3 mrt 2008

Jihad Tegen Vrijheid



Is het mogelijk nog een serieuze objectieve film over de islam te maken?
We hebben het nu wel steeds over de film van Wilders, maar het is voor mij nog de vraag of die bestaat, of er wel aan gewerkt is. Het idee doet zijn werk. De angst wordt geëxploiteerd en Wilders vaart daar wel bij. Maar dat idee is ook meteen een groot veiligheidsrisico. In zijn plaats zou ik die film – als die er is – niet vertonen. Het is te link. Teveel levens zouden op het spel staan, de schade zou te groot zijn.
Zou een objectieve, wetenschappelijke film nog gemaakt kunnen worden? Er is geen enkele reden om aan te nemen, dat een wetenschappelijke film, hoewel objectief, niet kritisch zou zijn. En - laten we wel wezen - de koran zelf staat bol van de kritiek op andersdenkenden en spoort de geweldsdreiging, die we nu ervaren schaamteloos aan. Zie bijvoorbeeld soera 4:123.
Er is geen sprake van eerbiediging van de Universele Mensenrechten in de onverdunde versies van de drie Abrahamitische religies, het jodendom, het christendom en de islam. In de bijbel gaat het, evenals in de koran, ook over het afslachten van andersdenkenden. Dat is dringend aanbevolen, nee, geboden. Daar kun je niet omheen. Het is ooit zo opgeschreven en het is nooit geschrapt en gelovigen achten hun gedrukte inspiratiebron nog steeds van kaft tot kaft heilig. Pointer heeft het hier du sniet over vrijzinnigen, ietsisten, agnosten en atheïsten, maar over de rechtstandige leden van CDA, CU, SGP, EO, KRO en NCRV (nog een héél zootje mafkezen).
Wat nu blijkt, is, dat het niet mogelijk is een film over de islam te maken, zonder de ziedende toorn van de hele islamitische wereld over je heen te krijgen, terwijl je wel een objectieve, wetenschappelijke film over het jodendom of over het christendom kunt maken, ook als daarin kritische geluiden te horen zijn. Je kunt satirische films daarover maken, of commerciële spektakelfilms. Dat geeft geen enkel probleem.
Nederland laat zich gijzelen door een islamitische wereld die onwrikbaar anders is, maar dát die wereld anders is, daar kun je alleen thuis over fluisteren, in de hoop dat je niet verraden of afgeluisterd wordt. Er is geen land ter wereld waar per hoofd van de bevolking, door de overheid zoveel telefoontaps gemaakt worden.
Zou er verband zijn?
Wat de populist Wilders ruimschoots aangetoond heeft, is ons nu allemaal wel duidelijk en daarmee is de legitieme functie weg. Het wordt nu tijd dat Wilders bekend maakt, dat het hele filmidee fake is geweest, dat er nooit een camera iets van heeft opgenomen en dat dit ook helemaal niet nodig is. Wilders heeft zijn punt gescoord. Door nu alsnog met zo’n film op de proppen te komen, zou hij laten zien diep en complex gestoord te zijn.
Maar ja, daar was ik toch al bang voor.
De foto bij dit bericht is genomen bij een zeer grote massademonstratie tegen de Deense cartoons te Londen. Die demonstranten werd niets in de weg gelegd, wat mijns inziens veel te ver doorgeschoten tolerantie is. Ook gematigde moslims hebben begrip voor zulke protesten en hun uitingen of ze steunen die zelfs, anders worden ze in eigen kring als afvalligen beschouwd.
De islam laat niet met zich spotten en ja, het christendom wordt in islamitische landen ook bespot en met aanzienlijk meer agressie vooral ook het jodendom, maar dat wordt juist aangemoedigd. Ook gematigde moslims zien dat en ze lachen erom.
Alleen de islam is heilig, de overtuiging van andersdenkenden niet. Dat weet toch iedereen? Het is vanzelfsprekend. Kijk, de islam is vrede en vrede wil toch iedereen? Nou dan!
In de grond van de zaak zijn er, volgens een algemeen geldende regel in de islam - en de profeet spreekt zich ook zo daarover uit - geen ongelovigen, maar onwilligen, dwarsliggers eigenlijk, die wel vrede (=islam) willen, maar geen gehoorzaamheid aan de regels daarvan willen. Die onwilligen zijn schadelijk voor de islam (=vrede) en moeten in toom gehouden worden. Ze zijn als onwillige dwarsliggers ook niet te vertrouwen en minderwaardig. Het zijn volkeren van apen, honden en varkens. Als ze zich onderdanig opstellen en de islam erkennen als de leidende godsdienst en daarnaar handelen, dan is er niets aan de hand.
Het verschil met zeer gematigde moslims is, dat die het al voldoende vinden, als andersdenkenden zich stil houden. Dat vinden de meest gematigde moslims al genoeg, dus onderdanigheid hoeft van hen niet. Andersdenkenden mogen hun eigen godsdienst houden en moslims mogen hun eigen godsdienst houden. Daar is de islam heel schappelijk in.
Nou dat zal dan wel.

snelkoppeling naar Netwerk-uitzending

Ga met onderstaande adressen kopiëren en plakken in de adresbalk

voor een opwekkend filmpje over islamitische vredesactivisten naar:
http://www.youtube.com/watch?v=4i600qrlS2M

Voor klassieke islamitische krijgersromantiek naar:
http://www.youtube.com/watch?v=QL7n1vdGdQQ

Voor onderricht aan de kleintjes naar:
http://www.youtube.com/watch?v=odvRlLZrlJ4

Voor reguliere politiek van keurige moslimautoriteiten naar:
http://www.youtube.com/watch?v=w91MgE3mi80

Voor hoe om te gaan met afvalligheid naar:
http://www.youtube.com/watch?v=mgnncfYRPxk

Every woman looks at the crime of apostasy; how a baby can be torn from its parents because a Muslim woman dared to marry a non-Muslim.

Maar ja, dat is allemaal in het buitenland, hè?
In Nederland is de islam natuurlijk anders, leuker, liever, moderner en zeg nu zelf, het aantal moorden en aanslagen valt hier toch ontzettend mee?
Dit was gewoon een bericht over filmpjes en ik heb de verleiding weerstaan zelf een filmpje te maken.

Gewezen First Lady Stort Haar Hart Uit


Brieven van Hillary Rodham als tiener

Een toekomstige presidentskandidaat stortte haar hart uit in brieven.

Wahington, 28 juli 1965 – Ze waren vrienden, highschool-vrienden van Park Ridge, Illinois, beiden hoog begaafd en op weg naar college. John Peavoy was een leesgrage filmenthousiast en bestemd voor Princeton, Hillary Rodham een gedreven burgerrechten minnende Republikein op weg naar het all-girls college Wellesley. Ze waren niet echt close, maar ze vonden elkaar slim en interessant en zeiden dat ze met elkaar in contact zouden blijven.
Wat ze wonderwel deden ook, dozijnen brieven uitwisselend tussen de late zomer van 1965 en de lente van 1969.

Hillary Rodham’s 30 verzendingen zijn beurtelings bezeten van angst en prozaïsch, weldoordacht en zwartgallig, gekweld en uitbundig – een ongebruikelijke, ongefilterde kijk in het hart van de toekomstige First Lady, senator en presidentspretendent. Haar private veelzeggendheid staat in schril contrast met de altijd gedisciplineerde persoon die ze nu in het openbaar is.
“Sinds de kerstvakantie ben ik door 3,5 metamorfoses gegaan en begin ik te gevoelen, dat er een ruime keuze van persoonlijkheden voor me is”, schreef Hillary Diane Rodham aan John Peavoy in april 1967. “Tot nu toe gebruikte ik de vervreemde, academische, betrokken pseudo-hippie, de educatieve en sociale hervormer en de half om half teruggetrokken simpele.”
Passend voor collegestudenten van elke tijd, zijn de brieven ook zelfabsorberend en onthullend, boodschappen van een ongevormde en kwetsbare streber, die in haar eigen woorden, “nog niet verzoend met mezelf en mijn lot om niet de ster te zijn.”
“Zondag was lethargisch vanaf het begin als ik me wentelde in een moeras van algemene en specifieke afkeer van de meeste mensen en speciaal van mezelf,” meldde Hillary in een brief die op 3 oktober 1967 was gepost. Wat ze uiteindelijk geworden is treffen we niet aan en dat is onderwerp van wilde speculaties.
In andere brieven zou ze haar bevestigde ergernis meedelen over haar rigide conservatieve vader en minachting voor haar eerste maatjes in het collegeslaaphuis en een LSD druppelende vriend. Ze wilde een allesomvattende veroordeling uitgeven van de jongens die ze ontmoet had (“die een heleboel weten over het ‘zelf’ en niets over de ‘man’”) en ook vertellen van een ontmoeting die ze gehad had met “een Dartmouth-jongen” in het voorgaande weekend.
“Het lijkt altijd, alsof ik je schrijf, wanneer ik weer teveel heb nagedacht,” scheef Hillary in één van haar eerste notities aan John Peavoy, gepost op 15 november 1965. Later grapte ze, dat ze zijn brieven zou behouden en er een miljoen dollar mee zou verdienen, zodra hij beroemd geworden was. “Misgun mij niet mijn handelsgeest.”
Het was Hillary Diane Rodham die beroemd werd, terwijl Peavoy zijn leventje leefde, in tevreden bescheidenheid, als docent Engels aan het Scrippscollege, een kleine meisjesschool in Zuid-Californië, waar hij sinds 1977 lesgegeven heeft. Tot in iedere vezel een wildharige academicus, met een grote zilveren bril achter bossige bakkebaardjes weggestoken, leeft hij met zijn vrouw, Francis McConnel en hun kat, Lulu, in een bungalow volgepakt met films, boeken en dozen – één daarvan bevat een schat aan brieven van een oude vriendin die sindsdien één van de meest voorzichtige en meest geanalyseerde politici in Amerika geworden is.
De brieven zijn geschreven in een periode, dat de toekomstige mevrouw Clinton een diepgaande transformatie onderging, van het Goldwater-meisje, die haar conservatieve gezichtspunten deelde met har vader, naar de liberale antioorlog activiste.
In haar vroege brieven verwijst Hillary Rodham naar haar deelname aan de Young Republicans, een erfenis van haar opvoeding. In oktober van haar eerste jaar, liet ze haar bemoeienissen daarmee varen als “zo misplaatst” wat ze denkt beter te kunnen uitwerken naar eigen voorkeur. “Ik bedacht, dat ik in staat moet zijn, dingen op mijn eigen manier uit te werken, tegen de tijd dat ik een junior ben, dus ik ga me er maar eens voor zetten,” schrijft ze.
Zo onthullen de brieven een snel afkalvende trouw aan de partij van haar kindertijd. Ze ridiculiseert een trip naar een bijeenkomst van de Young Republicans als "een klucht, die je aan Oscar Wilde zou toeschrijven.” Tegen de zomer van 1967 begint Hillary – schrijvend vanuit het vakantiehuis van haar ouders in Lake Winola, Pansilvanië – als ze het over Republikeinen heeft ‘zij’ te schrijven in plaats van ‘wij’. “Dat is geen Freudiaanse verspreking,” voegt ze eraan toe.
Enkele maanden later zal ze als vrijwilliger werken voor de campagne tegen de oorlog van senator Eugene McCarthny in New Hampshire. Deze senator stelde zich ten doel het systeem van binnen uit te veranderen, in plaats van door actiesvoeren van buitenaf en dat paste precies in het straatje van Hillary en haar fascinatie voor de macht. Mettertijd in 1969 steekt ze haar afscheidsspeec af aan Wellesley, waaruit ze de “onontbeerlijke kritiek en opbouwende protesten van mijn generatie” citeert. De speech maakt indruk, ze krijgt een foto in Life en interviews op radio en tv, maar in vele opzichten zijn haar brieven meer onthullend over haar zoektocht naar zichzelf. “Kun je een misantroop zijn en toch van sommige individuen houden en genieten?” schrijft Hillary in een brief in april 1967. “Wat te zeggen van een meelevende misantroop?”
De brieven van John Peavoy aan Hillary Rodham zijn verloren gegaan voor het nageslacht, tenzij zij ze gehouden heeft, wat hij betwijfelt. Hij zegt, dat hij wilde dat hij er kopieën van gemaakt had voor zichzelf. “Het waren ramen in een tijd en plaats en een reis naar zelfontdekking,” zei hij in een interview.
“Dit was wat collegestudenten deden in de tijden voorafgaand aan het smoelenboek.
De brieven zijn Peavoy’s enige verbinding met zijn voormalige penvriendin. Ze bezochten elkaar nooit en telefoneerden evenmin met elkaar tijdens hun vier colegejaren. Na hun diploma-uitreiking verloren ze helemaal het contact, behalve bij de 30-jarige reünie van hun Main South High School klas van 1965, gehouden in Washington, om zich aan te passen aan de meest beroemde klasgenoot, wier man toen zijn eerste ambtstermijn in het Witte Huis had.
“Ik stond een tijdje op de kerstkaartenlijst van het Witte Huis”, zei Peavoy. Behalve een snelle groet in de ontvangstrij van Mrs. Clinton bij de reünie heeft Peavoy precies één direct contact in 38 jaar met haar gehad. Dat was, heel passend, per brief, alleen waren die keer haar woorden meer zakelijk.
Laat in de jaren ’90, nam de auteur Gail Sheehy contact met hem op. Zij deed onderzoek voor een boek over de First Lady. Peavoy stemde toe Ms Sheely de brieven te laten zien, waarvan ze citaten van enkele zinnen in haar biografie “Hillary’s Keuze” (1999) wilde opnemen. Toen mrs Clinton hoorde dat Peavoy haar oude brieven bewaard had, schreef ze hem om kopieën te vragen, wat hij inwilligde. Sindsdien hoorde hij niets meer van haar.
Zover ik weet, is ze boos op mij, omdat ik haar brieven gehouden heb,” zei Peavoy, een verzamelgek, die vertelt dat hij massa’s brieven heeft van vrienden over de jaren heen. Als Democraat, zegt hij, is hij er nog niet uit of hij op Hillary Clinton of op Barack Obama zal stemmen.
De brieven van Hillary Rodham zijn geschreven met een vrijwel onberispelijke spelling en interpunctie. Altijd pleaser, begint ze vaak met de verontschuldiging, dat het zolang heeft geduurd, voor ze antwoord geeft. Ze prijst Peavoy’s brieven, terwijl ze die van zichzelf geringschat - “mijn gebruikelijke gezwam” en tekent met een eenvoudig “Hillary” of af en toe een “H” of “me”.
Zoals je verwacht van brieven, die geschreven zijn tijdens de college jaren, vertonen de brieven van Hillary Rodham een ontwikkeling in subtiliteit, gezichtspunt en intellectuele richting. Een existentieel thema dat steeds terugkeert, is dat Hillary zichzelf ziet als een “actor”, medespeler, waarmee ze bedoelt, een student activist, toegewijd aan een leven van civiele actie van binnenuit, in contrast met Peavoy die ze beschouwt als een “reactor”, meer iemand die van buitenaf kritiek heeft.
“Ben je tevreden met het deel waarin jij jezelf opsluit?” vraagt ze Peavoy in april 1966. “Het schijnt dat jij hebt besloten meer een reactor dan een actor te worden – alles rondom je zal jouw leven bepalen."
Ze is mild bevoogdend, als ze haar vriend aanmoedigt om het leven uit te proberen. Ze citeert uit “Dokter Zhivago”, “Men is geboren om te leven, maar niet voorbereid op het leven,” en tekent de brief met “Me" ("het droevigste woord van de wereld,” voegt ze daar pathetisch aan toe).
Hillary wordt smachtend en weemoedig als ze de natuur van leiderschap en publieke dienst bespreekt en hoe de bevestiging van het dienen van anderen een substituut kan zijn voor zelfgerichte wijsheid. “Als mensen op je reageren als op een gever, dan ben je dat mogelijkerwijs,” schrijft ze in een brief met posstempel 15 November 1067, en dan vervolgt in deze geest een hele pagina, voordat ze van onderwerp verandert en informeert wat Peavoy het volgende weekend van plan is.
Hillary’s berichten wijzen op een gestage verwijdering van Park Ridge, haar oude vrienden en haar familie, vooral van haar rigide vader. Ze is kokend over de weigering van haar ouders om haar een weekend in New York te laten doorbrengen (“Hun redenen – geld, angst voor de stad, ze denken dat ik teveel rondren enzovoort – zijn belachelijk.”) en fantaseert erover de zomer tussen haar tweede jaar en juniorjaar door te brengen in Afrika, alleen om het idee uit te bannen van te voorziene “scènes met mijn vader.”
Terwijl ze thuis is tijdens de onderbreking van haar juniorjaar in februari, beweent Hillary “de communicatiekloof” die zich tussen haar en haar familie heeft geopend. “Ik voel alsof ik de 'top of my head' verlies,” klaagt ze , een ruzie beschrijvend, die – voor de verandering – in de kamer naast haar plaatsvindt tussen haar broers en haar vader. “God, ik voel me zo gescheiden van Park Ridge, ouders, thuis, de hele onwerkelijkheid van de Amerikaanse middenklasse,” zegt ze. “Dit klinkt allemaal zo voorspelbaar, maar het is waar.”
Hillary is beschreven door mensen, die haar kenden toen ze opgroeide, als vroegrijp en in brieven is ze soms vernietigend oordelend. Ze besteedt één brief hoofdzakelijk aan de verwelkende waardering voor de maatjes in haar slaaphuis. “Naast mij,” zegt Hillary zuur. “Natuurlijk, ik ben normaal, als dat een toegestaan adjectief is voor een Wellesley-meisje.”
In andere brieven schrijft ze over haar eigen wanhoop. In eentje, geschreven in de winter van haar tweede jaar, beschrijft ze een “februaridepressie.” Ze omschrijft een lange, verlamde ochtend doorgebracht in bed, lesuren overslaand, zichzelf hatend. “Willekeurig denken wordt gewoonlijk een proces van zelfanalyse met mijn ego aan de korte kant naar buiten.”
Een ander terugkerend thema van Hillary’s overpeinzingen is de vertrouwde impuls van adolescenten niet te willen opgroeien. “Zo stierlijk vervelend” zegt ze, de Rolling Stones inroepend, in een zeldzaam geval dat ze verwijst naar de popcultuur.
Haar brieven verraden somtijds een soort onschuldig narcisme over “mijn verloren jeugd,” zoals ze het in een brief kort na haar 19de verjaardag beschrijft. Ze schreef over een klein meisje zijn, gelovend dat ze de enige persoon in het universum was. Ze had het gevoel, dat, als ze zich snel zou omdraaien, ieder ander zou verdwijnen.
“Ik speelde buiten voor ons huis in een zonnestraal, die door de dichte iepen brak en stelde me voor, dat er hemelse filmcamera’s waren, die iedere beweging van me waarnamen,” zegt ze. Ze smacht naar alle opwinding en de ontdekkingen van het leven zonder verlies van dat meisje in de zonnestraal. Op welk punt Hillary verklaart, dat ze teveel tijd heeft besteed aan “gaan door het verbale moeras” en dan schrijft ze dat ze naar bed gaat. “Je denkt waarschijnlijk, dat ik me terugtrek uit de wereld, terug naar het zonlicht, in een poging mijn kinderfilm te dromen.”
De brieven bevatten geen mogelijk schadelijke openbaringen van het soort “jeugdige indiscreties,” en noemen niets bedreigend vreemds of onverantwoordelijks. Inderdaad neigt ze naar schelden op zichzelf: “Ik ben teveel bezig geweest mezelf te plezieren en lente of brievenschrijven zijn – naar burgerlijke ideeën – geen excuus.”
Ze rapporteert in een brief van oktober in haar tweede jaar dat ze een miserabel weekend heeft besteed aan geruzie met een vriend die vind dat “LSD de weg is en wat is er tegen verruiming van mijn bewustzijn.”
In een eerdere brief, tijdens haar eerste jaar, onthult ze dat een junior in haar slaaphuis gepakt is bij haar vriendje om 3.15 uur a.m. “Ik vergoelijk haar acties niet,” verklaart Hillary, “maar ik zal haar verdedigen tegen afwijzing van haar recht, om te doen wat haar bevalt – een gebruikmaking van Voltaire.”
Hillary’s notities aan Peavoy zijn onthullend, zelfs bij tijden intiem, maar als er enige romantische energie is tussen de penvrienden, dan is dat niet evident aan haar kant van de conversatie. “P.S. bedankt voor de Valentijnskaart,” schrijft ze in een brief, “Goede nacht.”
Haar brieven bevatten geen vermelding van enige romantische interesse, behalve dat ze een jongen van Dartmore ontmoette en die zaterdag in Hannover heeft doorgebracht.
Hillary schaatst ernstig over de oppervlakte van het leven, meer vragen oproepend dan beantwoordend. “Vorige week bedacht ik, als het leven absurd is, waarom zou ik het dan niet absurd gelukkig leven?” schreef ze in november van haar juniorjaar. Ze daagde zichzelf toen uit geluk te definiëren: "Hillary Rodham, erkend agnostisch intellectuele liberaal, emotioneel conservatief.” Van daar af acht ze het proces van zelfdefinitie “te deprimerend” en beweert ze, dat “de makkelijkste ontsnapping is, elke gedachte te stoppen, introspectie benaderen en anderen, wanneer mogelijk, te adviseren.”
De correspondentie met John Peavoy gaat sneller dan een nachtkaars uit, vooral na de eerste helft van haar juniorjaar. Zo zijn er twee uit 1968 en één uit 1969. "Ik zit hier aan een gestolen tafel in een strakke, smerige denim broek met wijd uitlopende pijpen, een nooit gestreken werkhemd en een prachtige, purperen vilthoed, een purperen sjaal met polkadots daarvan afhangend,” schrijft ze in haar laatste brief 25 maart 1969. Als senior, bestemd voor de rechtenstudie, geeft ze er blijk van de tijd spuugzat te zijn, een land in oorlog en een cultuur in tumult. “Ik ben doodmoe van lui die met deuren slaan en obsceniteiten roepen over het arme oude leven,” zegt ze en beschrijft dan het geluid van zingende vogels temidden van de “zielloze academeia” die ze nog enige weken zal bewonen als nog niet-gegradueerde student.

2 mrt 2008

Clinton liegt Liever


De Billarygang liegt en opverdrijft graag om hun idool voor het presidentschap voor te stellen als de ideale onderhandelaar, die alles wat goed is voor de mensen voor mekaar weet te krijgen en soms, daadwerkelijk, gebeurt er iets waar mensen iets aan hebben, maar doorgaans is Hillary Clinton dan te laat of niet in de buurt of ze heeft er part noch deel aan.
Zo claimt zij ervoor gezorgd te hebben, dat Macedonië de grenzen opende voor vluchtelingen uit Kossovo. Ze bezocht op 14 mei 1999 vluchtelingenkampen in Albanië, terwijl de NAVO bombardementen uitvoerde op Servië. De regering van Macedonië opende de grenzen voor vluchtelingen uit Kosovo reeds de dag ervoor op 13 mei 1999. De vraag is nu of Clinton betrokken was of dat dit het resultaat was van onderhandelingen door diplomaten. De volgorde geeft aan, dat het openen van de grenzen het resultaat was van diplomatieke inspanning voordat Hillary Clinton arriveerde.
Deze zaak lijkt onbelangrijk, maar het tekent de aard en beperking van Clinton's ervaring als First Lady. Was zij een traditionele First Lady of meer een soort co-president, meehelpend aan een vredesovereenkomst in Noord-Ierland en onderhandelend met vreemde mogendheden? De werkelijkheid is, dat ze betrokkenheid toonde door vluchtelingen en slachtoffers te bezoeken, maar niet op zinvolle wijze betrokken was bij diplomatieke onderhandelingen. Haar rol was meer symbolisch dan substantieel.
Recently, as only Hillary can do, she claimed that she was “deeply involved in the Irish peace process.” Bill has also picked up the theme, citing her “independent” role in resolving the century-old conflict as “experience” with which to justify a White House run.
How odd that Hillary forgot to mention her pivotal role in Ireland just four years ago, when she wrote her $8 million memoir, Living History. There, she told a very different story.
Her first mention of Ireland was in a discussion of Bill’s October 2004 trip:
“The trip highlighted Bill’s milestones in foreign affairs. In addition to his pivotal role in easing the tensions in the Middle East, he was now focusing on the decades Long Troubles in Northern Ireland.” (Emphasis added)
No memories of her own involvement in the Irish “troubles.”
Ireland next appeared in Hillary’s memoirs in 1995, when the Clintons visited Belfast and Dublin. According to Hillary, while Bill met with the “various factions” of Irish politics, Hillary met with women leaders of the peace movement. Rather than discuss the difficulties of the peace process, Hillary focused on a teapot used by the women: They poured tea from ordinary stainless steel teapots, and when I remarked how well they kept the tea warm, Joyce insisted that I take a pot to remember them by. I used that dented teapot every day in our small family kitchen in the White House...”

lees hier verder over Hillary's zeer beperkte betrokkenheid bij de Ierse kwestie
Als First Lady bezocht ze in totaal 79 landen, heel weinig vrij in haar bewegingen en mogelijkheden. Bij een ontmoeting met zwaar gemutileerde Rwandese vluchtelingen raakte ze zo van streek, dat ze moest overgeven en zich voor de rest van de dag terugtrok.
In haar tijd in het Witte Huis deed ze niets aan veiligheidsmaatregelen. Ze bezocht de meetings met de National Security Counsil niet en kreeg ook geen kopie van dagelijkse Itelligence briefings. Ze mengde zich niet in de crises in Somalië, Haïti en Rwanda. Tijdens één van Bill Clinton's zwaarste test m.b.t. terrorisme, danwel bij de overweging of hij Afghanistan en Soedan zou bombarderen in 1998, sprak ze nauwelijks met haar echtgenoot, behalve om hem te adviseren inzake het Lewinsky-schandaal. Toen ze opging voor de Democratische nominatie claimde ze vrijwel dagelijks twee eigenschappen: sterkte en ervaring, maar als junior senator had ze maar heel weinig aandelen in wetgeving op haar naam. Daarom stelde ze zichzelf voor een First Lady als geen ander geweest te zijn, een volledige partner in de Administratie van haar man, met een stoel op de eerste rij van de historie.
Zoals Pointer al eerder heeft opgemerkt, heeft ze de neiging haar eigen positie sterk te overschatten en op grond daarvan brokken te maken.
Haar rivalen spotten met het idee dat haar achtergrond haar speciale kwalificaties geeft voor het presidentschap. Senator Barack Obama vroeg haar naar haar ervaringen als First Lady, opmerkend dat de baan niet gelijk is aan die van een van een kabinetslid, laat staan aan die van een president.
And late last week, Mr. Obama suggested that more foreign policy experts from the Clinton administration were supporting his candidacy than hers; his campaign released a list naming about 45 of them, and said that others were not ready to go public. Mrs. Clinton quickly put out a list of 80 who were supporting her, and plans to release another 75 names on Wednesday.
Mrs. Clinton’s role in her most high-profile assignment as first lady, the failed health care initiative of the early 1990s, has been well documented. Yet little has been made public about her involvement in foreign policy and national security as first lady. Documents about her work remain classified at the National Archives. Mrs. Clinton has declined to divulge the private advice she gave her husband.

Een interviev met mrs Clinton, gesprekken met 35 officials van Bill Clinton's Administratie en een overzicht van boeken over haar jaren in het Witte Huis suggereren meer, dat ze als een klankbord functioneerde, dan als een beleidsmaker. Ze leerde meer door osmose, dan door het nemen van beslissingen en ze raakte zo gewend aan het omgaan met mensen die gebruik maken van militaire macht.
Haar tijd was een overgangsperiode in de buitenlandse politiek en de nationale veiligheid, met de koude oorlog voorbij en een groeiende dreiging van moslimterrorisme. Daardoor had ze nooit deel aan de oude school, die gericht was op de Sovjetunie en een mogelijke nucleaire oorlog en evenmin aan de meer recente inspanning van Nationaal veiligheidsdenken, gedefinieerd door niet-statelijke dreiging en de verspreiding van nucleaire technologie.
Associates from that time said that she was aware of Al Qaeda and Osama bin Laden and what her husband has in recent years characterized as his intense focus on them, but that she made no aggressive independent effort to shape policy or gather information about the threat of terrorism.
She did not wrestle directly with many of the other challenges the next president will face, including managing a large-scale deployment — or withdrawal — of troops abroad, an overhaul of the intelligence agencies or the effort to halt the spread of nuclear weapons technology. Most of her exposure to the military has come since she left the White House through her seat on the Senate Armed Services Committee.

Ja soms heeft ze het knap lastig, als ze ondervraagd wordt door journalisten.
Asked to name three major foreign policy decisions where she played a decisive role as first lady, Mrs. Clinton responded in generalities more than specifics, describing her strategic roles on trips to Bosnia, Kosovo, Northern Ireland, India, Africa and Latin America.
Asked to cite a significant foreign policy object lesson from the 1990s, Mrs. Clinton also replied with broad observations. “There are a lot of them,” she said. “The whole unfortunate experience we’ve had with the Bush administration, where they haven’t done what we’ve needed to do to reach out to the rest of the world, reinforces my experience in the 1990s that public diplomacy, showing respect and understanding of people’s different perspectives — it’s more likely to at least create the conditions where we can exercise our values and pursue our interests.”

Het is bijna zielig. Het is weer tijd voor de nauwelijks teruggehouden snik en traan die haar weer miljoenen stemmen zal opleveren. Dan heeft ze weer enige dagen de volledige media-aandacht.
Ik bracht nog even een bezoekje aan de website van Barack : factscheck
On CNN today:
Q: Senator, can you talk about one specific time when you've had to make that kind of 3 A.M., split-second decision based on foreign policy?
Clinton: Well, I was involved in a lot of the decisions that were made. But again, you're looking at it from the wrong perspective. I'm presenting – you know, no one who hasn't been president has ever done that. So, that's not the right question. The question is, what have you done over the course of a lifetime to equip you for that moment. Now, I think you'll be able to imagine many things Senator McCain will be able to say. He's never been the president, but he will put forth his lifetime of experience. I will put forth my lifetime of experience. Senator Obama will put forth the speech he made in 2002. And that's why national security is a critical issue for Democrats as we go into this primary; because everyone knows that John McCain will make this election about national security, that is a given. And it will be imperative that we have a nominee who is able to stand on that stage with Senator McCain, and I believe I am the person best able to do that. [CNN, 3/1/08]
From her campaign's conference call yesterday:
It was, in this reporter's opinion, the most interesting moment in today's Clinton campaign phoner with reporters. Responding to the release of HRC's new TX TV ad, which asserts in no subtle terms that only she has the experience to deal with a major world crisis, and, relatedly, to keep your children safe, Slate's John Dickerson asked the obvious question: "What foreign policy moment would you point to in Hillary's career where she's been tested by crisis?" he said. Silence on the call. You could've knit a sweater in the time it took the usually verbose team of Mark Penn, Howard Wolfson and Lee Feinstein, Clinton's national security director, to find a cogent answer. And what they came up with was weak -- that she's been endorsed by many high ranking members of the uniformed military. Take a listen... [Hotline, 2/29/08]

Dan gaan we even luisteren, niet waar?
Hotline, 2/29,08
Juist, onder haar supporters heeft ze een hele club militairen in uniform en merendeels gepensioneerd, die haar steunen en daaron is zij - zoals haar campagnestaf verzekerd - in staat om als president in een splitseccond te reageren op een crisis.
Hoezo dan?
Slaapt ze met die lui als ze president is? Maar stel dat het
om een enorme natuurramp gaat of
om een plotselinge, massale uitbraak van een onbekende besmettelijke ziekte of
om een desastreuze ineenstorting van de economie of
om het plotseling gedetailleerd bekend worden van haar hele doen en laten als First Lady met Bill Clinton?
Wat heb je dan aan een stelletje krakende militairen als Storming Norman?
Hillary Rodham Clinton heeft wel een heel beperkte visie op het begrip crisis.


Clinton today on CNN: Well, the issue is who will be there to answer that phone based on a lifetime of experience, and I feel very comfortable putting forth my lengthy experience in foreign policy, representing our country in more than 80 countries, helping to bring peace to northern Ireland, to negotiate to open up borders during the conflict in Kosovo, standing up for American values and interests from Beijing to Africa, Latin America.
George Mitchell: Clinton Was "Not Involved Directly" In Diplomatic Negotiations of Northern Ireland Peace Process. "Hillary Clinton has repeatedly cited her White House years as key to why she has the ability to serve as president from "Day One." Both she and her husband have pointed to her "independent" role in bringing peace to Northern Ireland as an example of her foreign policy experience. Her critics, notably former Clinton pollster Dick Morris, have poured scorn on her claim that she was "intimately involved" in the peace process. So who is right? [...] she accompanied her husband as first lady on those four occasions, so they were hardly "independent" visits. (She would sometimes fly in a day early to give a lecture.) [...] I just spoke to Senator George Mitchell, the Clinton administration's leading Northern Ireland peace negotiator, who said that Hillary was "not involved directly" in the diplomatic negotiations that led to the landmark April 1998 Good Friday agreement on power-sharing. On the other hand, Mitchell credits Clinton with taking an intelligent interest in the issues and getting acquainted with many of the key players. [...] Chris Thornton, a political reporter for the Belfast Telegraph, said that Hillary Clinton's visits to northern Ireland contributed to the "mood music" that made an eventual settlement possible, but were hardly key to reaching an agreement. "Would we have reached a settlement without that kind of stuff? Yes. Would we have got one without the intervention of Bill Clinton and George Mitchell? No." Hillary is making a lot more of her Northern Ireland role on the campaign trail than she did in her memoir "Living History." As the Boston Globe recently noted, her stories of bringing Protestant and Catholic women together have become more dramatic with each retelling. The claim that she brought Catholics and Protestants together "for the first time" seems dubious. This would not be the first time that she has mixed up her chronology.

[Washington Post, Fact Checker, 1/10/08]

Barack Obama versus Hillary Clinton



Nog steeds geen Woorden maar Daden
Throughout the day, Clinton sharpened her effort to focus voters on national security, stressing her record on the issue and attacking that of her opponent. "His entire campaign is based on making a speech in 2002," she said, referring to Obama's much-publicized stance against the invasion of Iraq. "I give him credit for making the speech. But the speech was not followed up by action."

Hoezo actie? Barack Obama was toch geen president op dat moment? Hij kon helemaal geen actie ondernemen als deel van de oppositie tegen de oorlog in Irak en hij zat nog niet eens in de Senaat. Wie wel als senator actie kon ondernemen was senator Hillary en zij stemde vóór de oorlog en steunde daarmee de acties van George W. Bush!
Ze zal dus echt niet genoten hebben van de speech van Obama in 2002.
"Everyone knows that John McCain will make this election about national security," she said, calling Obama "missing in action" for a Senate vote on Iran as chairman of a subcommittee that deals with NATO's role in Afghanistan. "If you can't have that debate with me, how can you have it with John McCain?"

Iedereen weet dat Al Qaida onder Sadam Hoesein geen invloed of basis had in Irak. Osama bin Laden en Sadam waren verklaarde vijanden van elkaar. Op dit moment heeft Al Qaida vaste voet gekregen in Irak en verscheidene waarnemers hebben gesignaleerd dat de inval in Irak een enorme reclamecampagne voor Al Qaida is geweest, waardoor duizenden moslims als terroristen voor deze terreurorganisatie zijn geworven. Deze kunnen nu in Irak als stadsterroristen tactische en gevechtservaring opdoen. Daar is de wereld niet veiliger van geworden. Door de oorlog tot Afghanistan te beperken zou met meer inzet en het volledig uitschakelen van de Taliban tot in Pakistan geen ruimte zijn voor uitbreiding van Al Qaida en Osama bin Laden, samen met andere leiders van Al Qaida, zou geen veilige schuilplaats meer hebben.
Blijkens het citaat hierboven lijkt Hillary enkele zaken door mekaar te halen. Iran heeft namelijk niets te naken met de strijd van de NATO in Afghanistan en dus ook niet met zijn voorzitterschap van de commissie die het proces in Afghanistan begeleidt. Bekend is dat er bij de NATO geen enkele steun is voor de intenties van Bush en McCain om Iran plat te bombarderen. Kennelijk ziet Clinton wel heil in zo’n actie om op die manier de veiligheid van de VS te versterken. Tegen McCain zou Obama dit afkeuren als een totaal krankzinnig idee, om zonder aanleiding nog in een tweede wespennest te gaan roeren. De gedachte dat Iran bezig is atoombommen te maken is reeds sinds maart 2007 afgevoerd omdat de CIA en andere onderzoekers en waarnemers tot de conclusie zijn gekomen dat hier geen sprake van was. Aangezien de Amerikaanse administratie toen in vijandige taal bleef volharden, nam Putin de gelegenheid waar om invloed bij Iran te verwerven met het toezeggen van Russische steun voor vreedzame kernenergie en het sluiten van een pact voor militaire bijstand. Oorlog met Iran is dus ook direct een volledige oorlog met Rusland, maar daar schrikt McCain niet voor terug.
"This is a wartime election," Clinton said as police helicopters buzzed overhead. "We have a war to end in Iraq, and a war to win in Afghanistan. . . . We have real enemies, sitting in some cave somewhere, trying to figure out how to hurt us again." Clinton's final Texas stop was at the Dallas fairgrounds. There, she pledged to bring U.S. troops home from Iraq within the first 60 days of her presidency and again emphasized that her experience would make a difference. "Everybody's going to be saying, 'But what will Texas do?' " she said. "I'm not asking you to take a leap of faith. I'm asking you to look at what I've already done."

Maar, zoals Pointer reeds aangegeven heeft, als je dan wilt kijken naar wat ze allemaal gedaan heeft an dit onderwerp, krijg je niets te zien, want ze heeft niets gedaan behalve Bush steunen in zijn hachelijke avontuur in Irak dat op een nachtmerrie is uitgelopen. Overigens is zij hier fout geciteerd of het is een verspreking. Clinton heeft beloofd binnen 60 dagen met een plan te komen voor de terugtrekking van de troepen uit Irak. Die troepen binnen 60 dagen terugtrekken is volkomen onmogelijk en volgens Pointer heeft ze dat ook nooit gezegd.
Clinton bekritiseert Obama in Texas.
Obama beantwoordt kritiek van Clinton
"Real change isn't about changing your position to fit the politics of the moment," he declared this afternoon in a gymnasium at the Rhode Island College Recreation Center. "Real change, for example, is not calling NAFTA a victory and saying how good it was for the American people until you decide to run for president," Obama continued, reprising an argument that he has made about Clinton in the days running up to Tuesday's primary contests in Rhode Island, Vermont, Texas and Ohio.


NAFTA kwam uitgebreid ter sprake in het laatste TV-debat, voordat op dinsdag aanstaande de voorverkiezingen gehouden worden in de grote staten Ohio en Texas waar Clinton met dubbele cijfers moet winnen om iets van haar achterstand goed te maken. NADTA, de North American Free Trade Agreement krijgt de schuld van het wanbestuur van Bush dat in Ohio voor het verlies van banen heeft gezorgd. NAFTA was een speerpunt van beleid voor Bill Clinton die er veel beter mee kon omgaan zodat er onder zijn presidentschap per saldo 27,4 miljoen banen bijkwamen. Hillary heeft gezegd dat ze altijd al tegen NAFTA is geweest, maar als we kijken wat ze daar dan tegen gedaan heeft zien we niets. Ze heeft zich er zelfs nooit tegen uitgesproken, maar Obama wil herziening van de NAFTA, dus nieuwe onderhandelingen met Mexico en Canada. Bush gaf belastingvoordelen aan de grote bedrijven om fabrieken naar het buitenland te verplaatsen, waar meer winst te maken was voor de aandeelhouders. Barack zegt:
“I will tell you that I will be thinking about workers and not just Wall Street when I put together trade agreements."

Barack Obama is niet tegen lobbyisten die de belangen van hun cliënten bepleiten. Lobbyisten zijn een waardevolle bron van informatie voor politici, maar hij weigert campagnegeld aan te nemen van federale lobbyisten die hem daarmee zouden kunnen beïnvloeden in zijn beleidsbeslissingen. Clinton neemt wel dat geld aan en McCain neemt geen geld aan van lobbyisten, zegt hij, maar laat dure lobbyisten voor zijn campagne dure diensten verlenen, zonder hen daarvoor te betalen.
Obama zegt:
"Real change isn't voting for a bankruptcy bill that makes it harder for families to climb out of debt," Obama said. "She said she voted for this bill and then she hoped it wouldn't pass. I've got to say, that's not how things work. If you don't want it to pass, you don't vote for it.” Real change, he said, isn't voting for the war in Iraq and then describing it as "actually a vote for more diplomacy."
"The title of the bill was 'A Resolution to Authorize the Use of the United States Armed Forces Against Iraq,' " Obama said. "That sounds like you were voting for authorizing the use of armed forces against Iraq. I knew what it was. Lincoln Chaffee knew what it was."
Chaffee, a former Republican senator from Rhode Island, has endorsed Obama and was in the audience. The campaign pegged the overflow crowd at 10,000.

Een poll van verdacht rechtse huize geeft op dat Clinton op Rhode Island op kop gaat met 49% en dat Obama volgt met 40%, terwijl nog 11% niet beslist heeft. Feit is dat Clinton op massieve steun in Rhode Island kon rekenen, omdat zij en haar man er zo vaak op bezoek zijn geweest, dat Bill wel eens gezegd heeft dat hij eigenlijk de lokale belasting als inwoner zou moeten betalen.

Wat is er Slecht aan Goed Spreken?



Vriend en vijand zijn het erover eens dat onder de presidentskandidaten in de huidige verkiezingsstrijd in de VS Barack Obama onnavolgbaar meeslepend en inspirerend spreekt en daaraan zijn grote succes te danken heeft. Dat vinden de andere kandidaten natuurlijk niet leuk en dus bekritiseren ze hem daarop. Ze noemen zijn woorden leeg en ze zeggen dat het op daden aankomt. In zijn speeches laat hij niets zien van de inhoud, waar het in de politiek om moet gaan.
Is dat terecht?

De daden.
Pointer heeft in voorgaande berichten reeds aangegeven wat het verschil is tussen Hillary Clinton en Barack Obama als het op ervaring aankomt. Jawel, Clinton heeft meer jaren in Washington doorgebracht dan Obama, maar het gaat om de daden hè? Gebleken is dat Obama in kortere tijd onvergelijkbaar veel meer heeft gepresteerd.. Clinton presteerde als wet- en regelgever in al haar jaren nog geen 10% van wat Obama in drie jaar heeft neergezet. Het verschil is dus meer dan indrukwekkend. “She never made a homerun and she sees Obama ten yards before he is disappearing from her view in a cloud of dust. He is winning game after game on the floor of the Senate.” Het is volstrekt schaamteloos van Clinton, om Obama’s ervaring af te meten aan zijn gering aantal jaren in Washington en daarmee voorbij te gaan aan zijn prestaties als het op daden aankomt.
Clinton profileert zich in de praktijk van haar publieke dienst als senator meer als een hardgekookte diplomaat dan als een politicus die werkelijk kan scoren. Wat een enorm verschil met Obama, die blijk geeft van een groot atletisch vermogen en de nodige lenigheid als het erop aankomt metterdaad doelen te bereiken. Dit schaamteloze gedrag aanklagen, bewaart Obama voor zijn strijd tegen McCain, omdat een te harde kritiek op Hillary teveel schade zou doen aan het Democratische partijbelang.
Uiteraard voorziet Obama dat hij op dit punt zal worden aangevallen door de Republikeinen en dan is dit punt juist bruikbaar als een hinderlaag voor de aanvallers, omdat Obama op dit punt in het debat makkelijk scoren kan.
Ook John McCain – erkend als een vasthoudende vergadertijger, een ferm debater en bekwaam onderhandelaar – heeft het nakijken als het aankomt op de effectiviteit van zijn inzet, maar inderdaad, als het op ervaring aankomt, kan hij zich succesvol meten met Obama, want hij is oud, bekwaam en niet lui. De vraag is echter of ervaring sowieso van doorslaggevend nut is, als het hele land schreeuwt om verandering. Niemand van de kandidaten is zo hecht verbonden met de oude stijl politiek als McCain en als het om frisse ideeën gaat, vind je die doorgaans niet bij oudgedienden. Zo heeft hij noch voor de oorlog in Irak, noch voor de economie een andere oplossing dan meer van hetzelfde.

Foute Inschatting
Terwijl Cinton haar verkiezing en herverkiezing tot senator vanaf het begin heeft gebruikt als bruggenhoofd voor haar presidentscampagne, met veel pijn en moeite bouwend aan een netwerk voor financiële en politieke steun onder de desbetreffende elitegroepen in New York en Washington, deden McCain en Obama gewoon hun werk als senators. Clinton had het moeilijk, omdat er veel vergeten moest worden. Zo beging ze de onbegrijpelijke stommiteit om meubels en kostbaarheden uit het Witte Huis mee te nemen en te verhandelen. Het meeste werd teruggehaald en ze moest 200.000 dollar betalen voor wat nog ontbrak. Als echtgenote van de net afgetreden president werd ze schappelijk behandeld en niet aangeklaagd voor verduistering. Bill Clinton had het daar het meest moeilijk mee en zo heeft McCain het ook meegemaakt dat hij in de problemen kwam door de losse handjes van zijn vrouw die pijnstillers wegnam uit een fonds dat haar was toevertrouwd. Tegen Bill Clinton kon hij dus geen vuist maken over het gedrag van de voormalige First Lady, maar tegen Hillary zelf kan hij dat natuurlijk wel. Hij zou dus graag zien dat Hillary de nominatie wint voor de Democraten en er zijn nog steeds veel gevestigde Democratische hotshots die hem dat plezier en gemak wel gunnen. Hillary is de kandidaat van de elite der Democratische partij en haar nominatie is een prestigeproject van die liberale elite. Het gezichtsverlies als Obama de nominatie wint, hun foute inschatting tonend, weegt wellicht zwaarder dan de kans op het winnen van de algemene presidentsverkiezingen. Je ziet toch, dat onder de liberale elite de steun voor Clinton begint af te brokkelen, hoewel ze in die groepering nog een gevaarlijke aanhang heeft. Als het op de Amerikaanse kiezers aankomt, is van belang wat zij denken over de mogelijkheden van Clinton of Obama om van McCain te winnen. Onder Republikeinen ligt, als gemiddelde van verschillende polls, de verwachting dat McCain kan winnen van Clinton op 75% en of hij van Obama kan winnen op 14%. Onder Democraten lig de verwachting van winst op McCain op 75% voor Obama en op 45% voor Hillary Clinton. Aanhangers van Clinton zouden 65% tevreden op Obama stemmen indien hij de nominatie wint en onder de aanhangers van Obama zou 35% procent tevreden stemmen op Clinton indien zij de nominatie wint. Indien Clinton verliest in de voorverkiezingen zal 15% van haar aanhangers stemmen op McCain en indien Obama de nominatie verliest zal 1% stemmen op McCain en 2% op Ralph Nader. Niemand van de Domocratische liberale elite heeft deze ontwikkelingen verwacht.
In de algemene verkiezingen worden de kansen van Clinton dus extreem laag ingeschat, lager dan ooit in de presidentsverkiezingen. In competitie met Clinton zuigt McCain evenveel steun weg bij Democraten en onafhankelijke kiezers als Ronald Reagan, maar tegen Obama ligt dat juist andersom. In beide gevallen varwacht men ene aardverschuiving. Clinton is alleen bij een deel van haar eigen partij populair, Obama bij een grote deel van zijn eigen partij plus bij onafhankelijke kiezers en bij de meest progressieve Republikeinen. Als Clinton door ingrijpen van de superdelegates de nominatie alsnog wint leidt dat tot een catastrofe voor de Democratische Partij. Als Clinton de nominatie wint, laat dan alle hoop varen.

De Inhoud
Aanvallen op de wervende welsprekendheid van Obama berusten op onbegrip. In de Amerikaanse verkiezingen vormen de rally’s en meetings een belangrijk propaganda-instituut. Deze worden bezocht door merendeels reeds overtuigde aanhangers en die maken er samen een demonstratief feest van. De inhoud is reeds bekend, evenals de feiten over de bekende staat van dienst, want die gegevens zijn te vinden in gedetailleerde publicaties van de kandidaten, in de analen van de senaat, in de kranten, in boeken en op de websites van de campagnes. De bij deze voorverkiezingen opkomende aanhangers hebben dus geen behoefte aan lange betogen over wat ze reeds weten en ook McCain en Clinton beperken zich tot wervende speeches zonder daarin de inhoud van hun politieke gezichtspunten in detail te behandelen. Bill Clinton doet dat nog wel eens in oude stijl op plaatsen die Hillary laat liggen, maar ziet dan de zaal leeglopen. Wat hij zegt weten ze al.
Als Barack Obama opkomt wil de menigte door zijn oratie worden aangevuurd om te getuigen voor de rest van het land, hoe enthousiast ze zijn over hun kandidaat. Bij de andere kandidaten is dat niet anders, maar die hebben er minder succes mee. Het resultaat is dan, dat ze minder geld bijeenbrengen voor hun campagnes en dat betekent minder wervende spotjes op tv en minder aandacht van de media. De camera’s van de grote tv-stations verlaten Clinton midden in een zin van haar speech, zodra Obama op een andere locatie in beeld komt, terwijl het gejuich van zijn fans dan meer tijd neemt, dan Clinton elders nodig heeft om haar speech af te maken. Dit is een natuurlijk verschijnsel, want het gaat om de meest indrukwekkende ‘celebration of events’ bij de media. De Olympische Spelen trekken ook meer belangstelling dan de finale partij in de competitie van een plaatselijke biljartclub en toch is het allebei sport. Het gaat domweg om de kijkcijfers. Het vergt urenlange studies om de inhoud van verschillende kandidaten te vergelijken en de verschillen in te zien. In verkiezingstijd werpen talloze lieden zich ineens op als politiek commentator, zonder de moeite te nemen die bestudering van de inhoud van hen vergt. Dan is het wel erg makkelijk, om een gebrek aan inhoud te onderscheiden in de speeches, maar bepaald misleidend is het om dat alleen Obama te verwijten. Dan zou men dat evengoed ook de andere kandidaten kunnen verwijten, maar zo’n verwijt is sowieso onterecht en getuigt van een zeer slecht begrip van de Amerikaanse manier van campagnevoeren. De slogan: geen woorden maar daden is buitengewoon stompzinnig, want geen der kandidaten is op dit moment president, dus kan geen van hen als president handelen. Ze kunnen slechts aangeven in woorden wat ze als president zouden doen.
Iedere kandidaat heeft op zijn/haar website een kopje “on the isues” en daar dient men in eerste instantie te rade te gaan voor informatie over de inhoud. Bij kennisname daarvan wordt de keuze van de Amerikaans voorhoedes onder de kiezers bepaald en natuurlijk zijn er onder de kiezers talloze die gewoon meelopen met beter geïnformeerde kennissen, verwanten en vrienden, plus een aantal dat zich laat leiden door onderbuikgevoelens.
Dat moeten we niet verbieden, hè?

Verschillende verkiezingsgidsen wijzen de weg aangaande gebeurtenissen, verslaggeving en inhoud der Amerikaanse verkiezingen. Bekijk ze eens:
New York Times
Los Angeles Times
Washington Post
Chicago Tribune
De Council on Foreign Relations is a Non-partisan Resource for Information and Analysis

29 feb 2008

Begin van het Grote Beven















Wij schrijven: 29 februari 2008. Wat een krankzinnig tijdsgewricht!
Premier Balkenende is doodsbenauwd en de regering in paniek. Vrijheid van meningsuiting mag nog, maar de grens is reeds overschreden naar officiële censuur. De Taliban dreigt met extra agressie tegen onze militairen in Afghanistan, een Nederlandse kinderfilm mag niet vertoond worden in Caïro, stewardessen zijn bang om op bepaalde bestemmingen te vliegen, in Indonesië zijn massademonstraties tegen onze en de Deens ambassade en buitenlandse regiems dreigen met sancties. Dit alles omdat er in ons land vrijheid van meningsuiting is. Is die vrijheid het waard dat Nederlandse belangen in de islamitische wereld worden geschaad? Onze regering vindt heel duidelijk van niet.
Het uiten van een kritische mening moet worden afgewogen tegen Nederlandse belangen, vindt de regering. Het gaat hier over een ‘naar verwachting’ kritische mening in de vorm van een kwartiertje video, nog door niemand gezien en mogelijk zelfs nog niet af. Voor hetzelfde geld kan die film een objectieve registratie zijn, iets wat je ziet gebeuren, wat men dan vastlegt en laat zien. Een objectieve registratie is geen meningsuiting, maar kan wel bijdragen aan meningsvorming en dat is natuurlijk nog gevaarlijker, want daardoor kunnen veel meer mensen de neiging krijgen hun mening erover te uiten. Dat wordt dan een vloed en Nederlanders zijn dijkenbouwers en zo neemt Pointer ook waar, dat angst meerdere kanten heeft. Eén andere kant van de angst toont de regering nu. Dat is een reële angst, geen fobie. Het recht op vrije meningsuiting geeft uiteraard een zeker risico bij lieden die dat recht niet erkennen. Velen hebben er hun leven voor gegeven om dat recht te verwerven.
Nu kan ook een objectieve registratie een eenzijdige registratie zijn en als dat anderen opvalt, kunnen die andere kanten of andere aspecten laten zien van hetzelfde fenomeen, ook door objectieve registratie. Pointer denkt daarbij altijd aan de schijngestalten van de maan. Het deel dat belicht wordt, zie je heel goed, maar er is méér! Dat weet je.
Laat ik dan de W-naam tóch maar noemen: Geert Wilders heeft een eenzijdige benadering van de islam in de wereld en van de islam in Nederland in het bijzonder. Pointer raakt vaak geïrriteerd door Wilders, omdat die in zijn ogen angst exploiteert met onzuivere motieven. Deze eenzijdigheid leidt tot gebrek aan nuance in de observaties en naar het idee van Pointer zijn intellectuelen het daar wel over eens. Wilders is een populist, geen racist en geen fascist.
Het probleem is nu, dat er onthutsend weinig positiefs wordt waargenomen in de islam. Dat zou Pointer graag anders zien, maar hij slaagt er zelf ook niet in, want al het positieve wordt aangedragen door personen die door de islamitische hoofdstromen als afvalligen worden aangemerkt en veel van het negatieve wordt door verfraaiende verdraaiing voorgesteld als positief, wat dan bij nadere analyse door de mand valt. Je zult een imam nooit op tv of radio een krachtig vers uit de koran horen citeren van na de islamitische jaartelling. Voor óns worden verzen voorgedragen van vóór de Hidjrah, de gedwongen verhuizing van de profeet Mohammed uit Mekka naar Medina omstreeks 622. Voor moslims is dat het begin van hun jaartelling. Koranverzen van na die tijd hebben een grotere autoriteit, zijn zeer agressief jegens andersdenkenden en corrigeren de eerdere, meer vredelievende verzen. Wie de koran in vertaling leest ziet dat er om die reden bij elke soera staat vermeld of die soera van vóór of van na de Hidjrah is. Dat is essentieel voor de zwaarwegendheid van de tekst. Die eerdere verzen worden voorgedragen om aan te geven hoe vredelievend de islam is, maar dat die vredelievende benadering door latere verzen is achterhaald, wordt er dan niet bij verteld, hoewel iedere praktiserende moslim daarvan wél op de hoogte is. Wij kennen dat van vooraanstaande moslims die in het Arabisch dingen zeggen, die in strijd zijn met wat ze in andere, westerse, talen zeggen. Dat is een schijngestalte van de islam, waarbij het donkere gedeelte met wat extra bewolking aan het oog van de buitenstaander onttrokken wordt. Wij kennen dat niet.
In de bijbel, bijvoorbeeld, staan ook teksten die oproepen tot moord en doodslag en tot discriminatie en slavernij. De hoofdstromen van het jodendom en het christendom zeggen dat die teksten moeten worden gezien in de context van die bijbelse tijd en dat die vandaag de dag geen gelding meer hebben en, eveneens ten onrechte, wordt gezegd dat de feitelijke en geldige bijbelse boodschap de kerstboodschap is van “vrede en in mensen een welbehagen”, kortom van louter naastenliefde. Ja, ten onrechte, maar in het algemeen is dat wel de boodschap van de kerken en wie ben ik, om daar dan kritiek op te hebben? Het is hun officiële standpunt en daar is heel goed mee te leven.
Jodendom en christendom hebben zich onder de aanhoudende druk van de Verlichting aangepast aan de wetgeving op basis van de Romeinshumanistische rechtstraditie en de Universele Mensenrechten. Daardoor kunnen we nu in vrede in hetzelfde land samenleven. Vrijheid van godsdienst en meningsuiting is de basis van onze tolerantie.
Dat vinden we niet terug bij de hoofdstromen van de islam, niet bij soennieten en niet bij sji’iten, die zich tot elkaar verhouden als de katholieken en protestanten van vier eeuwen geleden. Een opvallende uitzondering in de islam wordt gevormd door de vrijzinnige Alawieten, maar ook die stroming wordt als afvallig beschouwd en staat, ook in Nederland, aan verdrukking bloot. Op de gesubsidieerde redio en tv zijn hun bijdragen weggecensureerd. Zelfs de meer orthodoxe Ahmadiyya beweging, enigszins vergelijkbaar met de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde kerk, kan geen genade vinden in de ogen van de rechtgelovige hoofdstroom. De ketterjacht is niet afgeschaft in de islam, integendeel, er is een duidelijke intensivering van de strijd tegen álle andersdenkenden waar te nemen.
Dit vervult het autochtone Nederlandse volk met reële angst, waarvan door Wilders gebruikt gemaakt wordt en die angst veroorzaakt ook het beven van de regering.
Is dit terecht?

Wat veel bijdraagt aan de angst onder het volk is de concrete samenstelling van de schoolpopulaties, waar 40-50% van de leerlingen van islamitische huize is en de jeugdige populatie is een voorspiegeling van de samenleving in de naaste toekomst. In twee opeenvolgende periodes van tien jaar, van 1984 tot 1994 en van 1994 tot 2004 is het islamitische deel van de bevolking steeds verdubbeld, hoofdzakelijk door exorbitant veel grotere gezinnen, familiehereniging en de import van partners. Sindsdien zijn er weer 200.000 bijgekomen, met een gelijktijdige geringe afname van de immigratie tot per saldo ongeveer 30.000 per jaar. Er worden in ons land per autochtone baby zeven islamitische babies geboren.
Nou ja, wat dan nog, hè?
Van de islamitische bevolkingsgroep weten we dat 70% daarvan voortijdige schoolverlaters zijn. Zonder scholing en zonder werk is het slecht wonen in ons land. Dit geeft dus problemen en dat is een deel van de pijn. Velen wijten dat aan armoede onder die bevolkingsgroep, maar er zijn veel meer armen onder de andere bevolkingsgroepen en die laten niet in die mate datzelfde beeld zien. Hugenoten, joden, Chinezen, Zuid-Molukkers, Italianen, Spanjaarden, Surinamers, waaronder ook hindoes en boeddhisten, geen van die migrantengroepen ontkwam aan aanvankelijke armoede en toch zijn die later volledig geassimileerd en probleemloos opgenomen in de bevolking. Zoniet de islamieten, die assimilatie afwijzen.
Dan geldt de Tweede Wet van Pointer: integratie zonder assimilatie is infiltratie.
Op wetenschapsforum.nl deed de Tweede Wet van Pointer een storm ontstaan en hij werd spoedig ‘ontmaskerd’ als een racist en via kromme redeneringen en speculaties vergeleken met Hitler. De topic ging over de wenselijkheid van een modernisering van de islam en Pointer had deze vraag niet gesteld, maar sprong erop in als supporter daarvan, terwijl hij ook aangaf dat zo’n modernisering van binnenuit moet komen omdat je andersdenkenden niet zomaar een andere gedachte kunt opleggen. Immers, de Eerste Wet van Pointer geldt ook nog steeds: de natuur regeert wat de wet negeert. Dwang is altijd contraproductief, met name als het om geloof- en gewetenskwesties gaat. Welnu, het werd Pointer ook zeer kwalijk genomen dat hij in de discussie gebruik maakt van zijn eigen wetten. Dat zou dan een teken van hoogmoed zijn en dus van minachting voor anderen.
Dat is vreemd, hè?
Zou het Archimedes ooit kwalijk genomen zijn, als hij betoogde, dat een lichaam, geheel of gedeeltelijk ondergedompeld in een vloeistof, een opwaartse druk ondergaat, die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof? Ik denk het niet. De discussie had in die tijd in de wetenschap reeds zijn intrede gedaan en nu lijkt het of dat tijdperk is afgesloten, tenzij men beoogt tot het prehistorische stadium van de wetenschap terug te keren. Pointer mag niet meer discussiëren op het wetenschapsforum.nl. Hij mag er zelfs niets meer van zien en zijn geliefde TrueLove, die discussie altijd met grote belangstelling volgde mag daar nu ook niets meer lezen, hoewel zij nooit deelgenomen heeft aan de discussie. Dat doet Pointer denken aan de situatie toen hij door de Vrijgemaakt Gereformeerde kerk zonder waarschuwing geschorst werd en met hem automatisch ook zijn wettige echtgenote, beiden door de mannenbroeders "uitgeworpen in de buitenste duisternis waar het geween is en het tandengeknars". Dat is weer een andere kant van de angst waarover Pointer het in dit bericht heeft. Déze angst is het gevaarlijkste, omdat Pointer met veel nuance een beeld van de werkelijkheid geeft en in dit geval is die werkelijkheid zelf nogal ongenuanceerd, wat zeer te betreuren is. Nederland is dus bevangen door het grote beven voor de islam en voor de discussie over de islam. Wij mogen niet proberen door waarneming en discussie te bepalen, wat er werkelijk aan de hand is. De transparantie moet plaatsmaken voor censuur op grond van een gedicteerde afweging van Nederlandse belangen.
Juist deze censuur is het resultaat van fobieën. Het grote beven is begonnen.
Dat is nog het meest angstaanjagend.