullen wachten met hun beslissing tot na Pennsylvania, inclusief de Democratisch afgevaardigden in het Huis uit North Carolina en Indiana, waar op 6 mei gestemd wordt. Andere zullen willen wachten tot de laatste voorverkiezingen in South Dakota en Montana op 3 juni.
Maar als Obama dan zijn voorsprong houdt in kiezers en toegewezen gedelegeerden, zal dat direct daarna een vloed van steun teweegbrengen en komt er een vlot einde aan de race. “Het is gewoon praktisch, “ zegt Davis. “Ik denk dat de race op vrijdag 6 juni wel over is.”
Terwijl vele Democraten bezorgd zijn, dat de langdurige veldslag in eigen gelederen de eigen kandidaat zal schaden in de algemene verkiezingen, geloven andere, dat het juist een zegen zal blijken te zijn. Pointer voelt veel voor deze redenering. Democratische kiezers komen in recordaantallen opdraven in de voorverkiezingen en alleen in Pennsylvania zijn al meer dan 230.000 nieuwe partijleden geregistreerd, ongeveer een miljoen in het hele land. Belangrijker nog is, dat zowel Obama als Clinton noodgedwongen in alle staten uitgebreide organisaties onder het gewone volk hebben opgezet, die heel rap in actie kunnen komen bij de algemene verkiezingen.
Inmiddels is gebleken, dat Obama tijd nodig heeft, om zijn bekendheid en zijn boodschap te laten doordringen en dat die tijd dan sterk in zijn voordeel werkt. Vanaf begin juni is er tijd zat tot november en laat McCain dan maar dommelen tot het menens wordt, niet wetend wat hem nog boven het hoofd hangt, met een economie in verval en een oplossing of overwinning in Irak nog niet in het verschiet. Onze troubadour van het droevige lied zegt terecht: "de tijd heelt alle wonden, maar slaat er nog veel meer." In dit geval vallen de slagen van de slechte omstandigheiden onder de republikeinen. 81% van de Amerikanen vindt dat hun land de verkkeerde kant op gaat. 9% weet het nioet zeker, dus je hebt nog maar 10% vrolijke Amerikanen over onder de Republikeinse Bush-administratie.
Er is al een nieuwe groep ontstaan: de Obama Republicans.
Obama Girl zorgt voor een feestelijk videootje

4 apr 2008

Soms Is Eergevoel Glad Verkeerd


“We’re in it and now we must win it,” is een citaat van John McCain en het wordt aangehaald door één van zijn grootste bewonderaars, Frank Schaeffer, auteur van boeken als:
AWOL – The Unexcused Absence of America’s Upper Classes From Military Service, And How It Hurts Our Country.”
“Keeping Faith – A Father-Son Story About Love and the United States Marine Corps en
Faith Of Our Sons – A Father's Wartime Diary
Hij zegt ook: “Het maakt me droevig dat ik McCain niet kan steunen.”
Een bekeerling dus.
“Mijn eigen stomme fout was dat ik in een vroeg stadium de oorlog in Irak heb gesteund, wat een goed voorbeeld is hoe loyaliteit met de militaire code (ook door osmose) iemands oordeel kan beïnvloeden. In die tijd schreef in verschillende kritische stukken in de Washington Post waarin ik degenen die tegen de oorlog waren bekritiseerde. Ik was fout. Mijn enige excuus is – en dat is geen goed excuus – dat mijn zoon bij het Korps Mariniers zat en ik zijn vrijwillige dienst wilde verdedigen en steunen.”
Het probleem is dat McCain zichzelf niet ziet als een burger. Hij was, is en zal altijd in zijn geest bepaald worden door zijn militaire code. Dit zou in het algemeen een grote kwaliteit zijn voor een admiraal, zoals zijn vader was en zijn grootvader en mogelijk zelfs voor een president in vredestijd, maar het is catastrofaal voor een president in oorlogstijd. Er is een goede reden, waarom de stichters van Amerika wilden dat militairen een burgerlijk leiderschap zouden aanvaarden.
McCain denkt over zichzelf in termen van eer, dienstbaarheid en opoffering. Deze eerwaardige abstracte ideeën zijn uitstekende eigenschappen voor een leidinggevende officier of voor medici die voor de gewonden op het slachtveld zorgen, maar eer voorop, gevolgd door dienstbaarheid en opoffering, zijn verkeerde codes om richting te geven aan de nationale politiek. Het is slecht voor de wereld in de besluitvorming van burgerlijk beleid, ook slecht voor de militairen zelf.
McCain is van een generatie militairen die zwaar gewond is door een andere slecht verlopen oorlog, een oorlog waarin McCain zelf een hoge en heroïsche prijs betaald heeft, maar is een ander debacle in Vietnam stijl te verkiezen boven een catastrofe? En wat als dat debacle voortkomt uit de botte weigering om toe te geven dat je gefaald hebt of maar toe te geven dat het fout was om er ooit aan te beginnen? Wat als er in militaire stijl geen eer aan te behalen valt? In deze zin zullen de persoonlijke ervaringen van McCain tegen hem werken en tegen het belang van het land.
Mark Benjamin heeft dezelfde opmerking in "McCain's Vietnam Obsession."
A look at his record shows that [McCain] subjects every major foreign-policy decision to a Vietnam-derived test ... summed up by the McCain quote, 'We're in it, now we must win it.'
So entrenched are those lessons that McCain sounds, at times, like he wishes they could be applied retroactively. 'We lost in Vietnam because we lost the will to fight, because we did not understand the nature of the war we were fighting, and because we limited the tools at our disposal,' McCain said at a speech on Iraq at the Council on Foreign Relations on Nov. 5, 2003. And for that reason, it might be advisable to take him at his word when he says he'll stay in Iraq for 100 years...

McCain lijkt bereid te zijn om de toekomst der VS op te offeren aan zijn persoonlijk eergevoel. Eer houdt het militarisme op dreef. Eer is wat een militair het hardst nodig heeft. Maar militaire eer vertaalt zich niet in de ingewikkelde wereld van het dagelijks leven, laat staan in de politiek. Daarom besloot president Truman dat generaal McArthur te weinig ondergeschikt opereerde en onthief hij hem van zijn commando op 11 april 1951. Truman was niet gediend van militaire eer. De Chinese communisten waren wel slecht. Miljoenen Noord-Koreanen stierven een verschrikkelijke dood omdat Truman geloofde dat de geallieerde strijdkrachten de Koreaanse oorlog niet konden winnen. Sommige Amerikaanse militairen werden zelfs letterlijk in de Noord-Koreaanse kampen in de steek gelaten. Er woedde een storm van controverses. Truman verloor Noord-Korea werd er gezegd.
De geschiedenis toont aan dat Truman gelijk had en dat hij waarschijnlijk een derde wereldoorlog heeft voorkomen. Hij dacht aan het Amerikaanse volk, niet aan het lijden van de Noord-Koreeanen. Wij willen geen president die ten koste van alles wil winnen. Wij willen geen president die in zichzelf een volgende Winston Churchill ziet. Churchill vocht in de Tweede Wereldoorlog voor het voortbestaan van zijn land en deze droevige oorlog in Irak is geen wereldoorlog, evenmin als de Koreaanse oorlog dat was. Het is geen zaak van leven of dood voor het Westen, maar een verschrikkelijke vergissing van een verschrikkelijke president.
Irak heeft de VS of Europa nooit aangevallen en het had niets van doen met 9/11 of Al-Qaeda. De terroristen waren niet in Irak zolang Saddam Hoesein aan het bewind was. De oorlog heeft de deur voor de terroristen juist geopend. De democratie wordt niet naar Irak gebracht en de oorlog was een domme keus die werd gedaan voor een land dat je niet kunt regelen met militaire macht. Het werd een volkomen onnodig fiasco. Iedere kandidaat die dit nog steeds niet toegeeft, zou onmiddellijk moeten worden gediskwalificeerd voor het presidentschap.
De volgende president erft de rotzooi die door George W. Bush is ontstaan met ferme steun van de senatoren McCain en Clinton en van andere leden van het Congres. Om uit de door hen geschapen rotzooi te komen, is er goede oordeelsvaardigheid nodig en het aantal in Washington doorgebrachte jaren geeft daarvoor kennelijk geen garantie.
Bovendien heeft Amerika een volkomen nieuwe start nodig en van de drie overblijvende kandidaten kan alleen Barack Obama daarin voorzien. Alleen Barack Obama heeft laten zien over goede oordeelvaardigheid te beschikken. De beslissingen van Clinton of McCain zouden ongetwijfeld beïnvloed worden door de behoefte aan zelfrechtvaardiging en anders dan Obama zijn zij daardoor niet in de positie om het vertrouwen in Amerika bij de rest van de wereld te herstellen.
McCain heeft zijn gebrek aan oordeelvaardigheid naar een nieuw niveau getild door op schoot bij Bush om een overwinning te smeken. Maar Amerikanen moeten geen president kiezen die om de eer tot in het oneindige nog meer opoffering van jongen levens vraagt. Een eindeloos vergeefs gevecht omdat Bush eerst en nu ook McCain niet zeggen kunnen: “Ik was verkeerd bezig.” Daar is natuurlijk moed voor nodig, maar totdat zij kunnen toegeven dat de oorlog op verkeerde gronden begonnen is, de fouten zijn verdedigd met leugens en eindeloze herhaling van het woord eer, is dat begrip een holle frase.
Er is een nieuwe Truman nodig, niet een nieuwe McArthur.
Een Amerikaanse president moet het Amerikaanse belang dienen en niet de principes van zijn gewonde trots. Niets is zo misplaatst, als een groot man in de verkeerde tijd, speciaal een oude man, die leeft in zijn verleden en vergeten schijnt te zijn, dat het behouden van eer, gebaseerd moet zijn op de waarheid.
It is time for America to draw a line under the Bush years not add to them! We may have to watch in horror as the Iraqis commit mass suicide. So be it. It's not clear that our continued presence in Iraq could prevent that suicide.
What is the alternative? Bleed our treasury dry? Sell our future to the Chinese as we borrow more and more money? Lose more and more American men and women? Rule the Middle East forever, while we destroy our economy to do it? Hand the whole region over to Iran, the one country that is, so far, the only real winner of Bush's war? Fight forever because Bush and now McCain, can't say the simple words; "I was wrong?"

3 apr 2008

Wegwijs


foto: John “Watsamatta” Yoo
Zie ook Cal It the Abu Ghraib Memo
Het Amerikaanse Departement van Justitie stuurt een regelwijziging naar het Pentagon. Volgens de wet mag er bij ondervragingen niet gemarteld worden, maar dat vindt het Pentagon nogal ongemakkelijk in de War on Terror, omdat terroristen zelden of nooit vrijwillig informatie afgeven over wat er nog gaat komen of wat anderen van plan zijn. Deels kunnen ze dat ook niet, omdat ze er niets van weten. Al-Qaeda, bijvoorbeeld, is een organisatie van cellen. Binnen een cel werkt men samen en van andere cellen weet men niets. Ze kennen alleen een contactpersoon, die zelf niet bij acties betrokken is. Als je zo’n terrorist gevangen neemt, kun je hem doodmartelen, maar daar word je niet wijzer van. Geeft niks, zegt John Yoo namens het departement van Justitie. Je mag zoveel en zo gemeen martelen als je maar wilt, als je er achteraf maar geen spijt van krijgt.
Wanneer krijg je spijt?
Wel, volgens John, als je het niet goed doet en je doet het niet goed, als je alleen maar martelt uit sadisme of kwaadwilligheid. Dan krijg je namelijk wroeging, want daar zorgt het geweten voor. Je kunt nooit martelen, zonder je geweten geweld aan te doen, maar dat geweten kun je tot zwijgen brengen, door goed te beseffen, dat je martelt voor een goede zaak en, dat er wel slachtoffers bij sterven, is nu eenmaal het gewone risico van het vak. Martelen, daar is niks mis mee. Of je er iets mee bereikt, ligt aan de instelling van de gevangene of aan de vraag, of hij/zij iets weet wat van belang is. Komt er niets uit, dan heb je er tenminste alles aan gedaan wat mogelijk is.
Stel dat er een terroristische aanslag wordt gepleegd, die je met voorwetenschap had kunnen voorkomen en je hebt een gevangen terrorist niet van tevoren gemarteld, om aan die voorwetenschap te komen. Kijk, dan gaat het geweten wel opspelen, nietwaar? Martelen is dus een zaak van gewetensvol handelen. Het helpt waarschijnlijk niet, maar je hebt dan wel je best gedaan.
Niet martelen is dus erger dan wél martelen.
Je moet er tegen kunnen, maar met denken zoals John “Watsamatta” Yoo lukt dat wel.
Wie denkt er dan zo?
President George W. Bush denkt zo en John McCain is het helemaal met hem eens, maar McCain maakt een uitzondering voor het civiele strafrecht.
Wanneer je Amerikaan bent en stemgerechtigd, dan is dit vraagstuk al genoeg om het stemgedrag te bepalen. Bent u het met de redenering eens, dan bent u Republikein en stemt u op John McCain. In het andere geval bent u Democraat en stemt u op Hillary Clinton of Barack Obama. Met anders stemmen - wat wel kan - hebt u geen invloed.
Zo simpel is het.

2 apr 2008

Godsdienstlessen


Het zijn rare knakkers die Amerikanen.
Je hebt Fred en zijn familie van 13 kinderen en 54 kleinkinderen, die komt opdagen, als er weer eens ergens een begrafenis is van een gesneuvelde Amerikaanse militair, maar hij komt niet om zijn medeleven te betuigen. Hij en de zijnen dragen kleurrijke borden mee met opschriften als: “God haat Flikkers”, “God haat Amerika”, “Flikkers sterven, God lacht”.
Nou, dat is niet gezellig, hè?
Het mag toch, want er is vrijheid van meningsuiting in de USA.
Fred heeft het trouwens niet van zichzelf. Hij heeft regelmatig overleg met zijn schepper, die Fred dan vertelt, dat alles wat er beroerd is in de wereld, gods wraak is op Amerika, omdat Amerika homoseksuelen tolereert.
Het treft dat Fred de kerk van Bill Clinton vertegenwoordigt. Hillary is Methodist, maar Bill is Baptist, net als Fred. Het moet allemaal kunnen, vinden ze in Amerika, want Fred is natuurlijk keurig Republikeins blank. Je hebt ook zoiets als de

Dat is precies het tegenovergestelde maar het is wel grappig dat je dan vragen voor je kiezen krijgt als: “Is being gay condemned by the Bible?”
Het antwoord is, ja, want dat staat zo in Leviticus 20:13. “Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw - beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.”
Natuurlijk krijgt u op de website van gaychurch.com niet zo’n rechtstreeks eerlijk en moeilijk te ontwijken antwoord. Het punt is natuurlijk, dat het wel zo in de bijbel staat, maar dat men zich daarvan geen flikker moet aantrekken.
Het tegenprotest: Dat moet er dan ook zijn, hè?

Denk nu niet dat de Billarygang last gaat krijgen met de kerkelijke verbondenheid tussen de Clintons en die doperse mafkees Fred. Het is niets voor Obama of McCain om het spel net zo vuil te spelen als Hillary dat doet, door zachtjes op de uitspraken van dominee Jeremiah Wright te blijven doorhameren, om daarmee Barack Obama te typeren als een racistische onvaderlandslievende nikker, die een gevaar voor de openbare orde zou zijn. Daarmee doet Hillary zichzelf geen goed. Ze slaagt er wel in om Barack Obama een stukje af te breken, maar daar profiteert alleen McCain van en het is ook schadelijk voor haarzelf. Ze zakt weer, maar dat kan ook aan haar oorlogsavontuur tijdens haar levensgevaarlijk bezoek aan Tusla in Bosnië liggen, waar de kogels haar om de oren vlogen, de granaten tussen haar voeten ontploften en ze haar dochter vooruitstuurde om een veilge doorgang te vinden in het mijnenveld, dat haar van de veilige bunker scheidde, niet malend om het warme bloed, waarin haar voeten tot de enkels in wegzakten. Het hoort er nu eenmaal bij.
Tot drie maal toe vertelde ze dit verhaal, steeds met iets meer overdrijving en dit is dus de vierde versie, maar die houden we nog tegoed. De bedenker van dit alles? Dat is haar topstrateeg, Mark J. Penn. Hillary heeft haar trouwste en meest naaste vriendinnen de schuld gegeven van het falen der strategie in haar campagne, maar degene die daar als eerste voor verantwoordelijk is, de peperduur betaalde Penn, blijft zitten. Hij is binnen het campagneteam het middelpunt van alle ruzies.
Wat doet Mark J. Penn zo vastgepend op zijn kostbare zetel zitten?
Dat weten wij (nog) niet, maar het kan niet anders, dan dat hij zijn onschendbare status ontleent aan informatie, die, koste wat het kost, nooit geopenbaard mag worden. Pointer denkt, dat deze informatie gevonden moet worden bij de contacten die Penn onderhoudt of onderhield met zijn belangrijke klanten, waaronder een hele rij bloeddorstige dictators en dan juist degenen, die ook contacten onderhouden of onderhielden met de gebedsgroep Senate Prayer Breakfast, gedomineerd door conservatieve Republikeinen van de door god geroepen elite die de wereld moet leiden.
The organization has been criticized for its relationships with dictators, including Brazilian dictator Marshal Artur da Costa e Silva, General Suharto of Indonesia, Salvadoran general Carlos Eugenios Vides Casanova, and Honduran general Gustavo Alvarez Martinez.
Zie? Klanten van Mark Penn en het heeft ook weer met rare godsdienst te maken!
Zou dat nu allemaal toevallig zijn?
Dit is wat we al weten:
The Family's most visible activity is its blandly innocuous National Prayer Breakfast, held every February in Washington. But almost all its real work goes on behind the scenes -- knitting together international networks of rightwing leaders, most of them ostensibly Christian. In the 1940s, The Family reached out to former and not-so-former Nazis, and its fascination with that exemplary leader, Adolph Hitler, has continued, along with ties to a whole bestiary of murderous thugs. As Sharlet reported in Harper's in 2003:
During the 1960s the Family forged relationships between the U.S. government and some of the most anti-Communist (and dictatorial) elements within Africa's postcolonial leadership. The Brazilian dictator General Costa e Silva, with Family support, was overseeing regular fellowship groups for Latin American leaders, while, in Indonesia, General Suharto (whose tally of several hundred thousand "Communists" killed marks him as one of the century's most murderous dictators) was presiding over a group of fifty Indonesian legislators. During the Reagan Administration the Family helped build friendships between the U.S. government and men such as Salvadoran general Carlos Eugenios Vides Casanova, convicted by a Florida jury of the torture of thousands, and Honduran general Gustavo Alvarez Martinez, himself an evangelical minister, who was linked to both the CIA and death squads before his own demise.
At the heart of the Family's American branch is a collection of powerful rightwing politicos, who include, or have included, Sam Brownback, Ed Meese, John Ashcroft, James Inhofe, and Rick Santorum. They get to use the Family's spacious estate on the Potomac, the Cedars, which is maintained by young men in Family group homes and where meals are served by the Family's young women's group. And, at the Family's frequent prayer gatherings, they get powerful jolts of spiritual refreshment, tailored to the already-powerful.
Clinton fell in with the Family in 1993, when she joined a Bible study group composed of wives of conservative leaders like Jack Kemp and James Baker. When she ascended to the senate, she was promoted to what Sharlet calls the Family's "most elite cell," the weekly Senate Prayer Breakfast, which included, until his downfall, Virginia's notoriously racist Senator George Allen. This has not been a casual connection for Clinton. She has written of Doug Coe, the Family's publicity-averse leader, that he is "a unique presence in Washington: a genuinely loving spiritual mentor and guide to anyone, regardless of party or faith, who wants to deepen his or her relationship with God."

Hier is meer:
Hier is nog meer:
En dit is het commentaar van de andere kant:
What should be more troubling to Americans is not that Hillary Clinton is the member of a very bi-partisan group toeing the line of mainstream faith in American politics, but that Barack Obama, we can presume from Ms. Ehrenreich's column, does not participate there, but will participate in a church that believes the white men created AIDS to kill black men.

De vraag is dan, waarom de activiteiten van The Family zo’n geheime eliteclub moet zijn. Noemt de schrijver The Family mainstream? Daar is niks mainstream bij en waarom een extreem rechtse Republikeinse website als RS REDSTATE een Democratische kandidaat moet verdedigen is ook nogal onduidelijk.

Appels en Peren van McCain


McCain is niet zo’n klein beetje hardleers. Hij blijft stug volhouden tegenover zijn belangrijkste opponent Barack Obama, dat de laatste geen historisch inzicht heeft, wanneer hij McCain bekritiseert over diens idee, dat de VS wel 100 jaar in Irak kunnen blijven. Immers, zegt McCain eens en andermaal, in Japan en Duitsland bleven we ook na Wereldoorlog II en dat heeft hen tot democratie gebracht.
Absurd nietwaar?
Someone who favourably compares the United States' peaceful occupation of Germany and Japan, neither of which were resulting in American casualties 5 years after our arrival, displays a fundamental misunderstanding of history.
Someone who asserts that occupying Iraq for 100 years is the solution to "radical Islamic extremism" displays a fundamental misunderstanding of history.
But look, if St. McCain really thinks that comparing Iraq to Germany is really going to make people suddenly love the disastrous occupation of Iraq and happily accept another few trillion dollars and several thousand more American casualties, he's in for a serious beat down in November. So knock yourself out trying to make that sale, St. McCain.

Zowel Duitsland als Japan waren culturele eenheden en de staatsvorming had reeds lang plaatsgevonden. De geallieerde troepen bleven in Duitsland vanwege het machtsevenwicht met de Sovjetunie en in Japan vanwege het machtsevenwicht met China. In beide landen werd op autonome wijze de democratie ontwikkeld, eerder bemoeilijkt dan geholpen door de Amerikaanse aanwezigheid. In Zuid-Korea was geen sprake van democratie en in Zuid-Vietnam evenmin. Voor democratie geldt de derde wet van Pointer: democratie is een zelfhulporganisatie. In Irak echter is de staatsvorming een ideetje van de Britse gemandateerden. Het land is een samenraapsel van drie verschillende etnische groepen, extra verdeeld door religieuze tegenstellingen en vooralsnog wars van democratie of westerse normen en waarden. Pointer ziet dit als een bewijs, dat elke democratie een zelfhulporganisatie is en niet anders kán zijn. Je kunt alleen een democratische situatie verkrijgen, als je het helemaal zelf doet (bottom up in plaats van top down) en als je daar zelf helemaal niks in ziet, dan wordt het nooit wat. Democratie kun je niemand door de strot duwen.
Het is al heel wat, dat het overgrote deel van de Irakezen een eenheidsstaat wil en daarbij kijken ze waarschijnlijk naar hun buren, in het besef dat eenheid meer macht maakt en als Irakezen zijn ze nu een beetje aan elkaar gewend, dus zoeken ze het graag onderling uit, zonder inmenging van anderen uit het buitenland.
Daar zou je blij mee moeten zijn, als westerling, want als Irak uiteenvalt in een Soennitische, Sji’itische en Koerdische deelstaat, dan zal daar ongetwijfeld ook een radicalisering van de eigen onderscheiden richtingen het gevolg van zijn en dat betekent niet veel goeds in verband met de veiligheid. Samenleven en samenwerken dwingt tot concessies en wederzijdse verdraagzaamheid en het smeermiddel daarvoor is de olie, waarvan de inkomsten dan over het hele land eerlijk verdeeld kunnen en moeten worden. Daarom is de door de huidige Amerikaanse bezetters zo vurig gewenste privatisering van de energiesector juist iets waardoor de vreedzame eenheid van Irak volstrekt onmogelijk wordt. Opdeling van het land leidt al tot strijd en het wegroven van de oliewinsten door grote (Amerikaanse) maatschappijen zal evenmin tot vrede voeren.
Wat McCain wil is dus ordinaire ouderwetse kolonisatie.
Dat is het initiële doel van de hele oorlog, niet de massavernietingswapens, niet de aanwezigheid van Al-Qaeda, niet de ontwikkeling van kernwapens door Saddam Hoesein, want dat was er allemaal niet en de regering Bush wist dat. Het gaat ook niet om de belangen van de USA, maar om de belangen van de grote bedrijven waaraan Bush en de zijnen verbonden zijn en die belangen worden gediend op kosten van de Amerikaanse belastingbetaler en daarvoor offeren jonge mensen hun leven en worden honderdduizenden burgers en "vijandige" militairen en vrijheidsstrijders afgeslacht.
Daar heeft Irak geen trek in en dus zal er tegen de Amerikanen gevochten worden, tot ze met bebloede koppen zijn weggeslagen. Van een leger kun je het nog wel winnen, maar van een volk niet. Dat had McCain in Vietnam kunnen leren. Pointer heeft de beelden van de chaotische Amerikaanse aftocht uit Saigon nog wel in het geheugen. Dat is McCain natuurlijk ontgaan, want die werd als POW met status netjes uitgeleverd.
Omdat McCain tijdens de moord op Martin Luther King Jr. gevangen zat gebruikt hij dat als motief om tegen een federale vrije MLK-dag te stemmen. Hij deed dat vanwege zijn onwetendheid, zegt hij. Later stemde hij wel voor een vrije dag in zijn thuisstaat Arizona, zegt hij en dat klopt wel, maar hij stemde weer tegen het financieren daarvan en dat vertelt hij er niet bij. Wij moeten ons geen rad voor de ogen laten draaien, alsof de VS in Irak aanwezig zijn, om Al-Qaeda en vergelijkbare groepen te bestrijden en zo bij te dragen aan de veiligheid op de wereld. Al-Qaeda is in Irak niet geliefd en vindt zelfs onder de Soennieten nauwelijks aanhang. Ze zijn te orthodox in de leer, teveel besmet door de Taliban en bijna niemand in Irak wil terug naar de middeleeuwen. Sji’iten hebben voor het merendeel ook geen zin in toestanden als in het Iran onder de ayatollahs en de orthodoxen, die daar anders over denken, binden in, omdat ze anders door de meerderheid van hun naaste buren direct over de grens naar hun heilsstaat gejaagd worden. Irak vormde al lang een sterke bufferstaat tussen het fundamentalistische Iran en het fundamentalistische Saoedi-Arabië, die om godsdienstige redenen elkaars doodsvijanden zijn. De USA hebben getracht dat evenwicht te verstoren en ze hebben Sadam Hoesein aangezet tot en geholpen met een oorlog tegen Iran die - afgezien van wederzijdse grote verliezen aan mensenlevens en kapitaal - op niets is uitgelopen.
De Amerikanen zullen natuurlijk graag een basis als steunpunt in Irak willen houden en indien ze zich verder niet met de Irakese binnenlandse politiek bemoeien, lijkt dat niet op grote bezwaren te stuiten. Dat kun je Amerikaanse aanwezigheid noemen, zoals je die ook hebt op de Filippijnen en in Zuid-Korea. Dan is het van belang dat zo'n basis geen offensieve sterkte heeft, die eventueel tegen Iran kan worden ingezet, als de USA weer eens zin hebben in een nieuwe catastrofe.
Kolonialisme door private bedrijven, die zo de Irakese energiesector in handen krijgen, dat is waar het de Bush-administratie en haar medestanders om gaat. Dat is ook wat Jan Peter Balkenende "meer VOC-mentalteit" noemt. Dat is ook het geheime motief - dat niet door parlementair onderzoek openbaar mag worden - van oorlogsmisdadiger Balkenende, waarvoor hij Nederlandse politieke steun heeft gegeven aan de moorddadige koloniale oorlog tegen het volk van Irak.

Een Andere Film dan Fitna


Wat het Westen Zal Moeten Weten

Alles wat u altijd al heeft willen weten over de politieke islam, maar wat u niet durfde vragen. Daarover is wel iets beters te vinden, dan het knoeiwerkje van Geert Wilders en dit gaat niet over de hele islam en niet over alle moslims. Het gaat over een islamitische revolutie van een radicale stroming, een groeiende stroming, een verontrustend verschijnsel, maar niet speciaal een stroming die vaste grond heeft in de Nederlandse samenleving, bij Nederlandse moslims. Echter, er zijn wel invloeden en pogingen van deze stroming ook in ons land aanhangers te vinden, jonge mensen te radicaliseren en te rekruteren voor de jihad tegen de Westerse cultuur. Zorg en voorzichtigheid is geboden met buitenlandse sturende (financiële) invloed op de moslimgemeenschappen in ons land en de import van geestelijke leiders en leraren die onze taal niet spreken en onze cultuur niet kennen. Dat was al bekend en daar wordt onvoldoende op gelet. De buitenwereld is óók onze wereld en daar hebben we mee te maken. Daarvoor mogen we de ogen niet sluiten, maar er is geen enkele reden om op dit moment groot alarm te slaan.
In de discussie over Fitna is door velen opgemerkt dat de islamitische gemeenschappen in ons land zo voorbeeldig en gematigd hebben gereageerd, maar dan moeten we wel vergeten, dat je Fitna wegens bedreigingen met de dood niet meer op het internet terugvindt. Wie het niet met Wilders eens is en zich daarover uitspreekt wordt niet door Wilders met de dood bedreigd en daar zit volgens Pointer een verschil in, wat net vrolijk stemt over die “gematigde” reacties, omdat een gematigde dreiging met moord in niets verschilt met een extreme dreiging met moord. Ook de moordenaar van Theo van Gogh was in zekere zin erg gematigd, want hij was niet van plan alles wat adem heeft in ons land te doden. Moet Mohammed B. dan niet ook over zijn bol geaaid worden of althans onmiddellijk op vrije voeten worden gesteld?
We zullen Fitna niet missen.
Een veel betere documentaire, met Nederlandse ondertiteling, is beschikbaar op Google.com/videoplay. Feitelijk leidt deze documentaire tot een harder oordeel over de politieke islam en waar het dan vooral omgaat, is, dat wat gesignaleerd wordt zo onweerlegbaar feitelijk en onthullend is.
Het is eigenlijk nogal schokkend dat er zoveel voor onmogelijk wordt gehouden door mensen die liefst hun medemensen zien als vriendelijke buren die zich netjes weten te gedragen en vanzelfsprekend respect hebben voor de universele mensenrechten en onze daarop gebaseerde wet- en regelgeving. De westerse geschiedenis is toch vergeven van geweld ten aanzien van andersdenkenden? Is ook het christendom niet met extreem geweld verspreid? Goed, dat is nu voorbij, maar niet iedere cultuur heeft de gang door de humaniteit van de verlichting gemaakt en dat is goed te zien in de wereld. Uit die wereld worden die andere culturen, ook die welke geen vrijheid en gelijkheid voor andersdenkenden kennen ingevoerd. Wij mogen niet toegeeflijk toezien hoe onze zwaar bevochten tolerantie verloren gaat. Wat we binnenhalen aan andere culturen zal getoetst moeten worden aan onze wetgeving en ons waardesysteem. Over vrijheid en rechtsgelijkheid valt niet te onderhandelen.
Wat de documentaire aantoont, is, dat de islam in zijn originele staat niet alleen een godsdienst is, maar ook een politiek systeem, zoals het christendom voor de scheiding van kerk en staat dat ook is geweest. In de originele islam van koran, hadith en sharia kunnen, net als in het originele christendom en het Davidisch Judaïsme, kerk en staat niet gescheiden worden. Dit idee en de universele mensenrechten zijn dan ook niet van joods-christelijke oorsprong, maar ontwikkeld uit de Romeins-humanistische rechtstraditie. Het is zelfs gevaarlijk om, zoals politici graag doen, van een joods-christelijke traditie te spreken. Dat is de traditie van geweld, ketterjacht, slavernij en andere uitwassen. Het is goed dat dit allemaal overwonnen en voorbij is, maar nu moeten we diezelfde ellende niet langs de achterdeur weer binnenhalen.
Waar heel goed mee te leven zou zijn, is een moderne islam, die zich, evenals de hoofdstromen van boeddhisme, hindoeïsme, jodendom en christendom, voegt naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, maar een tak van de islam, welke daaraan voldoet, wordt buiten de door de overheid gesubsidieerde islamitisch omroep gehouden. Alevieten worden, evenals de vertegenwoordigers van Amadiyya en soefi afvalligen genoemd, verketterd door de islamitische hoofdstroom, gedwarsboomd en uitgestoten.
Nu treft het dat de originele islam, in navolging van Mohammed, zich voordoet als een zeer vreedzame beweging tot het moment dat moslims een aanzienlijke macht gaan vormen, in getal of door hun positie. Dan is het, eveneens in navolging van de profeet Mohammed, ineens uit met de vrede en tolerantie tussen moslims en andersdenkenden. Dat is nog nooit ergens ter wereld anders geweest en daarom valt niet te verwachten dat de uitvinding van de moderne islam nu vanzelf in Nederland gaat plaatsvinden, voor het eerst in de hele wereldgeschiedenis en ondanks alle afschrikwekkende voorbeelden in het buitenland. Daar zal dus hard aan gewerkt en wellicht voor gevochten moeten worden.
Op YouTube.com levert b00ger4u ook nog enkele series kwalitatief goede documentaires. Deze deeltjes zijn in het Engels en zijn gewoonlijk niet langer dan tien minuten. Overzicht:
Inside Taliban in 10 delen:
Suicide Killers in 10 delen
Jihad – The Men and Ideas Behind in 10delen

1 apr 2008

Muqtada al-Sadr wint


Het is weer voorbij, één week oorlog.
Eerst verschijnt de regeringsleider van Irak op het toneel met een compleet leger, gesteund door Westerse luchtstrijdkrachten, maar die komt er niet door. Het ultimatum aan Muqtada al-Sadr voor overgave wordt verlengt, de milities wordt geld geboden voor het inleveren van hun wapens, maar het helpt allemaal niets. Nouri al-Maliki is er niets mee opgeschoten. Het hele land staat op z’n kop en nergens krijgt de regering een steviger voet aan de grond. Integendeel, het is een demonstratie van onmacht en ook de verdediging van de greenzone blijkt een wassen neus. Als Muqtada al-Sadr een slecht humeur heeft dienen alle "machthebbers" zich schielijk te verschuilen in hun betonen bunkers, waar ze niets anders kunnen dan bibberen en bidden.
Het land was een week lang onveiliger dan ooit sinds de Amerikaanse invasie. Toen vond Muqtada al-Sadr het welletjes. “Hou er maar weer mee op, jongens,” zei hij tot zijn volgelingen en prompt was het weer allemaal rust en vrede in het land. Maliki staat voor paal.
Anders dan in 2004 is Sadr’s militie de Mahdi Army niet verslagen in gevechten met Amerikaanse soldaten en mariniers, maar Sadr is wel nog meer het symbool van het shi’itische verzet tegen de militaire bezetters geworden. Zij militaire en politieke positie is sterker dan ooit en dat zal veel oppervlakkige beschouwers, zoals de Amerikaanse president en zijn makkers hooglijk verbazen. Immers, het Mahdi Army leek uiteengevallen in splintergroepen met verschillende doelen en deels teruggevallen tot criminele gangs, een onsamenhangend zooitje. Dat was de officiële lezing, sterk bevorderd door beschrijvingen van Maliki en de Amerikaanse militairen die wilden laten zien hoe effectief zij hadden ingegrepen om een meer veilige situatie te creëren. Vooral Nouri al-Maliki had beter moeten weten, want hij is geen vreemdeling in het land. Wellicht had hij gerekend op meer krachtdadige steun, door het volledig plat bombarderen van de hele stad Basra bijvoorbeeld. Dat is technisch en logistiek natuurlijk wel mogelijk, maar ja, dan komt er geen olie meer uit de pijp, nietwaar? Hoe een dergelijke tactiek van verschroeide aarde, met honderdduizenden doden in het land zou worden opgevat, is ook niet zo moeilijk in te schatten. Uiteindelijk is de nieuwe wapenstilstand geschoeid op een ruimer generaal pardon voor opgepakte militieleden uit het Mahdi Army. Het zijn niet meer alleen voormalige soennitische opstandelingen die gratie krijgen en geïntegreerd worden in leger en politie van Irak. Zoals iedere politicus moet hij bewijzen dat hij het goede voor zijn volgelingen voor mekaar kan krijgen, al moet hij er ook voor ten oorlog gaan.
De kracht van Muqtada al-Sadr is, dat hij een immens breed draagvlak heeft voor zijn doelstellingen, een snelle aftocht van vreemde strijdkrachten en een sterke centrale regering die niet denkt aan privatisering van de energiesector en de olie-inkomsten zal besteden aan sociale opbouw en ontwikkeling, evenredig verdeeld onder de verschillende fracties, Koerden, Soennieten en Sji’iten, in de samenleving en zonder Al-Qaeda of andere buitenlandse inmenging.