25 mrt 2008

De Vlam in de Pan in Zuid-Irak


Het is weer helemaal mis in Irak. Aanleiding is de aanval van Irakese regeringstroepen op de belangrijke haven en oliestad Basra, om daar het gezag weer in handen te krijgen. Na 60% afname van het geweld, sinds zes maanden geleden de invloedrijke sji'itische leider Moqtada al-Sadr accoord ging met een wapenstilstand, is nu het hele zuiden van het land en ook de hoofdstad Bagdad in rep en roer. Ook zijn er granaten afgevuurd op objecten in de greenzone, het "veilige", "afgeschermde" gebied waar regering, diplomaten en US-officials zich verschuilen, met no other place to go. Op zichzelf is het al een veeg teken dat één opstandige groepering zo'n invloed kan hebben.
Terwijl Moqtada al-Sadr's Mehdi Army in Basra een complete oorlog uitvecht, roept de sinds lang stil gebleven Moqtada al-Sadr zijn volgelingen op in het hele land stakingen en demonstraties te houden. Dit kun je interpreteren als een beëindiging van de wapenstilstand. Dat werd ook tijd want de sjiïtische milities raken meer en meer gefrustreerd door de langdurige gevechtspauze. Om het verloop tegen te gaan en verse krachten aan te trekken moet er flink bloed vloeien, anders is de aardigheid er gauw af. Sadr City, het sji'itische stadsdeel van Bagdad met 2 miljoen inwoners, is van de rest afgesloten, nadat de sji'itische miliies alle politieagenten en militairen uit de straten verdreven hebben. Maar ook in andere delen van de stad is er oproer en de Mustasiriya Universiteit moest onder druk van de Sadr's supporters sluiten. Sadristen hebben de controle over vijf districten van de de zuidelijke stad Kut overgenomen. In de meeste zuidelijke steden is een spertijd ingesteld.

Een beetje geschiedenis van Basra.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd Basra bezet door de Britten. Onder het daaruit vortkomende Britse mandaat ontwikkelde de stad zich tot een belangrijke haven. In 1930 werden de door Britten aangebrachte haveninstallaties in Irakees eigendom overgegeven. Tijdens de tweede Wereldoorlog werden de Russische geallieerden via Basra bevoorraad.
In de eerste maanden van de oorlog tussen Iran en Irak werden de rafinaderij en de installaties ernstig beschadigd. Iran wist in 1987 de stad tot op 10km te naderen. In 1991 was het weer raak tijdens de eerste Golfooorlog en daaropvolgende gevechten tussen rebellen en regeringstroepen.
De olieproductie en de export daarvan werd in de laatste hevige gevechten niet lamgelegd. Het Irakese Olieministerie zegt dat de verscheping uit de regio in februari al 1,54 barrels per dag (bpd) bedraagt. Tweederde van de olieuitvoer komt uit de regio en vloeit door Basra. De uitvoer door Basra vormt het grootste deel van de hele olie-export. De rafinaderij in Basra heeft onder normale omstandigheden een capaciteit van 150.000 bpd maar het heeft geen onafhankelijke voorzieningen voor elektriciteit en water.
In 2003 liepen Britse troepen zonder noemenswaardig verzet Basra binnen en werden daar vrolijk begroet door de bevolking. Vier jaar later kwamen de Britten ook onder de last van bomaanslagen en mortieraanvallen, totdat zij zich in september na vier en een half jaar aanwezigheid in de straten terugtrokken. Veiligheidstroepen van het Irakese leger namen hun taken over en nu resteert er nog een Britse eenheid van 4000 militairen bij een luchtmachtbasis in de buurt, om in te grijpen als het nodig is.
Behalve de Mehdi Army van Muqtada al-Sadr is er nog een sterke rivaliserende groep van meer religeus geïnspireerde sji'iten die trouw zijn aan Supreme Islamic Iraqi Counsil (SIIC). Soms vechten ze ook tegen elkaar. Vooral in Bagdad staan de rivaliserende groepen op gespannen voet met elkaar en vele volgelingen van beide stromingen zijn geïnfiltreerd in leger en politie van de regering.
Wie vecht er tegen wie?
overzicht van 5 jaar oorlog

24 mrt 2008

It's the Economy, Stupid

“It’s the economy, stupid” is de gedenkwaardige slogan van Bill Clinton’s succesvolle eerste race naar Het Witte Huis in 1992. Dit werd het overkoepelende thema van zijn presidentschap. Nu de economie van de VS in de eerste maande van 2008 naar beneden dwarrelt, is de economie opnieuw het belangrijkste vraagstuk in de presidentiële campagne. Het overstijgt voor de kiezers zelfs nog het vraagstuk van de oorlog in Irak.
Wat hebben Barack Obama, Hillary Clinton of John McCain te zeggen over de huidige realiteit van financiële crisis en recessie en de generaties lange stagnatie in de gemiddelde levensstandaard die voortgaat in de huidige financiële crisis?
Er zijn geen significante verschillen tussen Obama en Clinton in termen van hun campagneplatforms. Beide Democraten delen wel een groot verschil met McCain. Het meest belangrijk is echter niet wat zij hebben neergelegd in hun campagneargumenten, maar wat ze in werkelijkheid zullen doen als ze in het Witte Huis zijn. Het is meer een zak van politieke macht – welke sociale groep kan druk op de nieuwe administratie uitoefenen – dan economische filosofie.
Dit punt is op dramatisch wijze uitgelicht tijdens de campagne voor de 4de maart in Ohio en Taxas, toen Austan Goolsbe, een professor aan de Universiteit van Chicago en Obama’s economische topadviseur, naar beweerd wordt, tegen Canadese diplomaten gezegd zou hebben, dat Obama veel sympathieker tegenover vrijhandel staat, dan blijkt uit zijn campagne met betrekking tot de NAFTA. Goolsbe ontkende pertinent dit gezegd te hebben en dat wordt door verder onderzoek bevestigd, maar een feit blijft dat je niet zeker kunt weten wat Obama werkelijk aan NAFTA wil doen nadat hij als president verkozen is en alle druk uit verschillende richtingen moet ondergaan. Daar zal ook de druk van de grote ondernemingen zijn om vrije toegang te hebben tot het grote arbeidspotentieel voor lage lonen in Mexico.
Echter, het was Obama of zijn campagne helemaal niet die met de Canadezen gesproken heeft over NAFTA, maar de Clintoncampagne zelf en dat maakt het NAFTA-incident nog veel heftiger, nietwaar? Hierdoor wordt het een nieuw schandaal op het conto van Clinton volgens deze bron: NAFTAgate
The CTV story reportedly orginated from Harper's chief of staff Ian Brodie, who told reporters in Ottawa that Hillary Clinton's campaign assured Canadian officials they need not worry about her NAFTA rhetoric
There's been no explanation for why the focus shifted to Obama in the CTV report that went to air.
Op deze manier heeft Clinton dus Ohio gewonnen en dat is zonder meer kiezersbedrog.
Wat de overwegingen van McCain’s campagne betreft, heeft hij een ongemakkelijke positie tussen twee richtingen die lange tijd dominant zijn geweest onder de Republikeinen – de Reaganomics van lastenverlichting aan de aanbodkant zal de economie stimuleren samen met de afwerende houding tegen New Deal politiek van de oude school, tegen sociale voorzieningen en gericht op de immer falende poging om zo het financieringstekort in balans te krijgen. Het zal niet verrassend zijn als McCain er een warrig rommeltje van maakt. McCain gaf openlijk toe dat "the issue of economics is not something I've understood as well as I should." Dat is waar hoewel hij al 25 jaar lid is van het Congres en twee maal presidentskandidaat. Obama en Clinton zetten meer in op werkvoorzieningen, betaalbare gezondheidszorg, gelijke lastenverdeling, voorwaarden bij vrijhandel en een combinatie van economische groei en milieubescherming, de zogenaamde groene groei. Dit zijn zeker begeerlijke doelen.

We moeten echter in gedachten houden dat Bill Clinton dezelfde doelen voorstond in 1992 met zijn programma “Putting People First”. Maar het economische programma van Clinton veranderde al drastisch gedurende de twee maanden tussen de verkiezingen en de inauguratie in januari 1993. In die periode besloot zijn administratie dat hun prioriteit zou liggen bij de belangen van Wall Street. De Clintonjaren worden getekend door bezuinigingen van de overheid op elk gebied en een schijnbaar onbeperkt enthousiasme voor vrijhandel en deregulering van de finaciële markten.
Bill Clinton gaf het ook al voor zijn inauguratie toe: “we help the bond market and we hurt the people who voted us in." Zowel Hillary Clinton als Barack Obama zou gemakkelijk in dezelfde val kunnen trappen als ze geen rekening moeten houden met een intense druk van progressieve krachten om hun verkiezingsbeloften te houden. Het belang daarvan is zeker onderstreept door wat Goolsbe eventueel tegen de Canadezen over NAFTA gezegd zou kunnen hebben.
Belangrijker dan wat de kandidaten nu naar voren brengen, is de vraag naar welke adviseurs ze als president zullen luisteren. McCain leunt op mensen als Pete Peterson en Jack Kemp.


Pete Peterson (links) en Jack Kemp (rechts)
Peterson dankt zijn reputatie bij McCain aan het feit dat hij eveneens een krijgsgevangene was in Hanoi en daarna in staat was veel geld te verdienen en Kemp heeft zijn positie te danken an zijn faam als footbalspeler op het hoogste niveau, wat hem ook geen windeieren gelegd heeft. Peterson is een Wall Street miljardair en een voormalige minister van Sociale Zaken onder Richard Nixon. Hij is al heel lang een fervent voorvechter van diep snijden in de sociale zekerheid, gezondheidszorg en welzijnspolitiek om zo de overheidsinkomsten en –uitgaven in balans te behouden. Niet zo verrassend is het, dat Peterson gelooft dat Wall Street ticonen als hijzelf lagere belastingtarieven moeten houden, dan leraren, brandweerlieden, verplegers en bedienend personeel.
Jack Kemp was lid van het Congres in de jaren ’70 en ’80 en van origine pleitbezorger van algehele lastenverlichting als middel om de economische groei te stimuleren. Hij hielp al de Reaganomics te formuleren voordat Reagan in het Witte Huis kwam in 1981. Kemp verklaart dat finacieringstekorten geen serieus probleem zijn en dat Republikeinen als Peterson in de praktijk van dit soort zaken (Enron & Citygroup) de economie kanaliseren. In zijn sport heeft Kemp geleerd, dat je heel goed op bais van gelijkheid met de gekleurde medemens kunt omgaan.
Kemp portretteert zichzelf als een populist, die de ondernemersenergie van het Amerikaanse volk bevrijdt door remmende belastingen op te heffen. Maar de belastingverlagingen van Reagan en George H. W. Bush gaven alleen de rijken grote voordelen. Deze belastingverlichtingen lieten door de teruglopende overheidsinkomsten minder ruimte over voor sociale programma’s. Daarin komen de politieke doeleinden van Kemp en Peterson samen, dat er tenslotte een zware wissel getrokken wordt op de sociale- en welzijnsvoorzieningen of het begroting nu eindigt met een tekort of een evenwicht.
Het economische politieke debat moet daarom wijd openstaan voor Clinton en Obama om zwaar te drukken op een agalitaire agenda voor werkgelegenheid, eerlijk verdeelde belastingdruk. Betaalbare gezondheidszorg, regels voor de finaciële markt en groene groei. Dat allemaal tegelijk. Obama heeft gezegd dat hij zal luisteren naar mensen die wat te betekenen hebben in de economie, naast Goolsbe ook iemand als Robert Rubin, Alan Blinder en Robert Reich. Dit ware allemaal belangrijke adviseurs van Bill Clinton en ze zullen ook weer ingezet worden door Hillary Clinton.
Vooral Rubin was Bill Clinton’s naaste economisch adviseur en vier jaar minister van Financiën en het was Rubin die, al voor Clinton’s eerste inauguratie, aan het meer populistische kamp uitlegde dat de rijken de beslissingen nemen en de economie runnen ("are running the economy and make the decisions about the economy.")
Onder de administratie van Hillary Clinton of Obama zal deze strijd tussen de Rubenites van Wall Street en de werkende klasse en middenklasse, die de president in het Witte Huis gestemd hebben, opnieuw oplaaien. Waarschijnlijk zijn de kansen op een grote verschuiving nu veel groter onder een nieuwe Democratische administratie, vooral een onder Obama. Het kan niet meer zijn dan een voorgevoel en het heeft te maken met hoe Obama een politiek onderwerp benadert in vergelijking met Hillary Clinton. Obama is ook duidelijk niet zo vastgeklonken aan de economie van Bill Clinton. Obama’s campagne heeft een wijdverspreide beweging in het leven geroepen met een nieuwe generatie kiezers.
Belangrijker dan voorgevoelens is het dat voor een hele generatie onder Reagan, Clinton en twee Bushes voor iedereen behalve voor de zeer rijken de economie heeft gestagneerd en dat we nu op de korte termijn een recessie en een finaciële crisis onder ogen moeten zien. De druk voor een waardevolle progressieve agenda van groeiende werkgelegenheid, betaalbare universele gezondheidszorg en groene groei is sterk toegenomen. Hillary Clinton, noch Barack Obama kunne deze realiteit negeren.
Naar Robert E. Rubin is de economie van de Clintonregering Rubinomics genoemd.
Robert Rubin, Secretary of the Treasury
Hier is een korte uitleg daarvan:
Rubinomics emphasizes the effect that balancing the government budget has on long term interest rates. Taxes should match government spending in the long run, and deficit-financed tax cuts are an ineffective way to increase growth.
Rubinomics has never rejected Keynesian approaches to economics, which call for the government to run a deficit in times of recession. But it worries about the long-term effect that deficits, especially structural deficits, have on inflation.
During the early 1990's, long-term interest rates remained stubbornly high even as the Federal Reserve cut the Federal Funds rate. Rubin and most other economists (including Alan Greenspan) attributed this high yield curve to an "inflation premium" that bond-traders were demanding. Reducing interest rates, Rubin argued, would lead to increased private sector investment and consumption and, therefore, stronger growth. Clinton, who had campaigned on the promise to put people first and invest in human capital, accepted Rubin's reasoning and put deficit reduction at the forefront of his economic plan, to the chagrin of more liberal advisers such as Robert Reich and Joseph Stiglitz. In particular, Stiglitz (recipient of the 2001 Nobel Prize in Economics) was not opposed to Clinton's plan to reduce the deficit, but suggested that Clinton put less money into deficit reduction and more into research and development, technology, infrastructure, and education, quoting "given the high returns for these investments, GDP in 2000 would have been even higher, and the economy's growth potential would have been stronger."

Aannemelijk is, dat Barack Obama meer luistert naar de lijn van Joseph Steglitz met een sterke voorkeur voor investeringen in en versterking van research en innovatie. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Joseph_Stiglitz Joseph Stiglitz

Per slot is Rubin, die, nadat hij de regering van Clinton verliet, onder andere bestuursvoorzitter was van de Citygroep, zwaar beschadigd door de enorme verliezen van de Citygroep en de hypotheekcrisis. Sowieso is Rubin nauw betrokken bij de handel in beleggingen die niets waard zijn en zo ook bij de ineenstorting van Enron.

Alan Blinder, die onder Bill Clinton lid was van de Council of Economic Advisers, toen Clinton de NAFTA door het Congres joeg, geeft nu blijk van grote ongerustheid over de effecten van globalisering op de levensstandaard.
He has recently wrote a controversial column for the Foreign Affairs magazine about globalization in which he opined that globalization could cause more disruptions in service jobs than originally believed. He says that he still believes that globalization would be a net plus for the United States. This analysis has not been published in a peer-reviewed journal of economics. His views on this issue is not widely accepted by economists.

Kortom, een nieuwe Democratische regering zal goede kansen hebben om een flinke verschuiving in de economie te realiseren, zelfs als sommige van de oude helpers van Bill Clinton terugkeren als adviseurs. Maar als zo’n grote verandering plaatsvindt, zal het niet primair zijn, omdat een Democraat als Hillary of Barack in het Witte Huis zit, maar domweg, omdat het volk, dat hen daar heeft neergezet, voldoende politieke macht heeft gekregen, om hen aan hun verkiezingsbeloftes te houden.
Met McCain aan het roer wordt het een heel ander verhaal, waarbij het vrijwel zeker is dat er nooit meer een budget is om nieuwe verkiezingen te organiseren. Dan komt er geen nieuwe gekozen president, omdat de staat wel grote en bij voorbaat verloren oorlogen, maar geen nieuwe verkiezingen betalen kan. De prioriteiten liggen een beetje anders.

21 mrt 2008

Welcome Governor Richardson!


De rede van Obama over racisme staat #2 op de lijst meest gelezen onderwerpen in de New York Times op #1 staat een artikel met hetzelfde onderwerp. Dat is een goed teken voor Obama, die dat nodig had, nadat de Billarygang met de uitspraken van de gepensioneerde dominee Jeremiah Wright vernietigend naar Obama uitgehaald had, met het gevolg, dat Baracks voorsprong op Hillary in de nationale polls teniet gedaan werd.
Bill Richardson, governor van New Mexico en de enige Latin-American op zo'n hoge positie, besloot steun te verlenen aan Obama. Hij noemde Barack Obama "een politiek leider zoals je die maar eens in een mensenleven kunt meemaken."
Dat is opmerkelijk, want onder Bill Clinton was Richardson VS-ambassadeur bij de Verenigde Naties en hij heeft dus veel aan de vroegere president te danken en bovendien hebben de Clintons een massieve aanhang onder Latin-Americans, het sterkste anker voor Hillary in grote staten. Richardson is immens populair en buitengewoon invloedrijk, de meest genoemde kandidaat voor het vice-presidentschap en er is hard gevochten door de Billarygang en de Obamacrew om zijn steun. Eerder had Richardson te kennen gegeven, evenals veel andere superdelegates, zijn beslissing te willen uitstellen tot aan de Democratische Conventie, maar kennelijk hebben de recente ontwikkelingen hem tot een ander besluit gebracht en dat kan niet anders betekenen dan zijn strenge afkeuring van de manier waarop de Billarygang campagne voert tegen Obama.
Het gaat niet om de politieke inhoud in de Democratische strijd om de nominatie. De politieke doelen zijn teveel gelijk. Het gaat puur om de persoonlijkheid, visie, standvastigheid en betrouwbaarjheid van de kandidaten en met elke aanval van Hillary Clinton geeft ze zelf haar veel grotere zwaktes bloot. Zo wordt ze keer op keer aangeslagen als ze het heeft over Obama's gebrek aan ervaring, omdat ze haar eigen ervaring niet concreet kan benoemen en er bij nader onderzoek steeds blijkt dat ze een heel bescheiden, niet meer dan symbolische rol heeft gespeeld als First Lady, uitgezonderd met haar plan voor de gezondheidszorg, waarmee ze jammerlijk heeft gefaald. Dat heeft de Democratische Partij bij de eerstvolgende verkiezingen toen de meerderheid in het House gekost. Dat was eens maar nooit weer, moet Bill gedacht hebben en hij beperkte haar invloed tot het voordragen van geschikte mensen voor hoge posten.
Ook dat werd een ramp. Keer op keer kwamen de door haar voorgedragen kandidaten niet door de screening en haar drie naaste collega's van de Rose Firm, advocaten dus, brachten het er niet beter vanaf. Eentje trok zich nog op tijd terug, eentje werd veroordeeld tot gevangenisstraf en eentje pleegde zelfmoord. Maar het ergste is, dat Hillary niet leert van haar fouten, wat blijkt met Mark Penn aan het hoofd van haar campagne.
Mark J. Penn is worldwide CEO of the public relations firm Burson-Marsteller and president of the polling firm Penn, Schoen and Berland Associates.

Leuke informatie en wat is zijn Burso-Marsteller dan voor firma?
Wikipedia vertelt het ons:
Zie hier wie zijn beste cliënten zijn "Met zo'n man wil een fatsoemlijk mens toch niet in het publiek of in één kantoor gezien worden?" schreef Pointer in een commentaar aan Reuters.
Binnen de Billarygang is er ook heftige kritiek op Penn, maar Mark J. Penn blijft, terwijl de trouwste en belangrijkste leden van Hillaryland moeten vertrekken, als alles in het honderd loopt en er verlies genomen moet worden.
Kennelijk heeft Penn Hillary stevig aan de ketting.
Met zulke mensen dicht bij zich, die haar aanvallen op Obama sturen, is het de vraag of Hillary zichzelf niet ook als vice-president onmogelijk maakt. Wat Pointer betreft jawel, alreeds, niet doen! Richardson is een veel betere kandidaat voor het vice-presidentschap, maar dat heeft één groot nadeel: dan wordt het wel heel erg een rassenkwestie. Een African-American en een Latin-American op één ticket is wat al te gewaagd. Barack Obama moet een blanke vrouw erbij op zijn ticket hebben. Dan denkt Pointer aan madame Speaker of the House, Nancy Pelosi. Dan heb je een dreamteam dat niet te verslaan is, Barack en Nancy met Bill Richardson als Secretary of State.
Wie heeft het dan nog over gebrek aan ervaring?
Ai, wat mooi, de eerste zwarte president en de eerste vrouwelijke vice-president, beide integer en met uitzonderlijke bekwaamheid.
As Speaker of the House, Pelosi ranks second in the line of presidential succession, following Vice President Dick Cheney. She is therefore the highest-ranking woman in the history of the U.S. Government.


Meer over Nancy Pelosy

19 mrt 2008

To Be Or Not To Be... Black III

Hierbij eigent Pointer zich vrijmoedig de eer toe u door te verwijzen naar de speech van Barack Husein Obama op 18 maart 2008 te Philadephia over racisme en de controverse over de uitlatingen reverend Jeremiah Wright

A More Perfect Union - Part I
A More Perfect Union - Part II
A More Perfect Union - Part III
A More Perfect Union - Part IV
in z'n geheel met de transcriptie

18 mrt 2008

To Be Or Not To Be... Black II


Barrack Obama is een Afro American, zoals ze dat daar noemen. Hij schijnt niet de enige te zijn in de USA. Er zijn er zelfs tamelijk veel en vooral aan de onderkant van de samenleving vind je sterke concentraties. Daaraan ontlenen vele beter gesitueerde blanken de overtuiging, dat zwarten tot een inferieur ras behoren. Uit die conclusie leiden veel arme, ongeschoolde blanken dan weer af, dat zij, als behorend tot een hoger ras, ten onrechte op basis van gelijkheid moeten concurreren met die lagere zwarte kaste, om de steeds schaarser wordende banen, waarvoor geen of weinig scholing nodig is. Tja, er is onrecht in de wereld.
Dit is natuurlijk puur racisme.
De Amerikaanse houding is, om met de mond racisme af te wijzen, maar de Billarygang buit racistische gevoelens uit tot het uiterste.
Het bewijs?
Goed, deze dan: Barack en Hillary hadden afgesproken het tegenover McCain meer over de inhoud te hebben en onderling over persoonlijke geschiktheid voor het presidentschap. Dat zijn echter Billaryspelletjes, want nu is de economie het zwaarste onderwerp en dan heb je ook nog de oorlog in Irak. Zodra Barack het daarover wil hebben, zich onderscheidend van de Republikeinse campagne, roept de Billarygang, dat hij dat alleen probeert om de aandacht af te wentelen van zijn eigen enorme problemen en die zouden hieruit bestaan:
1.) Dat hij zwart is en op racistische gronden de stemmen van andere zwarten opeist, terwijl Barack Obama juist constant het tegendeel betoogt en ook vele jonge en hoger geschoolde blanken binnen en buiten de partij weet te overtuigen.
2.) Dat hij in het geheim een zwarte moslim is die de sharia in de VS wil invoeren, wat blijkt uit zijn verbondenheid met Louis Farrakhan, leider van de Nation of Islam, wiens steun Obama heeft afgewezen en wiens ideologie hij heeft veroordeeld.
3.) Dat zijn verbondenheid met anti-Amerikaanse krachten ook blijkt uit zijn verbondenheid met een voorganger van zijn kerk, de zwarte dominee Wright, van wiens anti-Amerikaanse woorden Obama zich in scherpe veroordeling heeft gedistantieerd.
4.) Dat hij als radicale moslimextremist hechte banden heeft met Al Qaida, hoewel Barack Hoesein Obama al 20 jaar een overtuigd en sociaal zeer actief christen is.
5.) Dat hij, zoals van de meeste zwarten wordt beweerd, deel uitmaakt van een criminele bende, in dit geval die van zijn makelaar en fondswerver Rezko, terwijl Obama de via Rezko verkregen fondsen aan een charitatief doel heeft geschonken of teruggestort en er geen enkele aanwijzing is van Obama's betrokkenheid bij onwettige of bezwarende feiten.

In het kamp van Obama moesten enkele "hulpen" worden uitgeschakeld, omdat zij van de daken schreeuwden dat Obama datgene, wat hij belooft, niet van plan is na te komen, als hij eenmaal gekozen is en de Billarygang blijft daar voortdurend op hameren. Zouden die "hulpen" nu echt niet begrijpen, dat je daarmee jouw kandidaat geen goede dienst bewijst? Nadere beschouwing leert dat de verraderlijke "hulpen" sterk verbonden zijn met de Clintons en zich als goed afgerichte honden hebben ingedrongen in de organisatie van Obama, om diens campagne door ondermijnende provocaties te beschadigen. Dat is dus goed gelukt.

Maar de racistische aanvallen nemen in hevigheid en omvang toe door hechte samenwerking van de Billarygang met de campagne van de Republikeinse opponent McCain. Geraldine Ferraro die de rassenkwestie sterk op de agenda heeft gezet, wordt als fondswerver van de Billarygang formeel efgezet, maar blijft evengoed fondsen werven die door haar favoriet in dank worden aanvaard.

De gecombineerde strategie van Hillary en McCain komt hier op neer:
A.) Dat de Barack Obama een racist en leider van een racistische beweging is, omdat er zwarte mensen op hem stemmen en/of hem steunen. Een zwarte is alleen geen racist als hij/zij op een blanke stemt. Een blanke stemt van nature blank.
B.) Dat een zwarte politicus per definitie een minderwaardige politicus is, omdat hij alleen met steun van zwarte racisten gekozen kan worden.
C.) Dat het een toonbeeld van vaderlandslievendheid is, om, als Democraten samen met de Republikeinen en koste wat het kost, ervoor te zorgen, dat zwarte politici niet of slechts zeer beperkt als gedienstige waterdragers participeren in de macht.
D.) Dat het hoge ideaal der raszuivere blanke macht, belangrijker is dan economie, onderwijs, gezondheidszorg en oorlog samen en om het land vrij van zwart racisme te houden, is het zelfs waard daar het bestaan van de Democratische Partij aan op te offeren.

Daarover zijn de Billarygang en de Republikeinse campagne van McCain het met elkaar eens. De vuilspuiterij naar Obama is van beide kanten gelijk in omvang, frequentie, intentie en intensiteit, hoewel McCain een hekel heeft aan dit soort vuile kunstjes. McCain wil er ook niet bij zijn en gaat alvast op reis, om zich in de wereld voor te stellen als de volgende president der USA, ervan overtuigd dat de race reeds gelopen is. Hij laat vooral Hillary Rodham Clinton vuile handen maken. Zij knapt het vuile werk voor hem op. Wanneer Clinton in een interview wordt gevraagd of ze echt gelooft dat Obama in het geheim een moslim is, zegt ze "nee", maar voegt daaraan glashard toe, dat ze dat niet zeker weet, om zo het wantrouwen tegen Obama in stand te houden. Dat werkt wel door in de USA.
Deze strategie kost Hillary het presidentschap en het vice-presidentschap. Het kost de Democraten voor de eerste drie decennia alle invloed op de oorlogen van Amerika, op de economie en op alle andere Democratische beleidspunten, maar wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen en voor Hillary weegt winnen van de Democratische nominatie het zwaarst.
Dat ze het presidentschap niet winnen kan, wist ze altijd al. Daarvoor heeft ze veel te veel boter op haar hoofd en ook in eigen kring teveel vijanden gemaakt. Voor de Republikeinen is ze de meeste gehate vrouw van Amerika.
1.) We hoeven maar te wijzen op haar beide broers Tony en Hugh Rodham *), die het eigen door schandalen besmeurde verleden van de Clintons nog overtreffen met verdachte en criminele activiteiten en belangenverstrengeling die door het presidentschap van Bill Clinton grotendeels zijn toegedekt.
2.) Geen enkele van de door Hillary Clinton als First Lady voorgestelde autoriteiten bleek betrouwbaar of geschikt te zijn, van haar drie naaste collega's uit de advocatuur die op hoge posten benoemd werden, trok eentje zich bijtijds terug, een tweede werd veroordeeld tot gevangenisstraf en een derde pleegde zelfmoord.
3.) Dan zijn er verder de door President Clinton op het laatste moment afgekondigde gratieverleningen, waardoor veroordeelde criminelen uit de naaste vriendenkring hun onverdiende vrijheid kregen.
4.) Dan zijn er ook nog de financiële onregelmatigheden en illegale fondsenwerving van Hillary zelf, waaronder haar wederrechtelijk medenemen van ene deel der inboedel van het Witte Huis, wat geschikt werd, deels met teruggave en deels met een schadevergoeding van $200.000 voor wat reeds was verkocht.

Het vuil ligt voor Hillary's deur dus hoog opgestapeld en de Republikeinen zullen daarmee zeker gaan gooien, als ze de Democratische nominatie wint. De spanningen binnen de Billarygang lopen steeds hoger op. De omstreden campagneleider Penn is gespecialiseerd in het promoten van misdadige dictaturen. Mocht Hillary, ondanks alles, toch nog tot president gekozen worden, dan kan er meteen een impeachment volgen. Hillary weet dat en schikt zich.
Dat is de reden, waarom zij er door haar vijanden (nog) niet op angevallen wordt, maar juist gesteund, om haar de nominatie te helpen verwerven. Met Obama hebben de Republikeinen geen kans op de overwinning, maar Hillary is rijp voor de slacht

Alles hangt af van de komende voorverkiezing in de grote staat Pennsylvania. Als Hillary die wint, is het pleit beslecht en Obama heeft geen kans op winst in Pennsylvania, omdat het hele partijapparaat van de staat plus het openbaar bestuur en de lokale media al in handen zijn van de Billerygang. Alleen bestaande partijleden mogen er stemmen en die moeten een maand van tevoren zich opgegeven hebben. Obama krijgt alleen massieve tegenwerking en niet eens de ledenlijst van zijn parij voor een briefing.

Met een verloren presidentsverkiezing in het vooruitzicht, gaat het voor Hillary en de partij-elite rondom de Clintons alleen om beperking van het persoonlijk gezichtsverlies. Dat een blanke vrouw het van een zwarte man moet verliezen is onverdraaglijk. Terecht zal Barack Obama een verklies als in Ohio met 10% verschil een grote overwinning noemen. Dan heeft Hilary in drie grote staten, Californië, Ohio en Pennsylvania gewonnen en ondanks een achterstand over het geheel en in de rest van het land claimen, dat Obama in de algemene verkiezingen niet verkiesbaar is, omdat hij geen grote klappen kan uitdelen en dreigen dat ze haar achterban oproept om op McCain te stemmen, als de superdelegates, die de doorslag moeten geven, haar niet steunen. Haar kracht daarbij is, dat ze vooral gesteund wordt door de laag- of ongeschoolde massa, die zich gemakkelijk laat beïnvloeden door achterklap en vuilspuiterij over Barack Obama. Dat zijn een hoop stemmen die haar aanwijzing zullen volgen.

Wat is er aan de hand met de achtergrond van Barack Obama, met die dominee Jeremiah Wright bijvoorbeeld? Die bedient zich soms van bewoordingen die vrij algemeen gebruikt worden door zwarte spirituele leiders, over de schande van de tweedeling in de Amerikanse samenleving, over de schande van het Amerikaanse imperialisme, van de achterblijvende zorg voor de kanslozen, het onterechte morele superioriteitsgevoel van de Amerikaanse, rijke, blanke elite, de schending van mensenrechten en de eeuwen van slavernij en de meest liederlijke discriminatie en rassenmoord.
Het is, afgezien van enkele woorden waarin hij te ver doorschiet, kritiek die ook in het grootste deel van de westerse wereld gemeengoed geworden is. De kritiek van zwarte Amerikanen op Amerika, hoe terecht ook, is echter in Amerikaanse ogen niet vaderslandslievend en daarmee is een meerderheid van de kiezers het wel eens. Daaronder zijn ook veel zwarte kiezers die blij zijn daarvoor wat genadebrood te kunnen eten. Veel zwarte kiezers vinden een zwarte president geen volwaardige president. Amerika verdient het beste wat er is, vinden ze, een blanke president dus en desnoods dan maar een vrouw.
Barack Obama behoort tot een nieuwe generatie zwarte Amerikanen, die zichzelf niet meer als slachtoffers willen zien en zichzelf niet, zoals de laffe, afgerichte hond Colin Powell - al eens gebruikt bij het witwassen van de slachting in het Vietnamese My Lai - in de aanloop naar de macht voor het karretje van blanke machthebbers laten spannen, tot ze net zulke corrupte leugenaars zijn. Dat de man zich nog geen kogel door zijn tot het diepst vernederde hoofd geschoten heeft, is maatgevend voor zijn spreekwoordelijke lafheid.
Computer-generated image of an alleged mobile production facility for biological weapons, presented by Colin Powell at the UN Security Council. On 27th May 2003, US and UK experts examined the trailers and declared they had nothing to do with biological weapons
en dan Leugens van Colin Powell en vervolgens deze ook nog
Inmiddels heeft George W. Bush dus een ander zwart schoothondje op Buitenlandse Zaken, altijd al in reserve achter Powell en nu is het geen reu maar een teefje, met de lieflijke naam Condoleezza Rice en ook goed gedresseerd. Eén ding moet Pointer die Yanks nageven, honden africhten kunnen ze. Maar dat zijn honden zonder karakter, hè?
Op de foto helemaal bovenaan zien we Bush en Rumsfeld flink en zelfbewust naast elkaar staan. Powell en Rice staan achter alkaar terzijde in de rij. Ze staan duidelijk te wachten op bevelen van hun baasjes. De baasjes kijken ons aan en de honden kijken van ons weg. Zoiets heeft Hillary ook in gedachten met Barack Obama. Zij als president en Obama als haar zwarte hond. Kijk, die Bush heeft het voor mekaar met zijn honden, dan hoeft Hillary toch niet met minder genoegen te nemen?

*) Episodes such as these led Hillary Clinton's White House staff to refer to Tony and Hugh as "the Brothers Rodham", extending the American tradition of troublesome presidential siblings to the brother-in-law category; one senior White House official would be quoted as saying, "You never wanted to hear their name come up in any context other than playing golf."

15 mrt 2008

To Be Or Not To Be... Black I


Geraldine Ferraro, we kennen haar nog hè?
Zij was de eerste vrouw die door de Democratische Conventie genomineerd werd voor het vice-presidentschap achter Walter Mondale als president in 1984 en ze verloren van het koppel Reagan en Bush. Daarna leidde ze de commissie die nieuwe regels opstelde voor de Democratische voorverkiezingen en onlangs stelde ze voor diezelfde regels tijdens het spel te veranderen in het voordeel van haar favoriet Hillary Clinton. Dat ging niet door, hoewel, de kwestie loopt nog, maar er was veel kritiek.
Het kan altijd erger.
Zo merkte ze op dat Obama zijn huidige positie te danken heeft aan het feit dat hij zwart is. Hij zou nergens zijn als hij een blanke andere man was geweest.
Dat Obama voordeel heeft bij wat hij is, is ongetwijfeld waar, want Obama is een symbool van het postracisme in Amerika en bovendien buitensporig getalenteerd. De drempels blijken overwonnen te zijn en een donkere man maakt wel degelijk kans om president te worden. Die overwinning van het racistische verleden is iets waar Amerikanen trots op kunnen zijn.
Zo kun je dat uitleggen, maar zo was het door Ferraro niet bedoeld. Ze bedoelde – als je het vertaald in minder gekuiste bewoordingen en zoals ze het niet heeft bedoeld, maar zoals het wordt verstaan – als Obama niet zo’n smerige stinkende nikker zou zijn, had hij geen schijn van kans dat al het zwarte tuig op hem zou stemmen en dan zou hij flink achter liggen op onze superieure blanke heldin Hillary. “Hij heeft het geluk aan zijn kant, dat hij is wat hij is,” voegde ze er zuur aan toe. Met andere woorden; hij verdient het niet, maar hij krijgt het, omdat hij zwart is. Zoals zij het bedoelt, komt het neer op positieve discriminatie, maar dat is ook fout en Obama heeft helemaal geen positieve discriminatie nodig.
Hier een serie citaten uit de Amerikaanse media:

Politico’s Roger Simon: “Ferraro, who was part of Hillary Clinton’s financial team until she stepped down Wednesday, does not see an America where racism exists, only reverse racism.”
Newsweek’s Andrew Romano: “At March 7, 7:52 a.m., the Daily Breeze of Torrance, Calif. printed an interview with former Democratic vice presidential candidate and current Clinton finance committee member Geraldine Ferraro in which the pioneering politician said something about Clinton’s main rival, Barack Obama, that was both baffling and offensive.”
The New Republic’s Jonathan Cohn: “Ferraro’s original statement to Daily Breeze, which suggested that Obama has gotten preferential political treatment because of his race, was a dog-whistle to white voters who resent affirmative action.”
Salon’s Alex Koppelman: “And the Clinton campaign did itself no favors with its response—they said they disagreed with Ferraro, but did not fire her—which was interpreted by many observers as tacit approval. Pundits, bloggers and the Obama campaign relentlessly castigated the Clinton campaign for its approach.”
The Atlantic’s Andrew Sullivan: “Isn’t this classic Rove-Morris politics—to keep designating Obama a beneficiary of affirmative action and Clinton a victimized white woman in order to racially polarize a primary where Clinton needs white ethnic votes?”
Maureen Dowd: “Geraldine Ferraro, who helped Walter Mondale lose 49 states in 1984, was clearly stung at what she considered Obama’s easy rise to celebrity and electoral success.”

Het is heel raar dat Ferraro niet inziet dat hetzelfde gezegd kan worden van Hillary Clinton. Als zij geen vrouw zou zijn, maar gewoon een andere man, dan zou ze niet de positie hebben die ze nu heeft. Ze is de eerste vrouw die kansen had om genomineerd te worden voor het presidentschap.
Georgia Duerst-Lathi die politieke wetenschap doceert aan het Beloit College zegt dat de frase die ze het meest tegenkomt in mediarapportages gaat over de zorg of vrouwelijke kandidaten door hun vrouwelijk zachtheid wel kunnen omgaan met besluitvaardigheid in een crisis. “En jij, Geraldine Ferraro, zou dat moeten weten! Jij ging voor het vicepresidentschap in 1984 en je hebt die vraag wel gekregen of je hard genoeg was om op DE KNOP te drukken.”
Ferraro ontkent dat ze die vraag ooit voorgelegd gekregen heeft.
Oké, daar gaat het ook niet over. Duerst-Lathi suggereert dat het belang van hardheid juist kan helpen uitleggen, waarom Hillary relatief zo’n havik is.
"She came out and she was the toughest of all of them in the Democratic field, at least on what to do in Iraq," Duerst-Lahti says. "She had to out-masculine all her male counterparts."

Dat lijkt Pointer een volkomen correcte waarneming, maar daarin schuilt ook het gevaar van overacting. Als je zo nodig moet laten zie dat je geen aarzeling kent om op DE KNOP te drukken dan druk je al snel op DE KNOP als dat helemaal niet nodig is. Typisch vrouwelijk, denkt Pointer, die met vrouwen een hoop ervaring heeft. Er zijn een hoop vrouwen meer geschikt dan Hillary en dan dreigt het gevaar dat later gezegd wordt: “een vrouw als president? Nee, dat was eens, maar dart doen we nooit weer!”.
Vrouwen moeten niet proberen mannen te overtreffen in de imitatie van eigenschappen die typisch mannelijk zijn, maar hun vrouwelijke eigenschappen aanwenden om meer te bereiken dan een man kan en dat moet dus op een andere manier en alleen getalenteerde vrouwen, niet allemaal, weten hoe dat moet. Is Hillary niet getalenteerd? Erg intelligent is ze wel, vasthoudend ook, maar wat verder? Wat heeft ze eigenlijk bereikt behalve een positie voor zichzelf, deels als gevolg van positieve discriminatie? Wat heeft ze ten behoeve van anderen voor mekaar gekregen in vergelijking met anderen, zoals Obama als effectieve charismatische opbouwwerker, wat hij in feite nog steeds is?

meer over Geraldine Ferraro

Bush: Milieu? Ozonprobleem? Stik maar!

The Environmental Protection Agency weakened one part of its new limits on smog-forming ozone after an unusual last-minute intervention by President Bush, according to documents released by the EPA. EPA officials initially tried to set a lower seasonal limit on ozone to protect wildlife, parks and farmland, as required under the law. While their proposal was less restrictive than what the EPA's scientific advisers had proposed, Bush overruled EPA officials and on Tuesday ordered the agency to increase the limit, according to the documents.
"It is unprecedented and an unlawful act of political interference for the president personally to override a decision that the Clean Air Act leaves exclusively to EPA's expert scientific judgment," said John Walke, clean-air director for the Natural Resources Defense Council.
The president's order prompted a scramble by administration officials to rewrite the regulations to avoid a conflict with past EPA statements on the harm caused by ozone.

Wahington Post